Reportage

Het reddingsvlot was leeg. ‘Dan zakt de moed al in je schoenen’

Vermiste garnalenvissers Garnalenvissers Rein (57) en Jelle (25) zochten naar twee vermiste collega’s. Ze zonken door wrakken op de zeebodem, denkt Jelle.

Vader Rein en zoon Jelle van der Burg vissen op garnalen langs de Deense, Duitse, Nederlandse en Belgische kust.
Vader Rein en zoon Jelle van der Burg vissen op garnalen langs de Deense, Duitse, Nederlandse en Belgische kust. Foto Kees van de Veen

Het is nog donker als de melding komt. Vader Rein (57) en zoon Jelle (25) van der Burg horen over de boordradio dat het noodsignaal van garnalenkotter UK-165 Lummetje is afgegaan. Dat kan maar één ding betekenen: een zinkend schip. Bij zonsopgang varen ze erheen. „Je denkt dat het meevalt”, zegt Jelle.

Als Jelle en Rein – zelf varend op de WR-212 – aankomen zijn ze niet de enigen. Dertien schepen komen zoeken, vooral garnalenkotters: Texelaars, Wieringers en Urkers. Iedereen die in de buurt was zoekt mee. Over de boordradio kunnen vader en zoon meeluisteren. Het schip dat er als eerste was, zag een lichtje toen de noodmelding kwam. „Hij draaide zijn schip om, keek even weg en toen-ie weer keek was het lichtje verdwenen”, zegt Jelle. Collega-vissers zien plotseling weer een lichtje. Een vlot drijft op de zoekplek. De kotter vaart erheen. Het is een reddingsvlot, horen ze. Maar het is leeg.

Jelle: „Dan zakt de moed al in je schoenen.”

Dan: een reddingsboei in het water, met de code van het schip erop: UK-165. Maar zonder „de jongens”.

Rein: „Dat valt rauw op je dak.”

Later die ochtend zien ze het touwwerk van het schip, dat boven komt drijven. Daarna lekkende gasolie, precies op de plek waar ze naar het schip zochten. Dan weet je het zeker, zegt Jelle: „De jongens zijn vertrokken.”

Foto Kees van de Veen

De jongens, dat zijn Jochem Foppen (41) en Hendrik Jan de Vries (27). Op donderdagochtend 28 november om 5.46 uur kwam het noodsignaal binnen bij de kustwacht, dat alleen afgaat als een schip kapseist. Contact met hun garnalenkotter bleef uit. Het duurde tot zondagochtend voordat de lichamen van de vissers door duikers van de marine in de kajuit werden gevonden. Afgelopen vrijdag zijn de vissers begraven op Urk.

Het gezonken schip lag op zo’n zeven kilometer van Texel, voorbij Noorderhaaks, een zandplaat tussen Texel en het vasteland. ‘De Razende Bol’ noemen vissers die plek. Een zandplaat die zich continu verplaatst en waaromheen het flink kan stormen en de stroming fors is. En die week was het weer onstuimig: het springtij was net voorbij, de harde wind was er nog.

Lees ook: Garnalenvissers leden schade door rommel uit containers

Handel in garnalenkroketten

Elke zondagavond om middernacht vertrekken Jelle en Rein naar zee. Opa was ook visser en aan wal heeft moeder een handel in garnalenkroketten. Vader en zoon vissen vanaf de Deense kust, langs de Duitse en Nederlandse, tot aan de Belgische. Daar liggen de garnalen, niet ver van land. „Soms varen we naar Zandvoort, gaan we voor anker liggen en drinken we snel een biertje in de beachclub op het strand”, zegt Jelle.

De concurrentie is groot. Ongeveer vijfhonderd tot zeshonderd garnalenkotters vissen op de Noordzee, waarvan meer dan de helft Nederlands is. De meeste hebben twee man aan boord, sommige drie. Iedereen heeft favoriete plekjes. Op het gps-systeem kun je andere boten volgen. „Aan de vaarlijn van de boot zie je of-ie aan het vissen is”, zegt Jelle. Maar visstekken delen doet niemand. Zelfs binnen families is er concurrentie. Afhankelijk van de quota en de vangst zijn de garnalenvissers van zondagnacht tot donderdagmiddag of vrijdagochtend op zee.

De kleinste garnalen gaan terug het water in, de grote worden bovendeks gekookt. Dan zijn ze meteen dood, worden ze krom en kunnen ze makkelijk worden gepeld. De bakken garnalen lossen de vissers voornamelijk in de havens van Lauwersoog, Zoutkamp, Den Oever en Harlingen. Vanaf daar vertrekken de ladingen naar Marokko, waar de meeste garnalen met de hand worden gepeld.

Nederland, Den Oever, 06-12-’19; Garnalenvisserij, Rein van der Burg en zijn zoon Jelle vissen op garnalen met hun kotter WR 212.

Foto: Kees van de Veen

Nederland, Den Oever, 06-12-’19; Garnalenvisserij, Rein van der Burg en zijn zoon Jelle vissen op garnalen met hun kotter WR 212.

Foto: Kees van de Veen

Foto Kees van de Veen

1.500 gulden per week

Op de visafslag in Harlingen weet Willem Mulder (60) hoe het leven op zee is. Op zijn dertiende begon hij met vissen op kokkels. „Daar verdiende ik als kind 1.500 gulden mee”, zegt Mulder. „Per week.” Later stapte hij over op de garnalen. Hij werkt nu op de visveiling in de haven van Harlingen.

„Vissen is niet gevaarlijk”, zegt Mulder. „De natuur kan gevaarlijk zijn, bij de Razende Bol kan het spoken.” En het grootste gevaar is niet het weer of de golven, maar dat wat onder de zee ligt. „Wrakken”, zegt Mulder. „Overal liggen wrakken.”

De meeste plekken kennen ze, maar soms kan een wrak opeens bloot komen te liggen. Het zand verplaatst dankzij het getij. Mulder: „Had ik op een vaste visstek opeens een anker van vier ton aan mijn net hangen.” De netten van de garnalenvissers slepen over de bodem en komen dan vast te zitten. Meestal gaat het goed, maar niet altijd. „Dit is het tweede dodelijke incident in de afgelopen twee jaar”, zegt Mulder.

Jelle van der Burg weet zeker dat UK-165 Lummetje gezonken is doordat het aan een wrak vast kwam te zitten. Op de gps-radar zie je de laatste bewegingen van de kotter. Een zigzaglijn, vlak bij een wrak. „In no time was-ie weg.”

Aan wal gaat het verhaal dat garnalenkotters tijdens de zoekactie hun netten uitgooiden om letterlijk te gaan vissen naar de collega’s. „Maar dat is niet gebeurd”, zegt Jelle. „Het was slecht weer en gevaarlijk.” Zonder netten konden de schepen sneller varen en beter zoeken. De schepen voeren honderd meter naast elkaar, de vissers keken naar de zee en hun sonar. De hoop op overlevenden was snel vervlogen. „Het water is drie graden”, zegt Jelle. „Dat overleef je een kwartier, misschien een halfuur.”

Zondag zijn Jelle en Rein weer uitgevaren. „Voor ons is varen als autorijden voor anderen”, zegt Jelle. „Je gaat ervan uit dat er niks gebeurt, maar je hebt je kop er wel bij nodig.”