Het ingestorte dak schiep ook een band binnen AZ

AZ terug in Alkmaar Door het instorten van het stadiondak speelde AZ zijn thuiswedstrijden maandenlang in Den Haag. Aan de resultaten was dat niet te merken. Zondag ontvangt AZ koploper Ajax – thuis in Alkmaar.

Terwijl op zaterdag 10 augustus een officiële zomerstorm over Nederland raasde, met windstoten tot wel 104 kilometer per uur, stortte een deel van het dak van het stadion van AZ in. Elders vond een 58-jarige man uit Lopik de dood onder een vallende boom, maar de beelden van repen afgescheurd ijzer boven op honderden stoeltjes beklijfden die zomerdag het meest.

Dit kwam totaal onverwacht. Zeker omdat AZ al dertien jaar lang probleemloos in het stadion speelde. Beduusd waren ze ervan bij de Alkmaarse eredivisieclub. En vooral geschokt. Want als er die middag wel in het stadion was gevoetbald ... Niemand die daar lang bij stil wilde staan.

Door de materiële schade stond snel vast dat AZ voorlopig moest uitwijken naar een ander stadion, in dit geval dat van ADO Den Haag. Het ging uiteindelijk om zeven eredivisieduels en vier Europese thuiswedstrijden. Daarvan verloor AZ er slechts een, van sc Heerenveen. Drie duels eindigden gelijk, zeven in een overwinning. Alsof er niets aan de hand was, legde AZ zo de basis voor overwintering in Europa en de huidige tweede plaats.

Vier maanden na die zomerse storm speelt AZ zondag voor het eerst weer in het eigen AFAS Stadion, tegen koploper Ajax. ‘Welcome home’, staat er op een grote banner bij de entree van het stadion. Vanaf hun vaste stek zullen seizoenkaarthouders niettemin verwonderd om zich heen kijken. Zonder het verwijderde dak doet het stadion denken aan de modellen die in grote delen van Oost-Europa gebruikelijk zijn. Zo’n niet al te knusse badkuip waarin wind en water vrij spel heeft.

Drie betrokkenen blikken terug op de roerige maanden van AZ.

De trainer

Echt lekker voetbalweer wordt het niet. Vijf graden en regenachtig, zeggen de weersverwachtingen voor zondagmiddag in Alkmaar. „Maar ook als het regent weet ik zeker dat deze organisatie wel iets heeft geregeld voor de mensen”, zegt AZ-trainer Arne Slot vrijdagmiddag, warm en droog in de persruimte van het AFAS Stadion. „Geen dak, hoor, maar wel iets anders.”

Slot wil er maar mee zeggen hoe goed zijn collega’s de voorbije maanden voor hem en zijn ontheemde ploeg hebben gezorgd. „ADO heeft ons fantastisch ontvangen, maar het is ook bijzonder hoe de organisatie van AZ erin is geslaagd om ons daar in Den Haag thuis te laten voelen. Als trainer heb ik daarvoor geen extra moeite hoeven doen. Dat is de kracht van AZ, dat wij als team nauwelijks hebben gemerkt dat we niet hier maar daar speelden.”

„Dit team krijgt wat het verdient: een uitverkocht stadion”, zegt trainer Slot vrijdag, vooruitblikkend op de strijd tegen Ajax. „Ook voor het publiek is het fijn om weer naar een wedstrijd te kunnen gaan. Veel mensen hebben de moeite genomen om ons in Den Haag te zien spelen, wat echt bijzonder is. Er zijn ook veel mensen die dat ook gewild zouden hebben, maar voor wie dat niet mogelijk was. Voor die supporters vind ik het extra mooi dat we weer thuis spelen. Écht thuis. En nog eens tegen Ajax.”

Als trainer heeft hij de afgelopen maanden niet veel bijzonders hoeven doen om zijn ploeg op drift te houden, zegt hij. „Het enige is dat ik thuisduels wel iets anders benaderde. We gingen de dag van tevoren al naar Den Haag toe, om daar in een hotel te slapen. Ik heb ook besloten om dat voor de winterstop niet te veranderen. Dit weekend zullen we in Akersloot overnachten. Ik vond het niet handig om het nu ineens anders te doen.”

De sloper

De sloper in hem was tevreden. Als het stadion van AZ dan toch moest worden ontmanteld, dan maar door hem, dacht Kees de Groot, levenslang AZ-supporter.

De Groot, eigenaar van een gelijknamig sloopbedrijf uit Alkmaar, had vorig decennium al de oude, kneuterige Alkmaarderhout gesloopt voordat hij in de zomer van 2019 opnieuw door AZ werd gebeld met de vraag of hij iets voor de club kon betekenen. Het was het weekend van zaterdag 10 augustus, de dag dat een deel van het dak boven de Molenaar Tribune instortte.

De Groot dacht meteen aan zijn eigen plek in het stadion. Hij komt al jaren bij de club. Met een beetje pech had hij zomaar getuige van een stadionramp kunnen zijn als de spanten van het dak tijdens een thuiswedstrijd naar beneden waren gekomen.

