Reportage

Nabestaanden van metromoord, op zoek naar de verantwoordelijken

Nabestaanden in de Tweede Kamer De zus en de vriendin van Joost Wolters, slachtoffer van een verward persoon, voeren ‘de strijd’, op zoek naar de waarheid.

De nabestaanden van Joost Wolters op de publieke tribune van de Tweede Kamer tijdens het debat over inschattingsfouten van instanties bij de begeleiding van de dader van de metromoord.
De nabestaanden van Joost Wolters op de publieke tribune van de Tweede Kamer tijdens het debat over inschattingsfouten van instanties bij de begeleiding van de dader van de metromoord. Foto David van Dam.

Met de lunchkaart in de hand kijkt Saskia haar schoonzus aan. „Wil je iets happen, Annemiek, of krijg je niks door je keel?”

„Een simpele panini.”

Annemiek komt net bij haar ouders vandaan. Die passen op haar zoontje. Saskia heeft vanochtend nog gewerkt. En de radio te woord gestaan. Normaal doen ze zoiets samen, nu was ze voor het eerst alleen. „Ze zette het goed neer hoor”, zegt Annemiek.

De keuze, twee panini’s, is eensgezind, donderdagmiddag in een café naast de Tweede Kamer. Daar begint zo het debat over Philip O., een psychiatrisch patiënt met een fors strafblad die op 27 juli 2017 uit het niets een passagier doodstak in de Amsterdamse metro. De 38-jarige Joost Wolters, de broer van Saskia, de vriend van Annemiek, de vader van haar kind. Er waren door instanties grote fouten gemaakt, bleek uit het vorige maand gepubliceerde rapport van de Inspectie Justitie en Veiligheid. Fouten zoals eerder beschreven in onderzoeken naar de dood van Els Borst en Anne Faber. Daarover zal de Kamer vandaag debatteren, onder het wakend oog van Annemiek en Saskia op de publieke tribune. Want ze willen dat dit nooit meer gebeurt. Ze willen dat instanties leren van hun fouten. Maar dan moeten ze wel weten wáár de fouten zitten. En daarvoor moet je de waarheid kennen. Daarvoor strijden ze als nabestaanden.

Kan zoiets ook in je eentje?

Annemiek: „Nee, niet”.

„We houden elkaar scherp”, zegt Saskia. „We hebben een doel. En dan moet je duidelijk weten hoe je dat kunt bereiken.”

Annemiek: „Je hebt zoveel gesprekken. En in de heftigheid mis je weleens iets wat iemand zegt. Of je interpreteert iets verkeerd. Dan heb je het erover met elkaar”.

De „strijd”, zoals ze het noemen, begon ook voor hen met een blanco start. Vlak na het gebeurde, hoorden ze van de politie alleen dat Joost was doodgestoken in de metro, mogelijk door een verwarde man. Ze vonden via Slachtofferhulp een advocaat, die organiseerde een gesprek met de officier van justitie en pas op 9 oktober hoorden ze de details. „En dan weet je niet wat je hoort”, zegt Annemiek. „Een tweede shock.”

Hun eerste vragen waren beantwoord, maar er waren zó veel vragen bijgekomen. Waarom had Philip O. in zijn jeugd na een poging tot doodslag een maatregel opgelegd gekregen, bedoeld om zijn psychische aandoening te behandelen, maar is die nooit uitgevoerd? Waarom was O. in 2016 wegens een gewelddadige roofoverval op een tankstation tot twee jaar gevangenisstraf veroordeeld, maar was hij tijdens de fatale metrorit al niet meer in beeld bij justitie?

In alle onwetendheid ga je als nabestaande denken in scenario’s. „En dan hoop je op het beste”, zegt Saskia. Dat Joost was omgebracht door iemand wiens psychiatrische ziekte zich zomaar opeens, voor de eerste keer, had geopenbaard, daar hoopten ze op. Een vréselijk ongeluk, maar wel een ongeluk. Annemiek: „Maar de werkelijkheid bleek zóveel erger, met zó veel fouten vooraf. Dat hadden we niet kunnen bedenken.”

Na het contact met justitie konden ze spreken met het AMC, waar O. in mei 2017 na een nieuw geweldsincident gedwongen was opgenomen. Ze hoorden toen voor het eerst dat O. door justitie was vrijgelaten onder voorwaarden – zoals begeleid wonen – die niet veel waard bleken, want hij zwierf rond. Terwijl ze van justitie hadden begrepen dat hij „gewoon” was vrijgelaten. En later, na speurwerk van een journalist van stadszender AT5, begrepen ze ook dat de maatregel uit zijn jeugd niet was verjaard, zoals ze van justitie begrepen, maar wel had kunnen worden opgelegd. Had móéten worden opgelegd, na dat geweldsincident in mei 2017. Saskia: „En dan had Joost dus nog geleefd.”

„Kijk, hier staat het”, zegt Annemiek. Ze pakt het inspectierapport erbij, vol met eigen aantekeningen. „Pagina 47”, gokt Saskia.

Zo’n strijd voor de waarheid bedenk je niet van tevoren, je rolt erin. En hoe meer je over de zaak weet, hoe complexer het wordt. Ook daarin heb je elkaar nodig, zeggen ze. Lees maar eens het inspectierapport. Je komt de namen tegen van negentien instanties. Met afkortingen als DJI, DIZ, JJI, JOC, PI, WSS, PBC, RvdK, GGD en LJ&R. Annemiek: „Je wordt samen een documentatiecentrum.”

En al die instanties, merkten ze, hebben er een belang bij voor de schuldvraag te wijzen naar elkaar. De grove verdeling: zorg wijst naar justitie, justitie naar zorg. Want naast de Inspectie Justitie en Veiligheid had ook de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd over de zaak-O. een rapport opgesteld. En uit beide rapporten maken ze op dat de verantwoordelijkheid voor O. voorafgaand aan de fatale metrorit bij de ánder lag.

Annemiek en Saskia zien ook hier een taak voor nabestaanden: „Wij kijken objectief, ondanks onze emoties”, zegt Saskia. „Het maakt ons niet uit welke partij verantwoordelijk is. Als er maar een verantwoordelijke wordt gevonden, zodat die van haar fouten kan leren.” En dat instanties beter leren samenwerken, en informatie delen, zegt Annemiek.

Hun inspanningen hebben uiteindelijk geleid tot het debat. „Annemiek, we moeten gaan!” zegt Saskia. Ze zag Sander Dekker, minister voor Rechtsbescherming, voor het raam al richting Kamer stiefelen.

En daar zitten ze, even later. Op de publieke tribune recht tegenover de verantwoordelijke bewindslieden. Terwijl de Kamerleden een voor een plaatsnemen achter de microfoon: „Hoe kan het, eerst Anne Faber en nou dit?” En allemaal werpen ze een blik naar Saskia en Annemiek.