Opinie

Afghanistan Papers maken steun aan missies moeilijker

De Amerikaanse regering wist jarenlang dat de VS de oorlog in Afghanistan niet kon winnen. Diplomatie is de enige uitweg, schrijft .
Een Nederlandse ISAF-eenheid in de provincie Uruzgan.
Een Nederlandse ISAF-eenheid in de provincie Uruzgan. Foto Rick Nederstigt/ANP

Voor president Trump is het als een politiek kerstgeschenk. Juist deze president roept voortdurend dat het Amerikaanse leger weinig tot niets te zoeken heeft in verre oorden als het Midden-Oosten. Nu krijgt hij de wind in de zeilen dankzij de openbaarmaking door de Washington Post van honderden interviews met topmilitairen en andere hooggeplaatste betrokkenen bij de al achttien jaar durende Afghanistan-oorlog. De documenten zijn door de krant de Afghanistan Papers genoemd.

Allen tezamen schetsen deze ‘Afghanistan insiders’ één groot foutenfestival waar Trumps voorgangers Bush en Obama politiek hoofdverantwoordelijk voor waren. Een topfunctionaris uit de Nationale Veiligheidsraad merkte in 2016 al op: „Het was onmogelijk om goede statistieken te maken. We probeerden aantallen getrainde troepen te gebruiken, geweldsniveaus, controle van terrein – geen daarvan schetste een nauwkeurig beeld. De statistieken werden voor de duur van de oorlog altijd gemanipuleerd.”

Het is een historische constante dat het grote publiek bij een oorlog een optimistisch beeld krijgt voorgeschoteld. Zowel wat betreft het verloop van de strijd als voorspellingen over de afloop. Maar toch, in een moderne democratie mogen burgers van politici zoveel mogelijk betrouwbare informatie verwachten.

Burgers betalen met veel belastinggeld voor deskundigheid en in wezen voor succes. In al die jaren zijn er maar liefst 775.000 Amerikaanse militairen, deels ook bij herhaling, ingezet in Afghanistan.

Op strategisch terrein werden grote blunders begaan. Na de aanslagen van 11 september 2001 besloot het Witte Huis onder Bush tot een bliksemoorlog met als helder doel het uitschakelen van Al-Qaida. Slechts 20.000 grondtroepen zouden worden ingezet bij deze ‘Operation Enduring Freedom’. Het ging niet om nation-building zei Nationale Veiligheidsadviseur Condoleezza Rice: „Er is niets verkeerd aan ‘nation-building’ maar wel wanneer het gebeurt door het Amerikaanse leger.”

100.000 militairen

Augustus 2002 was het moment van ‘mission accomplished’ al aangebroken. Bin Laden en veel Al-Qaidastrijders waren op de vlucht geslagen. Minister van Defensie Donald Rumsfeld sprak van een adembenemende prestatie en „de glorie van de Amerikaanse luchtbombardementen”.

De troepen kwamen echter niet thuis. Onder de presidenten Bush en Obama bereikte het aantal militairen uiteindelijk de 100.000. De Afghanistan papers laten zien dat de VS streefde naar een democratie met een gecentraliseerd presidentschap naar Amerikaans model. Dat werkt niet in een land met juist een gedecentraliseerde tribale cultuur. Ook het kapitalistische vrijemarktmechanisme moest worden ingevoerd. Maar in Afghanistan wordt nog veel aan ruilhandel gedaan. Het land is ook door en door corrupt. Diverse geïnterviewden geven aan dat het land overspoeld werd met dollars. Functionarissen wisten niet wat er mee gedaan moest worden. En zo verdween veel in de zakken van profiteurs, waaronder ook de aanvankelijk vertrouwenwekkende president Karzai, die goed Engels spreekt en een contactpersoon van de CIA was geweest.

Lees ook deze column van Tom-Jan Meeus: Terrorisme bestrijden: goed voor de handel

Ik herinner me de eerste Afghanistanconferentie in Den Haag in 2009. Obama’s minister van Buitenlandse Zaken Hillary Clinton weigerde er te praten met de corrupte Karzai. Tot 2014 bleef zijn machtspositie onaangetast.

De VS en hun bondgenoten bouwden scholen, ziekenhuizen en verbeterden de infrastructuur. Generaal David Petraeus, befaamd om zijn snelle powerpointpresentaties, liet op een conferentie in het Haagse Vredespaleis met veel plaatjes en cijfers zien welke enorme vooruitgang werd geboekt. Obama sprak uit dat hij niet geloofde in een nieuw Zwitserland in Azië, maar hij liet zich toch overtuigen dat een ‘counter-terrorism strategie’ ook nation-building inhield.

Alle troepen terug?

Progressieve Democratische presidentskandidaten als Elizabeth Warren en Bernie Sanders steunen nu in feite Trumps terugtrekkende bewegingen uit brandhaarden als Afghanistan en Irak, al behoudt de president er wel een beperkt aantal troepen. Amerika is oorlogsmoe. Tijdens mijn bezoek aan een Trumprally afgelopen oktober in Minneapolis constateerde ik dat het meest langdurige applaus opklonk toen Trump sprak over „dwaze” oorlogen ver weg. Van de meer dan 2.300 Amerikaanse doden en meer dan 20.000 gewonden in Afghanistan zijn er relatief velen afkomstig van ‘Trumps’ platteland.

Ook de Amerikaanse burgers hebben echter, hoezeer zij zich ook richten op de eigen natie, baat bij een veilige wereld. Maar onder Trump trekken de VS zich ook terug uit allerlei internationale verdragen en blijft een kale Amerikaanse buitenlandse politiek over.

In plaats van te bezuinigen op diplomatie zou er juist extra in moeten worden geïnvesteerd. Uit de interviews wordt duidelijk dat de Taliban al in een vroeg stadium een politieke deal wilde sluiten met de Amerikanen en bondgenoten.

Het overleg met de Taliban dat Trump had opgestart, met als doel om een staakt het vuren te bereiken en inter-Afghaanse onderhandelingen op gang te brengen, werd in september afgeblazen. Nu wordt in Doha toch weer gepraat. Het is een wijze les uit de Afghanistan papers om dat proces zo spoedig mogelijk te intensiveren.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.