Reportage

Belg worden? Terug naar het VK? Britten in Brussel voelen zich verweesd

‘Brexodus’ uit Brussel Nu Brexit op 31 januari lijkt te gaan gebeuren, komt een ‘Brexodus’ op gang bij de dertigduizend Britten in Brussel. „Het doet pijn. Elke dag.”

Ierse/Britse pub The Hairy Canary in Brussel.
Ierse/Britse pub The Hairy Canary in Brussel. Foto Ivan Put

Lemon drizzle en flap jack, „ze zain echt yummy!”, prijst Carol Jones haar zelfgebakken koeken aan. Net als haar vriendinnen praat ze „a bitje” Nederlands. Genoeg om zich te redden in Brussel.

In hun clubhuis hebben de vrouwen van de British & Commonwealth Women’s Club of Brussels (de BCWCB) de bridgezaal omgetoverd tot een vintage kledingmarkt voor een goed doel. Brusselaars struinen langs de rekken, op zoek naar koopjes. Jones en de andere BCWCB-vrouwen bespreken in de pantry, de kleine clubhuiskeuken, het laatste Brexitnieuws.

„Níét aan de Brexit denken is onmogelijk, het hangt als een schaduw over onze levens”, zegt Catriona White. De Schotse kwam in 1974 naar Brussel om er te werken als tolk voor de Europese instellingen. „Bijna veertig jaar heb ik mijn best gedaan voor het Verenigd Koninkrijk in Europa. Toen kwam het Brexit-referendum in 2016. Total disaster.” Sinds de verkiezingsuitslag van donderdag is er volgens White maar één lichtpuntje in het Brexitverhaal: „We hebben nu op z’n minst een datum die onvermijdelijk is. Maar dát het er van komt, blijft voor mij een nauwelijks te bevatten drama.”

De Brexit-klap kwam hard aan in de ruim 30.000 zielen tellende Britse gemeenschap in Brussel. White en haar generatiegenoten herinneren zich nog hoe hun land in 1973 toetrad tot de Europese Economische Gemeenschap (EEG), de voorloper van de EG en later de EU. „Mijn twee zonen groeiden hier op tot echte Europeanen”, zegt White. „Nu zijn ze ontgoocheld. Het doet pijn. Elke dag.”

Vergeten miljoen

Brexit lijkt nu echt op handen na de verkiezingswinst van Boris Johnson deze week. De deadline: 31 januari, zoals Johnson eerder met de EU overeen kwam.

Dat betekent onvermijdelijk ‘Brexodus’. De Britse eurocraten en hun gezinnen, wonend en werkend in EU-hoofdstad Brussel, weten dat. Ze leven tenslotte al jaren met het idee dat hun uittocht nabij is. Maar: is het Verenigd Koninkrijk, dat zo nadrukkelijk de EU de rug toekeert, nog ‘thuis’?

Catriona White kreeg één minuut na de exitpoll, afgelopen donderdagnacht, een telefoontje van een van haar zonen – onlangs verhuisde hij voor zijn werk van Brussel naar Londen. „Hij zei: ‘Mam, ik wil hier weg, ik kom terug’. Hij ziet voor zichzelf geen toekomst meer in Londen.”

De Britten in Brussel bouwden de afgelopen decennia een sterk sociaal weefsel, met een Royal Brussels Cricket Club, Britse pubs en speciale kerkdiensten voor de anglicaanse gemeenschap. Ze ontmoeten elkaar in boekhandel Sterling Books of aan de toonbank van Wesley’s Butcher Shop in de Brusselse gemeente Schaarbeek. In de lommerrijke randgemeente Tervuren wonen ruim vijftienhonderd Britten. Hun kinderen gaan er naar de British School.

