Reportage

Brood! Yoghurt! Langs Duitse afvalcontainers voor een betere wereld

‘Dumpster diving’ Voedsel uit afvalbakken ‘redden’ van verspilling, is populair in Duitse studentensteden. Maar de rechter ziet het als diefstal. Een avondje mee op containertour.

In de afvalcontainer van een grote bakkerij in Göttingen: hele broden, bolletjes, stokbroden, croissants en zoete broodjes. Studenten nemen mee wat nog eetbaar is, zoveel als ze kunnen dragen.
In de afvalcontainer van een grote bakkerij in Göttingen: hele broden, bolletjes, stokbroden, croissants en zoete broodjes. Studenten nemen mee wat nog eetbaar is, zoveel als ze kunnen dragen. Foto Fabian Berg

Een onderdrukt gejubel klinkt op als in het donkere hoekje bij de afvalcontainers de deksels opengaan. Goed spul! En veel!

Het is even voor tien uur ’s avonds. De grote deuren waar vrachtwagens overdag levensmiddelen afleveren bij deze groothandelssupermarkt zijn dicht. Het gebouw, in een buitenwijk van de Midden-Duitse stad Göttingen, ligt er verlaten bij. Voor acht studenten de perfecte omstandigheden om hun slag te slaan.

„Yoghurt!”, roept een van hen terwijl hij een emmer met vijf liter bosvruchtenyoghurt uit een container tevoorschijn tilt. De uiterste verkoopdatum is ruim een week verstreken. Maar in de koelkast, doceert Mischa Bareuther (31), die veel ervaring heeft in het ‘redden’ van weggooide levensmiddelen, „blijft deze yoghurt nog twee maanden na de datum prima eetbaar”.

Aardappelsalade met spek

Een krop ijsbergsla, een netje ronde kaasjes in rode was, een grote plastic zak met afbakfrietjes, een pak olijven, een paar appels, kleine bekers yoghurt en andere toetjes – alles wordt uitgestald op een stapel pallets. Er komt een emmer aardappelsalade met spek bij, twee luchtdicht verpakte haringen, een paar pakken houdbare melk, een stuk gerookte mozzarella. Alleen een doos met 65 centimeter lange snoepstokken wordt onder algemene instemming meteen aangebroken.

De studenten zijn op deze koude decemberavond op ‘Containertour’. Op de fiets gaan ze – voorzien van grote rugzakken en boodschappentassen – de afvalbakken langs van groothandels, supermarkten en grote bakkerijen. Op zoek naar nog eetbaar voedsel.

Niet omdat ze honger hebben, of geen geld om voor hun eten te betalen. Maar uit protest tegen de massale verspilling van voedsel. Containern heet dat in Duitsland, dumpster diving in veel in andere landen. Vooral in Duitse studentensteden is het een populair, zij het illegaal fenomeen.

Bijna volle maan

Opeens gaat het licht uit en schijnt alleen de bijna volle maan nog op het vrolijke tafereeltje. „Altijd precies om tien uur”, weet een van de studenten. Bijgelicht met mobiele telefoons graaft men verder, de ervaren Bareuther heeft een soort mijnwerkerslampje op zijn voorhoofd aangeknipt.

Jaarlijks wordt in Duitsland zo’n 12 miljoen ton levensmiddelen weggegooid. De regering stelt zich ten doel dat tot 2030 te halveren. Dit reduceert de afvalberg en draagt bij aan de bescherming van het klimaat, omdat bij voedselproductie CO2 vrijkomt. Vanaf komend jaar moeten de lidstaten van de EU bijhouden hoeveel voedsel in hun land wordt verspild, vanaf 2022 moeten ze die cijfers melden aan de Europese Commissie.

„Ik weet dat we hiermee de wereld niet redden”, zegt Bareuther over het containern. „Het is een druppel op een gloeiende plaat. Maar het verandert hoe je tegen levensmiddelen aankijkt. Zelfs mensen die maar af en toe mee doen, gaan op een andere manier boodschappen doen.”

