Vrij zijn is...elke maandag zwemles geven

Vrij Hoe breekt Nederland uit de sleur? Deze week elke maandag zwemles geven.

In de hal van het Oostelijk Zwembad in Rotterdam zitten Tony Voorrips (82) en Netty Klouwens (72) achter het tafeltje met de kas. Allebei in een ruimvallende blouse met gezellige print. Jarenlang gaven de dames zwemles bij Zwemvereniging Animo en nu innen ze het geld en stempelen ze zwemkaarten. „Voor ons plezier.”

In de rij staan Turks-Marokkaans-Kaapverdiaans-Surinaams-Nederlandse kinderen met hun ouders, broers en zussen. Snel omkleden, ‘effe doezen’ en het water in.

„Opschieten”, roept een badjuf, „pak je kurk.”

De kinderen stuiteren het water in. In badje één maken de kleintjes kikkersprongen en rijden paard op gekleurde schuimrubber staven. Helmie Hoveling van Bol – Es (75 en zestig jaar zweminstructrice) staat iets verderop, in badje drie. „Die is ondeugend.” Met pretoogjes wijst ze op een jongetje dat op zijn rug de verkeerde kant op zwemt. „Daar zit zo’n bijsluiter bij. Maar ik zeg altijd: als ze te lief zijn, zijn ze niet leuk.”

Elke maandag zijn ze hier, de meesten na hun werk, een stuk of twintig vrijwillige badmeesters en juffen, oude vrienden, buren, familie. Voorzitter Linda van Vliet (54), dochter van Tony, leidde als mbo gediplomeerd zweminstructeur bijna heel Animo op. Lang werkte ze hier in het Oostelijk maar nu heeft ze een restaurant in Spijkenisse, vijf avonden open. Maandag is ze bij Animo en dinsdag is haar zondag. „Superleuk om die kinderen bezig te zien. En het is altijd gezellig. Je ziet elkaar weer.”

Sevinc Gumustekin (36) begeleidt kinderen die opgaan voor hun A-diploma. Ze is de eerste Turkse juf van Animo. Iets verderop krijgen haar zoontjes van 5 en 6 zwemles. Zelf werd ze als kind meegenomen door oma Tony en opa Koos, haar onderburen: „Mijn ouders waren nog niet zo niet lang in Nederland, die hadden het druk met overleven.”

Er komen hier kinderen, die hebben helemaal niks

René Onderdelinden

Vandaag staat ook René Onderdelinden (54) bij de aspirant A-tjes. ‘Meester Bommetje’ staat op zijn shirtje, hij is berucht om zijn stemgeluid. „Normaal sta ik in badje vier, op de grens met het diepe. Ik spetter en maak lawaai, net zolang tot die kinderen geen angst meer hebben. Dat is wennen, ook voor veel ouders. Logisch. Maar uiteindelijk word ik vaak door Marokkaanse vaders omhelsd.”

Onderdelinden vindt het geweldig om te doen. En hij staat er vierkant achter dat zwemles bij Animo maar 5 euro kost: „Er komen hier kinderen, die hebben helemaal niks.”

Een jongetje staat rillend en druipend te wachten: „Meester, mag ik duiken?” „Tuurlijk, kin op de borst en lang maken.” „Topperrrrrrr”, brult Onderdelinden als het jongetje het water in schiet.

Een meisje zit met een druipend paardenstaartje op de glijbaan te gapen. Snel afdrogen, pyjama of onesie aan, muts op en naar huis. Maar eerst nog een snoepje bij de dames.