Analyse

De vijf krachten die Johnson tegenwerken

Brexit De Britse verkiezingen leverden een klinkende overwinning voor de Tories op, maar lieten ook zien waar de nieuwe politieke breuklijnen lopen.

Premier Boris Johnson geeft een speeach bij Downing Street na de verkiezingsoverwinning.
Premier Boris Johnson geeft een speeach bij Downing Street na de verkiezingsoverwinning. Foto Lisi Niesner/Reuters

Als een relatietherapeut die ruziënde echtelieden toesprak, predikte premier Boris Johnson vrijdagmiddag op de stoep voor 10 Downing Street dat het tijd is om de Brexit-ruzie bij te leggen. „Het is tijd om rust te vinden. Het is tijd om te beginnen met helen”, zei Johnson, die de afgelopen drie jaar diezelfde ruzie meerdere malen eigenhandig opstookte.

De premier vierde zijn zege door vooral traditionele Labour-stemmers die uitweken naar de Conservatieven gerust te stellen. „Misschien dat uw pen beefde toen u stemde, dat u uw ouders en grootouders in uw oor hoorden fluisteren. Wij zullen uw vertrouwen winnen.”

De premier herhaalde zijn belofte te investeren in de zorg en het land te verenigen. A one nation party, herhaalde Johnson. De premier doet alsof zijn overwinning de doorbraak is die een einde maakt aan de verdeeldheid: allen stemden op Boris en nu is Boris er voor allen.

Toch maakt de verkiezingsuitslag ook tegenovergestelde krachten los.

1. Schotse flirt met onafhankelijkheid

De pure emotie was krachtig om te zien. Diep in de verkiezingsnacht stond Nicola Sturgeon, de leider van de Schotse nationalisten, te wachten om een televisie-interview te geven. Ze hoorde dat haar partij het kiesdistrict van Jo Swinson, de leider van de Liberal Democrats, had veroverd. Sturgeon balde beide vuisten en schreeuwde het uit.

De afgelopen jaren moesten Sturgeon en de nationalisten genoegen nemen met een bijrol. De partij had in de verkiezingen van 2017 zetels verloren, waardoor premier May met betrekkelijk gemak de pleidooien voor een tweede Schots onafhankelijkheidsreferendum kon negeren.

Sturgeon afwimpelen zal voor Johnson moeilijker worden. Drie jaar lang zei de premier dat het „de wil van het volk” was om de Brexit te regelen. De Schotse nationalisten kunnen nu betogen dat de wil van het Schotse volk een nieuw referendum is. In totaal stemden 1,2 miljoen Schotten op de nationalisten, twee keer zoveel als op de Conservatieven en goed voor 45 procent van het totaal. De partij veroverde 13 extra zetels en heeft nu 48 van de 59 Schotse Lagerhuisplekken in bezit. Sturgeon kondigde daarom aan volgende week met een plan voor een nieuw referendum te komen. Sturgeon: „Wij komen op voor ons democratisch recht.”

Lees ook: Belg worden? Terug naar het VK? Britten in Brussel voelen zich verweesd

2. Unionisten vrezen tanende invloed

Nigel Dodds was als fractieleider van de Noord-Ierse unionisten een machtig man. Zijn gedoogsteun hield Theresa May in het zadel. Als Dodds in een donderpreek uithaalde over de Brexit, luisterde de regering aandachtig. Nu heeft Nigel Dodds geen baan meer. Hij verloor in Belfast North van rivaal Sinn Féin, de partij die Ierse eenwording wenst.

De afgelopen jaren bevond Noord-Ierland zich middenin de Brexit-storm. De grens op het Ierse eiland was het meest beladen onderwerp. De Brexit zaaide onrust, haalde oud zeer van The Troubles naar het heden en wakkerde de discussie over Ierse eenwording aan. Het verlies van Dodds en de tegenvallende resultaten (8 zetels, twee minder dan in 2017) zijn pijnlijk. Nog zorgelijker voor de DUP is dat voor het eerst de unionistische partijen, die willen dat Noord-Ierland Brits blijft, geen meerderheid hebben. De Noord-Ierse sociaal-democraten (gematigd voorstander van eenwording) en Alliance (neutraal) deden het goed en wonnen Lagerhuiszetels. Sinn Féin behield de zeven zetels, maar boycot het Lagerhuis, want dat is een symbool van Britse overheersing op het Ierse eiland. Zo beweegt de Noord-Ierse politiek naar het midden, maar de onrust bij de unionistische gemeenschap zal toenemen. Ze zijn boos op Johnson en vinden dat zijn Brexit-plan Ierse eenwording in de kaart speelt. De premier zal de unionisten gerust moeten stellen, want oplopende zorgen zijn funest voor de toekomst en stabiliteit in Noord-Ierland na de Brexit.