Maag- en darmproblemen

Na een opleiding tot bankmedewerker – „waarna ik enkele jaren een 9-tot-5-bestaan leidde” – studeert Bareuther nu milieuwetenschappen. Al vier jaar leven hij en zijn vriendin vrijwel uitsluitend van wat hij wekelijks met het ‘containern’ bij elkaar scharrelt, zegt hij. „En ik heb er nog nooit maag- of darmproblemen aan overgehouden.” Meestal brengt hij zoveel mee naar huis dat ook de andere twee bewoners van hun woongroep ervan kunnen eten.

Als er na een kwartier een grote berg nog eetbaar voedsel op de pallets ligt, gaat de groep er in een kring omheen staan om keurig op rij één voor één iets uit te kiezen. De emmers yoghurt en aardappelsla worden de volgende dag afgeleverd bij een sociale instelling. Op de grond gevallen waar wordt snel opgeruimd en teruggegooid in de containers. Als alle sporen zijn uitgewist springt iedereen weer op zijn fiets, op naar het volgende bedrijf.

Thomas Schmidt doet al jaren onderzoek naar verspilling van levensmiddelen in Duitsland, vertelt hij in een telefonisch interview. Hij werkt bij Thünen-instituut in Braunschweig, een onderzoeksinstelling die valt onder het ministerie van Voedsel en Landbouw.

Lees hier hoe de verspilling van brood te voorkomen is

„Wat ik belangrijk vind aan het containern”, zegt hij, „is het effect in de publiciteit en de boodschap aan anderen: hé, gooi minder weg!” Maar de grote boosdoeners zijn eigenlijk niet de supermarkten of andere winkels, die bij elkaar slechts verantwoordelijk zijn voor zo’n 4 procent van het weggegooide voedsel, zo blijkt uit een recent onderzoek van zijn instituut. Huishoudens, dus de gewone particulieren thuis, zijn goed voor maar liefst 55 procent van het weggekieperde eten – omdat ze te veel inkopen of iets bij nader inzien toch niet zo lekker vinden.

Winkelbedrijf

„Ook in de landbouw en de verwerkingsindustrie valt er veel over de rand. De detailhandel staat in nauw contact met die sectoren én met de consumenten. Daarom kan het winkelbedrijf een belangrijke rol spelen bij het terugdringen van de verspilling.

„We zijn met detailhandelaren in gesprek hoe je kan voorkomen dat spullen die nog goed zijn in de afvalbak terechtkomen. Misschien kan je meer aan dynamische beprijzing gaan doen, waarbij producten in prijs verlaagd worden als de uiterste verkoopsdatum dichtbij is.”

Gevraagd of hij positief staat tegenover het containern, moet Schmidt lachen. „Haha, ik werk bij een instituut dat onder het ministerie valt… Ik kan het niet verdedigen, want het is in strijd met de wet. Maar je kan er begrip voor opbrengen, het plaatst het probleem wél op de agenda. Het is een juridisch probleem waarvoor een oplossing gevonden moet worden.”

Twee jonge vrouwen uit Beieren, die vorig jaar bij het containern door de politie werden betrapt, zijn vorige maand in hoger beroep veroordeeld voor diefstal. De chef van de supermarkt had het voedsel in de afvalbak klaargezet, aldus het vonnis, met de bedoeling dat het vuilnisbedrijf het zou ophalen. Zolang dat nog niet was gebeurd bleef het zijn eigendom, waarmee iemand niet zomaar aan de haal mag gaan.

De twee vrouwen leggen zich er niet bij neer. Ze hebben de zaak aanhangig gemaakt bij het grondwettelijk hof in Karlsruhe. Een wethouder in Hamburg (van de Groenen) wil het containern legaliseren. De Süddeutsche Zeitung noemt het in een commentaar ‘legitieme diefstal’.

