Recensie

Spelplezier en chemie spatten ervan af bij het Concertgebouworkest

Recensie Altvioliste Tabea Zimmermann is artist in residence bij het Concertgebouworkest. Ook als solist toont ze haar kamermuzikale gevoeligheid.

Altvioliste Tabea Zimmermann met het Concertgebouworkest onder leiding van dirigent Iván Fischer, tijdens de repetitie van Mozarts ‘Sinfonia concertante’.
Altvioliste Tabea Zimmermann met het Concertgebouworkest onder leiding van dirigent Iván Fischer, tijdens de repetitie van Mozarts ‘Sinfonia concertante’. Foto Renske Vrolijk

Tabea Zimmermann is geen typische ster – en allures zijn haar vreemd. Misschien hoort dat ook wel bij haar instrument, de altviool, dat zelden op de voorgrond treedt en onopvallend zorgt voor kleur en smaak tussen melodie en bas.

Dit seizoen is Zimmermann artist in residence bij het Concertgebouworkest. Voor haar eerste orkestprogramma koos ze ervoor om de spotlight te delen met violiste Isabelle Faust, in een dubbelconcert van Mozart. In april keert Zimmermann terug met het altvioolconcert Mohn dat Georges Lentz voor haar componeerde.

Mozarts Sinfonia concertante, KV 364 is geen bravourestuk, maar een uitgesponnen, bezonken en zelfs treurig getoonzet werk. Fausts kwikzilveren toon en Zimmermanns loepzuivere, helder-warme klank vormden een mooie combi, al was de balans in het openingsdeel niet steeds goed – en dreigden de subtiliteiten van Zimmermanns prachtige frasering verloren te gaan. In het Andante ging dat beter. De elegische duocadens met name stond onder hoogspanning en was ontroerend mooi. Op dinsdag was Zimmermann haar residency al begonnen met een programma in de Kleine Zaal, samen met orkestmusici, en die kamermuzikale gevoeligheid ademde ook haar optreden als solist.

Komische ouvertures

Dirigent Iván Fischer houdt van mooi gevormde programma’s. Nu liet hij Mozart en Haydn voorafgaan door twee komische Rossini-ouvertures, waardoor vaart en afwisseling verzekerd waren, en bovendien de Weense invloed op Rossini onderstreept werd. Met de Ouverture L’Italiana in Algeri begon de avond fluisterzacht, met haast koddig opgerekte rusten, en een schitterende hobosolo van Alexei Ogrintchouk. De versnelling en ritmische accenten daarna kregen volmaakt gestalte. Spelplezier en chemie spatten ervan af.

En toen moest Haydns Symfonie nr. 102 nog komen, waarin vooral het superieur uitgevoerde kunststukje van de finale indruk maakte. Zo toonde het Concertgebouworkest zich kort na het verlies van de geliefde conductor emeritus Mariss Jansons, begin deze maand, in optima forma – het beste eerbetoon denkbaar.