3. Tories zoeken band met achterban

Wordt Priti Patel de brug die de liberale premier verbindt met zijn nieuwe sociaal-conservatieve achterban? Patel zal als minister van Binnenlandse Zaken en ster in team-Johnson een nieuw migratiebeleid moeten invoeren. Johnson wil een systeem waarbij alleen migranten die gaten op de arbeidsmarkt vullen of die uitmuntende talenten zijn een werkvergunning krijgen. Zorgen over migratie is voor een deel van de nieuwe Tory-stemmers in de Midlands en Noord-Engeland een belangrijk thema. De strenge aanpak en ronkende taal van Patel moeten daar aanslaan.

Vakbondsbaas Len McCluskey, een sleutelfiguur bij Labour, vond dat de arbeiderspartij had verloren omdat de campagne te kosmopolitisch was. Uiteindelijk is Johnson ook een kosmopoliet. Patel kan aantonen dat zij als sociaal-conservatief meer koersvast is dan Johnson. Zij heeft weinig op met de miljardeninvesteringen in de zorg die Johnson beloofde, maar is wel een law and order-politicus die criminaliteit wil aanpakken. In het verleden was Patel voorstander van herinvoering van de doodstraf en tegen het homohuwelijk. Daarin schuilt het gevaar voor de Tories in hun zoektocht naar working class-conservatisme: doorschieten.

4. Labour zoekt nieuwe identiteit

Als iemand anders dan Lisa Nandy de kandidaat van Labour in Wigan was geweest, had het stadje, zoals al die andere Noord-Engelse plaatsen, in Conservatieve handen kunnen vallen. Maar Nandy is anders. Ze is zeker links, geen Blairite, maar maakt ook geen deel uit van de grootstedelijke kliek rondom vertrekkend partijleider Corbyn. Ze zocht de afgelopen jaren vergeefs naar een parlementair Brexit-compromis: wel uittreden, maar met behoud van werkgelegenheid.

Nu de ruzie is losgebarsten over de opvolging van Corbyn, zal de partij een nieuwe identiteit moeten ontwikkelen.

De Corbynista’s lijken uitgespeeld. Labour-politici uit het noorden vallen prominente aanhangers van de vertrekkende leider hard aan. Ze verwijten hen te veel bezig te zijn met identiteitspolitiek en te weinig met working class-gebieden. Labour-politici houden er rekening mee dat er minstens twee Lagerhuisverkiezingen nodig zijn om de winsten van de Tories ongedaan te maken.

Labour houdt rekening met een periode van tien jaar voordat regeren weer reëel wordt. Dan moet de partij wel scherp oppositie voeren. Dat betekent dat de nieuwe leider relatief jong en toekomstgericht moet zijn. De kracht om flanken van de partij te verenigen en aan te spreken in de Labour-heartlands die nu Tory-blauw kleuren, is noodzakelijk. De zoektocht zal niet makkelijk zijn, maar de kans is aanzienlijk dat Labour uitkomt bij een jongere generatie, met een meer optimistische politieke signatuur en ideologisch minder gebonden aan een stam binnen de partij. Clive Lewis en Jess Phillips worden genoemd. En Lisa Nandy.

5. Remainers blijven boos

Dominic Grieve, Tom Watson en Jo Swinson hadden alle drie een andere politieke kleur maar een ding gemeen: deze centristen, volgens veel stemmers de afgelopen jaren de stem der redelijkheid, verdwijnen uit de politiek. Als gevolg daarvan is het niet duidelijk wie de komende jaren opkomt voor Britse kiezers die helemaal niet uit de EU willen of die het liefst een tweede referendum wensten.

Verkiezingen zijn complexer dan referenda, maar het idee dat kiezers Johnson een zonneklaar Brexit-antwoord boden, kan je ook anders bezien. De partijen die gepassioneerd (Libdems, Greens, Schotse en Welshe nationalisten) en halfslachtig (Labour) voor een tweede referendum waren kregen samen dik 16 miljoen stemmen, meer dan de 14,5 miljoen voor de Tories en de Brexit Party. Het districtenstelsel zorgt er voor dat die stemverhoudingen niet tot uiting komen.

In 2011 verwierpen Britten in een referendum hervorming van hun kiesstelsel. De komende jaren zal een deel van het electoraat de overwinning van Johnson niet zien als het moment van verzoening. Zij zullen constateren dat de politici die hun belangen vertegenwoordigden zijn verdwenen. Zij zullen vinden dat hun democratisch model geen recht doet aan de onverminderde verdeeldheid.