Eén keer in de week op ‘Containertour’ en je hoeft nooit meer eten te kopen, zegt een student met vier jaar ervaring. Een deel van de buit: chocoladecroissants, sla en groente, brood en zelfs nog vers ogende peterselie.
Foto’s Fabian Berg

Een familiebedrijf is zuiniger

De tweede stop op nachtelijke fietstocht is een Turkse supermarkt. Daar blijkt niets eetbaars in de afvalbakken te vinden. Voordat iemand zijn teleurstelling kan laten blijken, zegt Bareuther: „Typisch een familiebedrijf, daar gaat men zuiniger met alles om. Eigenlijk zouden we hier een bordje moeten achterlaten met de woorden: bedankt dat u geen voedsel weggooit!”

De grote bakkerij die daarna aan de beurt is, hoeft op zo’n bedankje niet te rekenen. Verstopt achter een groot reclamebord staat een meters hoge container, open aan de bovenkant. De zoete geur van brood en gebak hangt in de lucht.

Is er nog een volkorenbrood? Zijn er nog bolletjes? Het kan niet op.

Via een ladder die aan de container is bevestigd klimmen twee studenten de grote bak in. De anderen werpen af en toe steelse blikken op de bakkerij, twintig meter verderop, waar licht brandt en vrachtauto’s klaar staan om geladen te worden.

In hoog tempo worden vanuit de blijkbaar goed gevulde container broden en broodjes, koeken, croissants en chocoladebroodjes opgediept. Is er nog een volkorenbrood? Zijn er nog bolletjes? Het kan niet op.

Brood met vogelpoep

Maar is het wel fris, dit brood dat zo onder de blote hemel heeft gelegen? „In al die jaren heb ik maar één keer een brood met vogelpoep gevonden”, zegt Bareuther. „Je moet natuurlijk wel goed kijken wat je meeneemt.”

Opeens roept iemand: „We zijn gezien!” Een vrouw van de bakkerij komt aangelopen, blijft op een meter of vijf staan en roept: „Wegwezen, anders bel ik de politie.”

Het klinkt niet heel dreigend, maar de actie wordt gestaakt. Niet uit angst voor arrestatie - „hier neemt de politie hoogstens je naam op en je hoort er nooit meer iets van”. Maar de container-snuffelaars willen voorkomen dat bedrijfsleiders zo geërgerd raken, dat ze hun afvalbakken met sloten gaan afsluiten.

Met volle tassen, achterop en aan het stuur, fietsen de ‘voedselredders’, zoals ze zich zelf graag zien, keuvelend terug naar de binnenstad. „Het is gezellig met vrienden zo een avond op stap zijn, of met onbekenden die je treft dankzij onze groepsapp voor containern”, zegt Bareuther.

Markthal

Hij heeft zoveel brood, dat hij nu nog even langs een zogenoemde ‘Fairteiler’ fietst - om daar wat langs te brengen. Göttingen heeft zes van zulke open kasten, waarin mensen overtollig voedsel kunnen achterlaten voor wie het meenemen wil – ‘foodsharing’. De afgelopen jaren hebben zich in Duitsland allerlei vormen van voedsel delen ontwikkeld, met speciale apps en groepen op sociale media. Mededelingen als ‘Vanavond tussen 20 en 21 uur gratis brood af te halen in markthal 9’ zijn op Facebook-groepen voor foodsharing geen uitzondering.

In Göttingen is het inmiddels tegen één uur ’s nachts. Zorgzaam vult Bareuther de planken van de Fairteiler met allerhande uit de container ‘geredde’ broden en bolletjes.

Hoe gretig vindt dit brood dat in een open kast aan de openbare weg ligt eigenlijk aftrek? „Altijd. Mensen die na een feest laat thuis komen, of juist mensen die ’s morgens vroeg boodschappen gaan doen. Maar op gaat het.”

De volgende ochtend rond negen uur is inderdaad bijna al het brood dat Bareuther hier ’s nachts heeft afgeleverd verdwenen. Een maanzaadbroodje is overgebleven, tot vreugde van twee mussen.

Lees ook dit interview met voedselverspillingsexpert Tristram Stuart