Opinie

Terrorisme bestrijden: goed voor de handel

Tom-Jan Meeus

In mijn Amerikaanse jaren leerde ik Lawrence Wilkerson kennen, een zuidelijke Republikein die er bij was toen ze in de hoogste regeringskringen de reactie op 9/11 voorbereidden. Daags na de aanval op de Twin Towers in 2001 zat hij als stafchef van de minister van Buitenlandse Zaken aan bij overleg waarin het militaire ingrijpen in Afghanistan al op tafel lag. Ze wilden het alleen géén Oorlog tegen Terrorisme noemen. Want terrorisme is een methode en een methode kun je nooit verslaan.

Maar hierna eiste het Witte Huis dat het toch War on Terror werd. Dat bekte zo lekker. Zo begon de VS, zei Wilkerson in 2006, „een oorlog zonder einde”.

Nu weet ik niet of Nederland destijds helemaal doorhad dat de militaire operatie in Afghanistan, gericht tegen Al-Qaida en diens beschermheer de Taliban, in de VS werd verkocht als aanval op het terrorisme.

Maar in feite stond dus vanaf dag één vast wat The Washington Post deze week onthulde: dat met die hele oorlog, waaraan Nederland meedeed, nooit het beoogde doel kon worden bereikt. Kansloze missie. Gegarandeerde mislukking. Een weg van nergens naar niets.

Hetzelfde gebeurde met de invasie van Irak in 2003. Ook die werd door Bush jr. gepresenteerd als onderdeel van de Oorlog tegen Terrorisme. Binnen een maand vierde hij de overwinning. Toch bleven buitenlandse troepen in Irak nodig, ook Nederlandse, en toen in 2011 de laatste alsnog vertrokken, volgde snel de opkomst van ISIS in Irak en Syrië. De Oorlog tegen Terrorisme had nieuw terrorisme voortgebracht. Dus besloot het Westen in 2014 wéér tot militair optreden in dit gebied, en Nederland was er opnieuw bij.

Het onderstreept hoe beroerd de resultaten van militaire operaties tegen terrorisme zijn, dus je begrijpt wel dat de Kamer op initiatief van Karabulut (SP) wil stilstaan bij de Nederlandse rol in het Afghaanse debacle. Al vrees ik dat we veel antwoorden al kennen. Zo waren Amerikaanse generaals eerder geïrriteerd dan geïmponeerd door de Nederlandse bijdrage in Afghanistan, vertelde de fameuze onderzoeksjournalist Bob Woodward me in 2010.

Dus je kunt je ook afvragen waarom Nederland telkens zo gretig meedeed. Toenmalig ambassadeur Boudewijn van Eenennaam in Washington was er in 2006 open over: hij haalde met de Nederlandse militaire presentie orders voor het bedrijfsleven binnen: „Je zegt: wij leveren die-en-die militaire inspanning, dan willen wij ook een tegenprestatie.”

Misschien is het best nuttig de Nederlandse bijdrage aan deze mislukkingen te bekijken, maar dan moet je niet bang zijn voor een cynische conclusie: we deden het vooral ook voor de handel.

Tom-Jan Meeus (t.meeus@nrc.nl; @tomjanmeeus) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Lotfi El Hamidi.