Alternatief voor wie niet wil pendelen: wonen op twee plekken

Wonen bij je werk Anderhalf uur per dag – langer wil de Nederlander niet pendelen. Sommigen kiezen daarom voor een extra woning, vlak bij hun werk.

Illustratie Pepijn Barnard

Rutger Schonis (43), Tweede Kamerlid voor D66, heeft vanochtend ontbeten met twee boterhammetjes met jam. Kaas, vleeswaren of iets anders was er niet meer in zijn eenkamerappartement in Den Haag. „Dat is een praktisch gevolg van wonen op twee plekken: je hebt ook twee koelkasten te vullen. Thuis in Middelburg is er meestal genoeg, maar hier in Den Haag schieten de boodschappen er weleens bij in.”

In politiek Den Haag is het een vrij gebruikelijke constructie om twee woonplaatsen te hebben als alternatief voor dagelijks op en neer reizen naar huis. Van de negentienkoppige D66-fractie bijvoorbeeld pendelen al zes leden, vanuit Groningen, Zeeland of Gelderland.

Zo’n tweede ‘thuis’ is logisch, want de werkende mens wil liever niet meer dan negentig minuten per dag kwijt zijn aan op-en-neer-gereis. Dat zegt de Brever-wet, een verkeerskundig principe dat een samenvoeging is van Behoud van REistijd en VERplaatsing. Die ‘wet’ stelt dat mensen zich maximaal zeventig tot negentig minuten per dag (willen) verplaatsen. Daar zit dan alles bij: boodschappen doen, naar de sportschool fietsen en woon-werkverkeer. Aan dat laatste zijn Nederlanders die meer dan dertig uur in de week werken gemiddeld 31 minuten kwijt.

Lees ook: Wonen in Zeeland, naar school in België

Wie meer dan die negentig minuten kwijt is aan reizen, zal overwegen te verhuizen – of een tweede locatie inrichten als parttime woonplek. Het is niet bekend hoeveel Nederlanders zo’n extra woonlocatie hebben. Dat is ook moeilijk te meten, aangezien de één logeert bij een bekende, de ander tijdelijk in een vakantiehuisje slaapt en een derde echt een huis, appartement of kamer koopt of huurt.

Segmenteren

Of dat nu een goed idee is, hangt volgens Michelle Van Laethem, arbeidspsycholoog bij de Universiteit van Amsterdam, af van of je een ‘integreerder’ of ‘segmenteerder’ bent. „De integreerder kan makkelijk switchen tussen rollen in zijn leven: thuis nog even een werkmailtje beantwoorden, of juist op het werk een appje sturen naar je partner. Anderen houden die rollen liever gescheiden. Intuïtief voel je waar je eigen voorkeur naar uitgaat.”

Met een tweede woonlocatie word je gedwongen om te segmenteren. Als daar niet je voorkeur naar uitgaat, kun je daar behoorlijk ongelukkig van raken, zegt Van Laethem.

Bij het NIOZ, een oceanografisch onderzoeksinstituut op Texel, is huisvesting bij een sollicitatiegesprek daarom altijd een onderwerp, vertelt hoofd personeelszaken Willeke Nederlof. Vanwege de specialistische onderzoeksfaciliteiten trekt het instituut werknemers uit heel Nederland. Vaak moeten de sollicitanten verhuizen om bij het NIOZ te komen werken. „In onze vacatureteksten geven we daarom al aan dat we extra begeleiding en ondersteuning bieden en dat we ruime verhuis- en herinrichtingsvergoedingen hebben. We weten dat het een potentieel afhaakmoment is voor mensen, en dat wil je natuurlijk voorkomen.”

Van de 230 NIOZ-medewerkers woont grofweg 60 procent ‘aan de overkant’, zoals Texelaren dat zeggen, vaak in de kop van Noord-Holland. 40 procent woont op het eiland zelf, onder meer op de eigen campus. Bij het NIOZ hebben volgens Nederlof ongeveer tien mensen twee woonlocaties in Nederland, onder wie zijzelf en de directeur – beide pendelend tussen Overijssel en Texel.

Ze heeft zo het beste van twee werelden, vindt ze. „Doordeweeks vergader ik met uitzicht op de Waddenzee, in het weekend banjer ik door de Overijsselse bossen. Dat vind ik een grote luxe.”