Opinie

Ratten

Mirjam de Winter

De Rotterdamse rat kan zich de komende maanden maar beter schuil houden in het riool, of een onderduikadresje buiten de stad zoeken. Met het oog op het aanstaande songfestival wil de gemeente de straten namelijk vrij hebben van ongedierte en zal de klopjacht op de rat worden „geïntensiveerd”. En Rotterdamse rattenvangers doen dat niet met een fluit, maar met meedogenloze vallen en gif. Vooral rond de Markthal en de Binnenrotte, waar hoogstwaarschijnlijk het Eurovision Village (dorp voor fans) zal neerstrijken, moet het in mei helemaal ‘spic en span’ zijn en daar horen natuurlijk geen rondscharrelende ratjes bij. Dus moeten ze worden uitgeroeid en lijkt iedereen dat normaal en terecht te vinden. Maar ik vind het zielig, want ik hou van ratten. Met hun piepkleine roze handjes, intelligente kraaloogjes en snoezige snuitjes. Denk aan Remy, het ratje uit de film Ratatouille die de sterren van de hemel kookt in een Frans toprestaurant. Zo’n beestje wil je toch niet doodmaken?

Bij ons thuis hielden we vroeger tamme ratten als huisdieren. Onze eerste (bruine) rat heette Rinus en was door mijn vader meegenomen van een filmset, waar het dier figureerde in een smerige oorlogsscène (met Jules Deelder in de hoofdrol) en aan de darmen van een opengereten soldaat moest knabbelen. Rinus was een kroelrat, die zich graag in je trui of in je lange haren nestelde. Hij had wel een kooi, maar liep meestal los door het huis en joeg bezoek (vooral mijn oma) de stuipen op het lijf. Mijn zus nam hem – verstopt in de mouw van haar trui – soms mee naar school of uit winkelen, en toen Rinus overleed heeft ze een volle dag snikkend met die dode rat in bed gelegen. We hebben hem in de achtertuin begraven en later zijn skelet weer opgegraven. Zijn schedeltje ligt nog altijd bij mijn ouders in een glazen vitrine.

Maar onbekend maakt onbemind, zo blijkt wel uit de hetze die wordt gevoerd. En ergens begrijp ik dat ook wel. Ratten zijn snel en onvoorspelbaar, kunnen agressief reageren als ze zich bedreigd voelen en in zeldzame gevallen brengen ze inderdaad wel eens ziektes over. Volgens Bureau Stadsnatuur worden er de laatste jaren meer ratten in de stad gesignaleerd, maar is het lastig om van een plaag te spreken. Het is maar net hoe mensen de aanwezigheid van ratten ervaren. „Bovendien weten we niet eens hoeveel ratten er in de stad leven, want er is nog nooit goed onderzoek naar gedaan”, vertelt stadsecoloog Niels de Zwarte desgevraagd. Een rat wekt negatieve emoties op en wordt nog altijd geassocieerd met de middeleeuwse pest, terwijl ze volgens Niels juist bijzonder intelligent, schoon, sociaal en aangepast zijn. Net als mensen eigenlijk.

En Niels heeft slecht nieuws voor de rattenverdelgers: ratten gaan zich vanzelf sneller voortplanten als ze worden bestreden. Als een rattenkolonie wordt uitgedund, gaan de vrouwtjes het dubbele aantal jongen per keer werpen om de populatie weer op peil te krijgen. Waar normaal vijf jongen per worp geboren worden, zullen dat er uit overlevingsdrang tien per keer worden, zegt Niels. En dan te bedenken dat een vrouwtjesrat gemiddeld tien nestjes per jaar heeft. Reken maar uit. Dat wordt nog lachen dan in dat songfestivaldorp.

Mirjam de Winter (@mirjamdewinter) is freelance journalist en stadsgids in Rotterdam.