De Britse ziel hoort onlosmakelijk bij Brussel. In een stad waar menig EU-werknemer verblind wordt door liefde voor ‘het project Europa’, biedt de iets sceptischer Britse benadering van de EU een welkom tegenwicht. Na een werkdag vol Frans-Duitse ernst in de EU-wandelgangen delen Britse eurocraten in Brusselse pubs als The Old Hack en The Hairy Canary met humor doorspekte anekdotes over ‘die Europese wettenfabriek’.

Maar nu de Brexit dichtbij komt, wordt er nog maar weinig gelachen. De zorgen onder de Britten zijn groot.

Lees ook: De Brexit komt er nu toch echt aan

Het gesprek van de dag: ‘Ben je al Belg geworden?’ Voor de Britten die na Brexit vanwege gezin en financiële zekerheid in Brussel willen blijven, is het dé oplossing. Als genaturaliseerde Belg blijven ze onderdaan van een EU-land waardoor ze voor de EU-instellingen kunnen blijven werken.

Sinds het Brexit-referendum in 2016 zijn volgens het Belgische bureau voor de statistiek al 3.630 Britten Belg geworden. In de eerste 6 maanden van dit jaar werden 773 Britten Belg, 64 procent meer dan tijdens de eerste helft van 2018.

„De toenemende onzekerheid heeft velen in onze gemeenschap depressief gemaakt”, zegt bisschop Robert Innes van de Holy Trinity-kerk in Brussel, verscholen achter grote winkelpanden aan metrostation Louiza. Veel van zijn kerkgangers werken voor de EU. „Ze vertellen me hoe onbegrepen ze zich voelen. We bidden samen.”

Bishop in Europe’ Innes – hij vertegenwoordigt de anglicaanse kerk in heel Europa – houdt kantoor naast de kerk. De ‘vergeten miljoen’ noemt hij het ruim 1 miljoen Britten levend buiten het VK, elders in de EU. „Meedoen aan het Brexit-referendum konden ze niet, want stemrecht raak je als Brit kwijt na vijftien jaar afwezigheid. Maar ze worden het hardst van iedereen getroffen. Zij zullen de mogelijke gevolgen van een Brexit, zoals verlies van pensioen en recht op zorg, direct voelen.”

Voor de Britten in Brussel is volgens Innes het verdriet extra groot. „Thuis zijn ze in keiharde campagnes door de brexiteers uitgemaakt voor faceless bureaucrats die ‘Brussel’ slaafs dienen. Ze hebben wel degelijk een gezicht. Ze gaven hun leven aan de EU als een unie van welvaart en vrede. Maar dat is allemaal voor niks geweest, is de bittere boodschap van Brexit.”

De sfeer in een Britse pub in Brussel op de dag na de verkiezingen in het Verenigd Koninkrijk. Foto Ivan Put

Ballingschap

„Ik voel me niet trots meer om Britse te zijn.” Karen Jex doet met haar dochter kerst-inkopen in de Britse supermarkt Stonemanor in de glooiende rand rond Brussel. „Voor een goeie kerstcake moet je op tijd beginnen”, zegt Jex. „Het gedroogd fruit moet gedrenkt worden in brandy of rum. Mijn man is Zweed, hij haat onze cake. Mijn dochter en ik zijn er gek op.”

De Stonemanor, met een assortiment van duizenden Britse producten uit het Verenigd Koninkrijk, is een walhalla voor de Brusselse Britten. Voorlopig heeft manager Deborah George. over klandizie niet te klagen. Op zaterdagmiddag laden de Britten de winkelwagens vol. „We vinden hier alles wat we nodig hebben”, zegt Jex’ dochter Susannah. Die groeide in Brussel op en loopt nu stage bij de Europese Commissie. Ze hoopt daarna op een vaste EU-baan, ook al hoort haar eigen land niet meer bij de club. „Ik had het snel geregeld, ik heb dankzij pa nu de Zweedse nationaliteit.”

