Opinie

Gaat de politieke verloedering van Engeland gewoon door?

De Britse Lagerhuisverkiezingen zullen geen einde maken aan de enorme verdeeldheid die er in het land is ontstaan, vermoedt Hubert Smeets.

Hubert Smeets

De komiek in de politiek: het is een trend die meestal opduikt als een land in crisis verkeert en behoefte heeft aan gratis wodka. Ook in het Verenigd Koninkrijk, dat zijn eigen politieke cultuur toch al de puntigste ter wereld vindt, meldde zich een grapjas. Komediant John Harvey stelde zich kandidaat voor het Lagerhuis in Uxbridge and South Ruislip, niet toevallig het kiesdistrict waar ook premier Johnson herkiesbaar was. Als Count Binface, getooid met een roestvrijstalen vuilnisbak over zijn hoofd, presenteerde hij daar zijn operettemanifest tegen Johnson: 20.001 nieuwe politieagenten („waarom stoppen hij 20.000, Boris”), per week een biljoen pond extra (inderdaad 10 tot de 12e macht) voor de publieke gezondheidszorg, een referendum over de vraag of er een referendum komt plus de nationalisatie van modeltreintjes én zangeres Adele. Tijdens de verkiezingsavond riep een kiezer: „Je voelt je in een parallel universum, als de geloofwaardigste kandidaat Count Binface is.”

Toch ben ik vannacht niet wakker gebleven om de resultaten via de BBC te volgen, zelfs niet om te kijken hoe presentator Huw Edwards, de opvolger van de eeuwige anchor David Dimbleby, het zou doen. De parlementsverkiezingen doen er namelijk minder toe dan het (folkloristische) spektakel suggereert. Het gaat in Engeland en omstreken om iets anders.

Is dat niet vloeken in de kerk voor een rechtgeaarde democraat? Voor alle uitstap- of blijf-varianten rond de Brexit maakt het toch uit wie de meerderheid in het Lagerhuis heeft gehaald? Dat is allemaal waar. Maar zullen de verliezers dat ook accepteren? Vermoedelijk niet. Door de Brexit staan er sinds 2016 twee typen volkswil tegenover elkaar: de directe volkswil via het referendum en de indirecte volkswil via de parlementaire verkiezingen.

Die confrontatie is uitgedraaid op een onverzoenlijke tweedeling. Bij het referendum in 2016 ging het al om zwart-wit: ‘leave’ of ‘remain’. Sindsdien zijn grijstinten alleen maar verdachter geworden. Dat was de kleur van „lafaards” in een „dood parlement”, zei Johnsons juridische rechterhand Geoffrey Cox eind september in het Lagerhuis, terwijl hij tegenstanders van de Brexit kwalificeerde als „kalkoenen” voor de Kerst die, kortom, onontkoombaar zouden worden geslacht.

Dat klonk welsprekend. Maar eigenlijk maakte Cox het parlement te schande. In een democratie zijn er geen kalkoenen die worden opgegeten. In een democratie zijn de meeste besluiten wel omkeerbaar. Hoe graag politici ook beloven dat zij problemen eens en voor altijd kunnen oplossen, die daadkracht duurt niet langer dan de volgende verkiezingen. Dat is geen slappe thee van ruggengraatloze lieden, dat is de kern van een democratische maatschappij. Zoals een bajes waar de gevangenen zelfs niet kunnen dromen over een ontsnapping, een hel op aarde wordt, zo verkeert een bestuurlijk bestel waarin de winnaars alles hebben en de verliezers niets, in een permanente staat van politieke burgeroorlog – of wordt een dictatuur.

De vraag is dus of de verliezers van gisteren vandaag hun electorale lot aanvaarden zonder hun maatschappelijke verantwoordelijkheid morgen te grabbel te gooien. Zo niet, dan stuiten deze verkiezingen niet de politieke verloedering die sinds de Brexit over Engeland vaardig is geworden.

Het is geen wilde gok om te voorspellen dat de kans dat de ‘uncivil war’ ook na 13 december gewoon doorgaat, groter is dan het gevaar dat zangeres Adele zal worden genaast.

Oost-Europa-expert Hubert Smeets werkt bij het kenniscentrum Raam op Rusland. Hij schrijft om de week met redacteur geopolitiek Michel Kerres over de kantelende wereldorde.