Recensie

Recensie Boeken

In de Hollandse villa ging het mis

Ann Patchett De nieuwe roman van de befaamde en bekroonde Ann Patchett volgt de beschadigde levens van een broer en zus in Philadelphia, die opgroeien in een Nederlandse villa.

De 15-jarige Danny en zijn zeven jaar oudere zus, Maeve, zitten in een geparkeerde auto in een chique buitenwijk van Philadelphia te staren naar een huis. Een sprookjeshuis uit 1922, boven op een heuvel: ‘De glazen panelen aan weerszijden van de glazen dubbele voordeur waren even groot als etalageramen en zaten in een omlijsting van smeedijzeren ranken.’ Ze zijn er opgegroeid en afgedankt: door de tweede vrouw van hun vader, die ze na diens dood de deur uitzette en onterfde, ten gunste van haar eigen kroost. Ze weigeren echt afscheid van hun huis te nemen. Tot op middelbare leeftijd rijden ze erheen, week na week, om te kijken. Aanbellen doen ze nooit.

In Het Hollandse huis beschrijft Ann Patchett (Los Angeles, 1963) gloedvol hoe mensen zich vastklampen aan elkaar en aan hun idee van de werkelijkheid. Hele levens worden gefnuikt doordat het zo moeilijk is een interpretatie of een vertrouwde rol (die van misdeeld erfgenaam) los te laten. Daarnaast gaat het over bezit en de betrekkelijkheid ervan.

Want is het wel echt hun huis? Het werd ooit gebouwd in opdracht van Nederlanders, de familie Van Hoebeek. Al hun bezittingen bleven, toen de laatste Van Hoebeek-telg in 1944 overleed en het huis aan de bank toeviel. In 1945 koopt de vader van Danny en Maeve, vastgoedondernemer Cyril Conroy, het huis, met meubels, grandeur en al. Hij wil er zijn vrouw Elna mee verrassen: zij kunnen er hun kinderen grootbrengen. Maar Elna, net als hij van eenvoudige komaf, kan er niet wennen. Zij laat haar gezin in de steek.

Vastgoedcarrière

In Het Hollandse huis lezen we hoe Danny nauwgezet, maar toch niet geheel betrouwbaar, navertelt wat er sindsdien gebeurde, met de komst van een stiefmoeder, de daarop volgende dood van de vader, het verlies van het huis. En hoe hij in de voetstappen van zijn vader treedt: ook hij kiest voor een carrière in het vastgoed. En ook hij doet zijn vrouw een huis cadeau, overtuigd dat ze het prachtig zal vinden.

Het verlies van zijn moeder doet Danny niet zoveel, beweert hij, hij was nog te klein. Maar Patchett toont met veel vernuft hoe zijn hele leven erdoor ontwricht is. Vluchtende vaders zijn tot daaraan toe, maar moeders die weglopen: dat kán niet. Het klinkt door in zijn latere leven, dat we volgen tot hij in de vijftig is – als moeder eindelijk op haar schreden terugkeert, is hij allang volwassen. Evengoed houdt hij grote moeite zich tot haar te verhouden. Heel sterk is de karaktertekening in deze roman, en de ontwikkeling die zowel Danny als zijn stoere zus Maeve doormaken. Moeder is uiteindelijk toch degene die zorgt dat er deuren opengaan, letterlijk en figuurlijk.

Net als Patchetts eerdere boeken, zoals Belcanto (2001) en Gemeengoed (2016), is Het Hollandse huisunputdownable’. Patchett weet precies hoe ze haar lezers geboeid moet houden. Daarbij maakt ze dit keer speels en snugger gebruik van clichés uit sprookjes. Zoals uit Goudhaartje en de drie beren: ‘[We] zaten [...] op hun stoelen, sliepen [...] in hun bedden en aten [...] van hun Delfts blauw’, en uit Sneeuwwitje. De stiefmoeder uit Het Hollandse huis is slecht – of is de echte moeder nog slechter?