Tegen Spanje moet de ultieme bekroning volgen voor de handbalvrouwen

WK handbal De Nederlandse vrouwen staan opnieuw in een WK-finale. Na de 33-32 zege op het ongeslagen Rusland, wacht zondag Spanje.

Jessy Kramer, Angela Malestein en Estavana Polman (v.l.n.r.) vieren de overwinning op Rusland.
Jessy Kramer, Angela Malestein en Estavana Polman (v.l.n.r.) vieren de overwinning op Rusland. Foto Charly Triballeau/AFP

De Nederlandse handbalsters speelden in 2015 hun eerste WK-finale. In de Deense stad Herning werd kansloos verloren van favoriet Noorwegen: 23-31. Het krachtsverschil verzachtte de pijn van het mislopen van de wereldtitel, de tweede plaats werd uitgebreid gevierd.

Zondag (vanaf 12.30 uur Nederlandse tijd) maakt het Nederlandse team in de Japanse stad Kumamoto opnieuw kans om wereldkampioen te worden. Niet Noorwegen, maar Spanje is dan verrassend genoeg de tegenstander. De Spaanse ploeg, die bij het WK van twee jaar geleden als elfde eindigde, versloeg de favoriete Noorsen met ruim verschil: 28-22.

Omdat Nederland daarvoor had gewonnen van het nog ongeslagen Rusland (33-32), is nu al zeker dat de handbalsters een nieuwe wereldkampioen krijgen. Rusland is met vier titels recordhouder, Noorwegen kroonde zich drie keer tot ’s werelds beste.

Pieken

Deze finaleplaats van Nederland is onvergelijkbaar met de WK-primeur in 2015. Op weg naar de eindstrijd verloor de ploeg destijds, onder leiding van Henk Groener, geen een wedstrijd. Alleen Zweden wist Nederland vier jaar geleden in de poule op een gelijkspel te houden. Dit toernooi verloren de Oranje-vrouwen drie keer. In de openingswedstrijd was er een nederlaag tegen het zwakke Slovenië, en in de hoofdronde waren Duitsland en Denemarken te sterk.

Maar bondscoach Emmanuel Mayonnade wist de Nederlandse ploeg op de juiste momenten te laten pieken. In de groepsfase tegen Servië en Noorwegen – zeges die meetelden in de hoofdronde – en ook in de laatste wedstrijd van de hoofdronde tegen Zuid-Korea.

Tegen Rusland waren de routiniers Estavana Polman en Lois Abbingh zoals zo vaak de uitblinkers. Polman was goed voor negen doelpunten, Abbingh maakte er acht.

De 27-jarige Polman gaf na afloop voor de camera van Ziggo Sport blijk van haar vreugde over de zeldzame overwinning op Rusland, de achtste in 43 wedstrijden sinds 1965. „Ik ben zó blij, ik weet niet of ik moet lachen of moet janken. Ik vind het heel heftig.”

Voor de eveneens 27-jarige Abbingh was de halve finale helemaal een bijzondere wedstrijd. De topscorer van Nederland op dit WK (64 doelpunten in negen duels) speelt in de Russische Super League voor Rostov Don. Bij deze club staan ook acht Russische internationals én de Russische bondscoach onder contract. „Ik heb hier echt maandenlang naar uitgekeken”, zei Abbingh tegen Ziggo Sport. „Dit is gewoon een droom. Ik kan heel, heel blij terug naar de club.”

Nederland ontbrak sinds 2015 nooit bij de laatste vier op een groot toernooi. Het leverde twee zilveren en twee bronzen medailles op, alleen op de Spelen van Rio (2016) bleef een beloning uit. Tegen Spanje moet zondag de ultieme bekroning volgen. Extra motivatie: de wereldtitel levert ook olympische kwalificatie op.