Recensie

Recensie Muziek

Ritualistische kruising tussen eredienst en technofeest

Kamerkoor Cappella Amsterdam zoekt naar nieuwe vormen, voorbij het traditionele concert. Voor het ‘De langste nacht’ slaat het de handen ineen met muziektheatercollectief Project Wildeman.

De langste nacht door Cappella Amsterdam en Project Wildeman, Waalse Kerk Amsterdam.
De langste nacht door Cappella Amsterdam en Project Wildeman, Waalse Kerk Amsterdam. Foto Rachel Ecclestone

Koormuziek op het hoogst denkbare niveau, zonder tierelantijnen. Dat was jarenlang de signatuur van Cappella Amsterdam. Sinds de rijkssubsidie aan het kamerkoor in 2016 werd stopgezet, bewandelt het gezelschap een weg van artistiek zelfonderzoek. „Als je op je grondvesten trilt, ga je over jezelf nadenken”, zei chef-dirigent en artistiek directeur Daniel Reuss medio september in deze krant.

Lees ook dit interview met artistiek leider/dirigent Daniel Reuss

Speerpunt in Cappella’s nieuwe koers is een moedige zoektocht naar presentatievormen voorbij het traditionele concert-format. Exemplarisch is De langste nacht, een coproductie met muziektheatercollectief Project Wildeman onder regie van Marcel Sijm. Deze maand is het ‘theatrale concert’ te zien in verschillende kerken in Nederland.

Wie donderdag de Waalse Kerk in Amsterdam binnenstapte, werd opgewacht door heren in kleurige trainingspakken. Of je je handen wilde wassen vroeg de eerste met waterkan en teiltje. Nummer twee stopte je een pilletje toe. Meteen slikken graag.

Het bleek de opmaat tot een ritualistische kruising tussen eredienst en technofeest, bovendien doortrokken van een zeker ecologisch engagement. Gregoriaanse gezangen en delen uit Guillaume de Machauts Messe de Notre Dame klonken op elektronische bassen. Koorzangers dansten onder laserlicht rond een grote smeltende ijsbol (de aarde). Een Wildeman scandeerde met bozige brulstem apocalyptische teksten over hoe de mens de planeet vernietigt.

Een koor dat zijn eigen kaders bevraagt en daarbij het experiment niet schuwt, verdient bewondering. Toch kun je je afvragen of dat experiment helemaal slaagt in De langste nacht. Zeker, er waren pakkende momenten, zoals een prachtig vertolkt ‘Agnus Dei’ (Machaut) bij zaklamplicht. Of Hildegard von Bingens 12de-eeuwse hymne Spiritus sanctus, solo gezongen vanaf de kansel boven zacht deinende elektronica-klanken.

Maar vaker bleken middeleeuwse noten en 21ste-eeuwse beats twee moeilijk verenigbare Fremdkörper en werkten de loodzware teksten vol bijbelse beeldspraak een zekere drammerigheid in de hand.

Ook de regie miste richting. Neem die lange elektronische klankorgie, die de zangers veroordeelde tot een oeverloze, wat ongemakkelijke rondedans. Een koor dat zoekt, maar nog niet gevonden heeft.