Recensie

Recensie Muziek

Madness laat het vuur nog steeds hoog oplaaien

Veertig jaar na hun Nederlands debuut stond Madness opnieuw in Amsterdam. Tot de achterste tribunes bracht de ska-band de Afas Live in beroering.

Madness in de AFAS Live
Madness in de AFAS Live Foto Ferdy Damman

„Amsterdam, 1979, Milkwek, hippies!” In vier woorden vatte zanger Suggs samen wat hij veertig jaar geleden aantrof bij het eerste concert van Madness in Nederland. Voor een gisse Londense jongen die opgegroeide met punk moet het een hele gewaarwording zijn geweest, al die op de grond liggend hasjrokers en het lange haar dat in Nederland nog steeds gangbaar was. Madness vertegenwoordigde het frisse elan van skamuziek, korte koppies en springen tot je erbij neerviel.

Anders dan The Specials en The Selecter waren ze niet multiraciaal, maar in hun ska-revival grepen ze evengoed terug op muziek uit Jamaica. Na Prince Buster-cover ‘One Step Beyond’ breidden ze hun muzikale horizon uit. Ze noemden zich “nutty boys” en ontwikkelden zich tot de typisch Britse popgroep van hits als ‘Embarrassment’ en ‘Our House’. Humor en sociaal commentaar gingen hand in hand bij een hitgroep die het echte Engelse leven bezong.

Bij de viering van veertig jaar Madness in de volle Afas Live liet Graham “Suggs” McPherson zich van zijn meest droge kant zien. „Wij Engelsen hebben weinig om over te praten,” zei hij op de verkiezingsavond; „gelukkig is er altijd het weer.”

De ‘heavy heavy monster sound’ werd versterkt met een blazerssectie die de belofte van een Madness XL rechtvaardigde. Saxofonist Lee Thompson nam zoals altijd het voortouw met de vlammende saxpartij van ‘One Step Beyond’. Met zijn rokkostuum en bolhoed oogde hij als de plattelandsburgemeester die met luid getoeter een voorname boodschap kwam brengen.

De sfeer zat er meteen goed in met ‘Embarrassment’ en ‘My Girl’, succesnummers die met hun beheerste ritmes de Afas tot op de achterste tribunes in beroering brachten. Met zijn hoekige bewegingen refereerde Suggs aan de slinger van mannen die Madness in 1979 op de eerste plaathoes vormde en die zich als een zeskoppig monster door de vroege videoclips wurmde. De band is na enkele hiaten nog steeds in de oude bezetting bij elkaar, minus spreekstalmeester Chas Smash die het popsterrenbestaan inruilde voor transcendentale meditatie.

Het siert Madness dat ze niet bij de oude hits zijn blijven steken. Het meest recente nummer ‘Bullingdon Boys’ stamt van dit jaar en gaf een ironisch commentaar op het Engelse systeem van public schools en de sociale verhoudingen die daar beklonken worden. In een aanstekelijke parade van hits waren ‘Mr. Apples’ en de ode aan Noord-Londen ‘NW5’ nieuwe toevoegingen aan een oeuvre dat weemoed ademt naar het simpele Engelse leven van weleer.

Bij ‘House of Fun’ en ‘Baggy Trousers’ ging het als vanouds helemaal los. De Labi Siffre-cover ‘It Must Be Love’ is een merkwaardige toevoeging aan Madness’ repertoire. Met projecties van vallende rozenblaadjes liet het slome nummer het concert bijna als een nachtkaars uitgaan, als er niet een explosieve toegift op was gevolgd.

Prince Busters ‘Madness’ en het met scheepstoeters ingeleide ‘Night Boat to Cairo’ lieten het vuur nog één keer hoog oplaaien. De Madnessmannen mogen ouder en strammer zijn geworden: hun muziek heeft nog altijd de dynamiek die het bijna onmogelijk maakt om erbij stil te blijven zitten.