Op haar werk in de EU-wijk zijn Susannah en haar collega’s zich al aan het voorbereiden op de dag dat ze afscheid moeten nemen van de Britse collega’s. Susannah wil een „waardige ceremonie”: de overdracht van de Britse vlag, met muziek en toespraken. „Ik voel zo veel verdriet voor al die Britse jongeren die na Brexit geen kans meer hebben op een Europese baan of een studie met een Europese Erasmusbeurs.”

Op het verwarmde terras van bistro The Grapevine, aan de voet van het Europees Parlement (EP) aan het Luxemburgplein, somt Adam Bowering de namen op van Britse collega’s die al zijn vertrokken. „Die zijn gesprongen voordat ze werden geduwd.”

Zijn collega James Carey licht toe: „Ze durfden een eerdere Brexit-deadline dit jaar, op 29 maart, niet af te wachten, pakten hun koffers en keerden terug naar het VK. En toen die deadline was verstreken, kregen ze onmiddellijk spijt.”

Adam: „Ze missen de power van de Europese politiek. In Brussel speel je op meerdere schaakborden tegelijk. Thuis in het VK doen ze nu onbeduidend werk voor een backbench-parlementariër in Westminster.”

Adam en James, begin-dertigers, namen de gok en bleven op hun post. Allebei werken ze voor Britse Europarlementariërs. Waarschijnlijk staan ze na 31 januari op straat. De voltallige Britse delegatie – 73 Britse Europarlementariërs en hun entourages – verdwijnt dan uit het EP.

Terug naar huis is „geen optie”, zegt Adam. „Brexit heeft het VK gespleten. Zelfs over de perceptie van hoe het land er na de Brexit zal uitzien heerst totale verdeeldheid.” James maakt zich zorgen over familie en vrienden thuis, „want het wordt een drama in de Britse gezondheidszorg en op de arbeidsmarkt.” Je bent Brit, maar je hoort niet meer thuis in het VK, zegt James. „Ik leef in Brussel in ballingschap.”

Komkommers en condooms

De twee hebben geen goed woord over voor de Britse tabloid-correspondenten die de laatste decennia vanuit Brussel „hatelijke onzin over de EU” verspreidden.

‘Euro headquarters to be blown up’, was de kop boven het stuk van één van die correspondenten, de huidige Britse premier en brexiteer Boris Johnson. Na de vondst van asbest moest het Brusselse Commissiegebouw begin jaren negentig worden gerenoveerd. Het ‘hoofdkwartier moet worden opgeblazen’, maakte Johnson daarvan.

Als zevenjarige was Boris voor het eerst naar Brussel gekomen toen zijn vader Stanley er in 1973 ging werken voor de Europese Commissie. Hij zat twee jaar op de Europese School in de rijke Brusselse gemeente Ukkel. Maar vanwege de psychische problemen van zijn moeder werd het expatleven voor het gezin ingewikkeld en verhuisde de jonge Boris terug naar het VK. Na kostschooljaren en een studie aan Oxford werd hij journalist en mocht in 1989 voor The Daily Telegraph als EU-correspondent naar Brussel.

Hij ontwikkelde zich tot kwelgeest van de eurocraten, met grotendeels verzonnen verhalen. Volgens Johnson voerde de EU een condoom met standaardlengte in, die voor Britten te klein en voor Italianen te groot zou zijn. ‘Brussel’ zou kromme komkommers, zelfgemaakte jam en te veel blote borst bij barmeisjes verbieden. Britse vissers moesten van de Commissie voortaan haarnetjes dragen. The Daily Telegraph werd daarmee een van de tabloids die de anti-EU-stemming in het VK voedden. Maar in die jaren leek het nog onschuldig. „Met Boris was het altijd lachen”, herinneren Brusselse journalisten zich die tijd. Johnson stond bekend als „belezen, geestig en charmant”. Zijn huwelijksfeest in Brussel werd legendarisch. „We dansten als gekken.”

Een kwarteeuw later ziet EP-werknemer James Carey de humor er niet van in. „De Britse media moeten zich kapot schamen.”

