Reportage

Besluit over nieuwe onderzeeboten valt pas in 2022

Defensie hakt nog geen knoop door voor de aanschaf van nieuwe onderzeeboten en gaat met drie partijen verder. Alleen het Spaanse Navantia valt af.

De Walrusklasse, hier de Zeeleeuw, moet de komende jaren worden vervangen door een nieuwe generatie onderzeeboten. Foto ANP
De Walrusklasse, hier de Zeeleeuw, moet de komende jaren worden vervangen door een nieuwe generatie onderzeeboten.

Foto ANP

Voor de bouw van vier nieuwe onderzeeboten zijn nog drie partijen in de race, één partij is afgevallen. De definitieve beslissing over de miljardenorder valt naar verwachting in 2022.

Dit staat in de zogeheten B-brief die staatssecretaris Barbara Visser (Defensie, VVD) vrijdag naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. Van de vier betrokken werven is het Spaanse Navantia afgevallen. Het ministerie van Defensie gaat verder met het Nederlandse Damen dat met het Zweedse Saab samenwerkt, met de Franse Naval Group, dat een combinatie vormt met Koninklijke IHC en met ThyssenKrupp Marine Systems (TKMS) uit Duitsland.

De Nederlandse Industrie voor Defensie en Veiligheid (NIDV), de belangenbehartiger van de Nederlandse veiligheidsindustrie, is teleurgesteld dat het kabinet geen definitieve keuze heeft gemaakt. „Met uitstel laat het kabinet zien dat het niet hardop durft te kiezen voor Nederlandse industriële innovatie en Nederlandse banen ”, zegt NIDV-directeur Ron Nulkes in een persbericht.

Het was een publiek geheim dat het NIDV en ook Defensie een grote voorkeur hadden om met één partij verder te gaan: met de combinatie tussen het Nederlandse Damen en het Zweedse Saab. Dat leidde weer tot irritatie van botenbouwer Koninklijke IHC, de partner van Naval, die ook Nederlands is.

Lees ook: de lobby voor nieuw Nederlandse onderzeeboten

Toch komt het uitstel niet als een verrassing. Bij de aanbesteding gaat het om veel geld: minimaal 2,5 miljard euro, mogelijk zelfs 3,5 miljard euro. Plus een onderhoudscontract van dertig jaar waar vermoedelijk nog eens 7 miljard euro mee gemoeid is. Daarnaast spelen ook andere belangen en wensen. De marine wil moderne onderzeeboten die aan hoge eisen voldoen. De vier coalitiepartijen willen dat de order de Nederlandse industrie veel omzet en werkgelegenheid oplevert. Tegelijkertijd moeten ook de betrekkingen met Frankrijk (Naval) en Duitsland (TKMS) worden meegewogen. Dat is een ingewikkelde en tijdrovende puzzel voor het kabinet.

Onrust bij Onderzeedienst

Dat de knoop waarschijnlijk pas in 2022 wordt doorgehakt, is fors later dan verwacht. Algemeen werd uitgegaan van 2021 en zelfs het rondzoemen van dat jaar in verschillende media leidde al tot onrust bij de marine, waar sommigen vrezen dat uitstel leidt tot afstel. Commandant Zeestrijdkrachten vice-admiraal Rob Kramer zag zich eerder deze week genoodzaakt het personeel van de Onderzeedienst gerust te stellen, schreef hij op twitter.

Het komt ook door eerder uitstel: de b-brief werd aanvankelijk al vorig jaar november verwacht. In de tussentijd publiceerde het kabinet ook de Defensie Industrie Strategie, een richtlijn om de Nederlandse industrie zo veel mogelijk te betrekken bij grote defensie-aankopen. Daar pasten de vier werven die toen in de race waren hun voorstellen op aan.

De drie overgebleven combinaties gaan nu met Defensie verder praten over meer specifieke eisen die worden gesteld aan de onderzeeboten. Het is vooral een teleurstelling voor de combinatie Damen-Saab, die lange tijd dacht de miljardenorder nu al binnen te halen.