Opinie

Tragisch

In 010

Op een zondagmiddag was ik te gast bij het Feest der Poëzie, waar emeritus hoogleraar aan de VU, Dick van Halsema, een voordracht hield over twee grote dichters die in Rotterdam woonden en innig bevriend raakten. Maar het was een tragische vriendschap die beroerd afliep.

Het verhaal begint op 11 mei 1922, wanneer de dichter Jan Hendrik Leopold, tevens leraar klassieke talen op het Erasmiaans Gymnasium, aan leerling Ida Gerhardt bij wijze van verjaarscadeau zijn gedicht Albumblad schenkt. Gerhardt is dan 17 jaar oud. Leopold wordt op precies diezelfde dag 57 jaar.

Al snel volgen zondagse wandelingen langs de Kralingse Plas, waarbij niet alleen gelukzalig wordt gezwegen, maar ook zielscontact ontstaat met poëzie als verbindend medium. Volgens Van Halsema, die werkt aan een biografie van Leopold, las de leraar zijn leerling voor uit eigen werk, wat voor Leopolds doen uniek moet worden genoemd.

Gerhardt is erg onder de indruk en maakt in een lange brief gewag van de kracht van Leopolds verzen. „Geen van beiden zat op de golflengte van het gewone woord”, vertelde Van Halsema. Van fysieke liefde was in zijn ogen geen sprake. „Leopold bleef altijd vrijgezel, wat voor hem een grote pijn was. Aan de andere kant: als hij begrepen kon worden dankzij zijn poëzie was dat voor Leopold wellicht nog intiemer dan lichamelijke genegenheid.”

De leerling komt ook bij de leraar thuis aan de Van Oldenbarneveldstraat, waar Leopold inwoont bij een hospita. Hij speelt piano voor Gerhardt, die zich levenslang Sonate Opus 10 van Beethoven zou herinneren.

Maar dan. Na een jaar breekt Leopold zonder aanwijsbare reden plots het contact af. Gerhardt heeft nooit begrepen waarom, maar houdt er wel de rest van haar leven een trauma aan over, dat ze in gedichten verwerkt: Ik kende u / en ik kende u niet / een kind nog in mijn prille staat / gij die mij onverhoeds verried.

Van Halsema: „Leopold stootte iedereen die dicht bij hem stond vroeg of laat af. Dat had te maken met een hoogleraarschap dat begin 1917 aan zijn neus voorbij ging, en waarachter hij een complot vermoedde. Volgens Leopold zat zelfs zijn hospita in dat complot, evenals de conciërge van het Erasmiaans én Ida Gerhardt. Zij was destijds 11 jaar.”