Hij heeft inmiddels een Iers paspoort geregeld. „Dankzij mijn Ierse vader blijf ik een EU-onderdaan en kan ik na de Brexit op zoek naar een andere EU-baan. Maar de existentiële twijfel zal gaan knagen: ik werk dan voor een project dat mijn vaderland de rug heeft toegekeerd.” Zijn collega Adam Bowering is onlangs Belg geworden. „Maar als Britten blijven we elkaar opzoeken in Brussel. Het is een kameraadschap zoals onder werknemers die bij elkaar steun en troost zoeken als hun bedrijf failliet gaat.”

De Ierse pub Kitty O’’ Sheas in Brussel
Gasten van pub Kitty O’’ Sheas
Foto Ivan Put

Puinruimen

In het trappenhuis van het clubhuis van de British Women’s Club hangt een groot portret van koningin Elizabeth. „Wij Britten voelen ons hier in de steek gelaten”, zegt gepensioneerd EU-tolk Catriona White. Meteen na het Brexit-referendum in 2016 begon ze de naturalisatieprocedure en nu is ze Belg. De Brexit is een illusie, zegt ze. „Het grote VK van weleer is nu een klein eiland. Wat denken de Britten? Dat Donald Trump voor hen klaar staat? Van hem krijgen ze niets.”

Veel clubleden keerden toch terug naar het VK. „Om dichtbij kinderen en kleinkinderen te zijn”, zegt White.

Claire Garrett en haar man Simon blijven in Brussel. „Simon runt nu een verhuisbedrijfje, Simon With Van. Hij verhuist Britten terug naar het VK.”

Op club-avonden horen ze elkaars verhalen aan, over hoe de Brexit families verscheurt. „Ik weiger Belg te worden”, zegt Carol Jones. „Ik zal altijd Engelse blijven, ik heb daar nog mijn huis en tuin waar ik marmelade maak. Maar mijn man is wel Belg geworden. Hij wil dichtbij zijn kleinkinderen zijn. Die wonen hier, in België.”

Lees ook: Nederlandse Britten: ‘Ze laten ons gewoon zitten’

Bisschop Robert Innes van de Holy Trinity-kerk begrijpt het gevoel van ontheemding. „Het ís een soort ballingschap. In jouw land hoor je niet meer thuis en als je er op bezoek gaat wordt er op je neer gekeken, want je bent die Brusselaar. ‘Hoe kún je je met Brussel vereenzelvigen?’ Met die walging worden ze geconfronteerd.”

Achter de Brexit schuilt volgens de bisschop „het moreel-politieke verval in het VK”. „Brexit kwam er omdat de kloof tussen arm en rijk bleef groeien, maar politici wegkeken. De niet-gehoorden schreeuwden het toen uit: ‘Brexit!’ Maar het EU-lidmaatschap was nooit het échte probleem. Ondertussen blijven de sociaal-economische problemen onbesproken.”

In The Grapevine bestellen James en Adam nog een laatste pint. „Brexit verdwijnt de komende dertig jaar niet uit beeld”, verzucht Adam. „Straks zal blijken dat de exit nog het eenvoudigste deel was. Daarna begínt het pas: cleaning up the mess!

Puinruimen dus – het is al ontdekt door adviesbureaus die neerstrijken in Brussel. „Een cynisch bedrijfsmodel”, grijnst Adam. „Maar er zal veel werk zijn in de volgende fase.

In het post-Brexit-tijdperk zullen Britse politici en bedrijven de deur plat blijven lopen in Brussel, om oude relaties af te bouwen en nieuwe relaties aan te gaan.” Als zijn werk voor de Britse Europarlementariër stopt overweegt hij „zo’n puinruim-baan. I need a job, you know”.

Maar het kan ook anders lopen, hoopt James. „Er komt vast een moment dat het VK zich bedenkt en weer terugkeert. En dan gaan Adam en ik de Britse comeback regelen.”