Zijn gevoel heeft De Groot daarna uitgeschakeld. Er moest gewerkt worden. Opgegroeid in een familiebedrijf dat sloopt sinds 1954 is geen opdracht hem te groot. Met zijn personeel sloopt hij bruggen, sluizen, viaducten, woonwijken, fabrieken, bioscopen, winkelpanden en al het andere dat door brandschade, ouderdom of nieuwbouwplannen moet worden gedemonteerd.

„In dit geval hadden we eigenlijk geen idee hoe groot de klus zou worden. Wat begon met het veiligstellen van het betreffende dakdeel, leidde uiteindelijk tot de verwijdering van meer dan driekwart van het dak.”

Nu het demonteren erop zit, kan De Groot komend weekeinde weer zijn vaste stek innemen voor de kraker tegen Ajax. In de tussentijd zag de sloopondernemer hoe rustig de directie van de club bleef. Er was veel onzekerheid, maar de gapende wond in het dak etterde nimmer door in de bestuurskamer. „Gek genoeg schept het binnen de club ook een band, dat we met elkaar proberen op te lossen. Het voelde vreemd, maar ik was ook vereerd dat ik de klus mocht doen.”

Het ingestorte dak van het AFAS Stadion, in augustus van dit jaar. Foto Vincent Jannink/ANP

Door een te dunne lasverbinding in de dakconstructie bleek het middelste deel van de Molenaar Tribune niet berekend op de neerwaartse windkracht die het dak in augustus teisterde. De Groot demonteerde het gevallen deel en stelde het veilig voor de ingenieurs van HaskoningDHV die nader onderzoek verrichten. De rest van het dak was voor de schroot. „IJzer is honderd procent recyclebaar, dus het kan in van alles zijn omgezet”, zegt De Groot.

Wat hij had aangetroffen voor zijn hijskranen het stadion binnenreden, viel hem niet mee. „Eén fabrieksfoutje? Nou, laten we zeggen dat er wel wat meer aan de hand was met dit dak.”

De onderzoekers van Haskoning oordeelden eerder al dat de verbindingen te zwak waren ontworpen en dat het stadion ‘vermoeiingsverschijnselen’ vertoonde. Voorjaar 2020 volgt hun definitieve rapport. In mei wordt begonnen met de bouw van een nieuw dak.

De hoofdconstructeur

De man die dertien jaar geleden verantwoordelijk was voor het doorrekenen van de draagconstructie van het AFAS Stadion, vindt de afwikkeling van de instorting één grote show. „Zes maanden lang gaan onderzoekers in onze ontwerpen wroeten om iemand hier de schuld van te kunnen geven. Ik zeg je: dit had ook in een paar weken gekund.”

Hagenaar Andries Broersma heeft zich de voorbije vier maanden vooral zitten ergeren. Want waarom werd hij nooit betrokken bij het onderzoek? Als hoofdconstructeur is hij immers toch degene die het gebouw tot in de kleinste gaatjes kent. Ja, één belletje kwam er. Of hij zijn dossier even wilde afgeven aan de onderzoekers van Haskoning. Hij peinsde er niet over. De stapel is een meter hoog en bevat te veel privacygevoelige informatie. „Het hele dak gaat nu de schroot op. Maar het dak is op details uit de fabriek bezweken. Ik had exact geweten waar de fout zit. Niet één keer ben ik gevraagd om mee te kijken.”

Broersma staat nog helder voor de geest hoe groot oud-clubeigenaar Dirk Scheringa dacht bij de bouw van het stadion. Kooimeerplaza zou het complex gaan heten, met kantoorgebouwen, winkels en parkeergarages. De bouwvergunning lag er, maar uit besparingen werd uiteindelijk alleen het stadion zelf gebouwd, vlak voor Alkmaar, aan het eind van de A9.

Ook op dat ontwerp werd bezuinigd. Broersma had een duur gebouw geconstrueerd, erkent hij zelf. Voor Scheringa was dat reden om ook andere constructeurs te laten meekijken. Zo kwam Simon Romkes in beeld, met wie Broersma uiteindelijk de hele constructie nog eens onder de loep nam. Gevolg: er waren best wat punten waarop geld kon worden bespaard.

„Maar ondanks die besparingen voldeed het gebouw aan alle wetten”, stelt Broersma. Eén ding is hem en Romkes echter ontgaan, zegt hij: dat in de staalwerkplaats niet de juiste lassen zijn gelegd, de verbinding waarmee de stukken ijzer in de dakconstructie aaneen zijn gesmolten. „Een las is helemaal niet veel werk voor vakmannen. Ze leggen er een in een uurtje tijd. Maar ze hebben niet de juiste dikte aangebracht. Nu denk ik: waren we maar een dagje in die werkplaats gaan kijken.” Over de zonnepanelen die recent op het dak waren gelegd, zegt Broersma: „Dat heeft ook niet meegeholpen.”

De zoektocht naar het fatale mankement in de constructie, heeft geleid tot wantrouwen naar de constructeurs, merkt hij. Broersma: „Alles wat wij hebben bedacht, wordt nu gecontroleerd. Achteraf is bij het meest gevoelige onderdeel van de constructie een fout gemaakt. Als je een boekenplank ophangt aan te klein boutje, valt-ie ook naar beneden. Wij waren te gefocust op die boekenplank.”