Rekenkamer: minister te passief in toezicht op centrale bank

Bankentoezicht De Rekenkamer is opnieuw kritisch over het toezicht van Financiën op De Nederlandsche Bank. „We vinden deze passieve houding niet passen.”

Binnen de Europese bankenunie houdt De Nederlandsche Bank alleen nog toezicht op zo’n 25 middelgrote en kleine Nederlandse banken. De Rekenkamer is kritisch op de controle daarvan door de minister van Financiën.
Binnen de Europese bankenunie houdt De Nederlandsche Bank alleen nog toezicht op zo’n 25 middelgrote en kleine Nederlandse banken. De Rekenkamer is kritisch op de controle daarvan door de minister van Financiën. Foto Lex van Lieshout/ANP

Financiën weet onvoldoende hoe De Nederlandsche Bank controleert op welke manier kleinere banken zich voorbereiden op een eventueel bankroet. Dat concludeert de Algemene Rekenkamer in een donderdag gepresenteerd onderzoek. De Rekenkamer was twee jaar geleden ook al kritisch op het ministerie, na onderzoek van een ander deel van het bankentoezicht.

Sinds enkele jaren zijn kleinere banken in Europa verplicht een zogeheten resolutieplan op te stellen. Hierin bepaalt zo’n bank wat er moet gebeuren als faillissement dreigt, zonder dat belastinggeld nodig is. Opties zijn dan bijvoorbeeld een ordelijk begeleid bankroet of gedeeltelijke verkoop.

De plicht zo’n afwikkelingsplan op te stellen is een uitvloeisel van de Europese bankenunie die vijf jaar geleden werd opgericht. Nu plannen maken voor slechte tijden moet voorkomen dat overheden moeten bijspringen als het misgaat. Dat overkwam veel banken tijdens de kredietcrisis in 2008.

Ewout Irrgang, lid van het college van de Rekenkamer: „Wij hadden verwacht dat de minister juist in de beginjaren DNB actief zou vragen naar de voortgang. Maar dat heeft hij niet gedaan. Die passieve houding vinden wij niet passen, de minister is immers verantwoordelijk voor de financiële stabiliteit en de schatkist.”

Lees ook: Komt de Europese bankenunie ooit af?

Nog niet alle plannen af

Nu weet de minister niet of de centrale bank voldoende personeel heeft om de nieuwe toezichtstaak uit te voeren, stelt de Rekenkamer vast. En hij wist evenmin dat nog niet alle banken hun resolutieplannen op orde hebben.

Irrgang: „Tijdens ons onderzoek zagen we dat het flink op stoom kwam; de meeste banken [20 van de 25] hadden begin 2019 een resolutieplan. Maar ruim vier jaar na het begin hadden we verwacht dat die plannen wel voltooid zouden zijn.”

In reactie op de Rekenkamer meldt Financiën dat de afwikkelplannen van de grote, ‘systeemrelevante’ banken in Nederland „hoge prioriteit” hebben gekregen. Het ministerie vindt dat logisch. Voor die grote banken is niet DNB verantwoordelijk, maar een Europese toezichthouder. De Rekenkamer wijst erop dat deze prioriteit nergens is vastgelegd.

Onvoldoende inzicht

In haar onderzoek bekeek de Rekenkamer ook hoe DNB haar nieuwe taak invult. De centrale bank houdt onder het regime van de bankenunie alleen nog toezicht op de middelgrote en kleine Nederlandse banken als Triodos, BinckBank en Van Lanschot. De grootste Nederlandse banken, zoals ING en Rabobank, vallen onder direct toezicht van de Europese Centrale Bank (ECB).

Dat de minister niet weet of DNB voldoende capaciteit heeft, komt volgens de Rekenkamer doordat ook de centrale bank zelf dat niet weet. Inzicht ontbreekt in het tijdsbeslag, wat prioriteiten stellen en plannen ook weer bemoeilijkt. Zeker in de beginjaren van de bankenunie was sprake van overbelasting en hoge werkdruk. „De beperkte capaciteit wordt onder meer genoemd als reden dat eind maart 2019 nog niet voor alle banken de afwikkelingsplanning was afgerond”, schrijven de Rekenkamer-onderzoekers.

Weer kritisch op minister

Het onderzoek naar de resolutieplannen is het tweede dat de Algemene Rekenkamer doet naar de manier waarop DNB vormgeeft aan de afspraken voor de bankenunie. In 2017 gaf de Rekenkamer een oordeel over het toezicht op kleinere en middelgrote banken. Ook toen was de Rekenkamer kritisch op Financiën. De minister beloofde destijds beterschap, maar daar is nog weinig van terechtgekomen, vindt de Rekenkamer.

Nog altijd ontbreekt een plan voor de manier waarop de minister het toezicht op DNB wil aanpakken. Een afspraak uit 2007 – van voor de crisis – over hoe en welke informatie DNB en ministerie met elkaar uitwisselen, is evenmin vernieuwd. De minister heeft nu beloofd dat komend jaar te doen.

De Rekenkamer uit verder, opnieuw, zorgen over haar toegang tot documenten. Veel relevante toezichtsdocumenten moeten van Europese instanties komen die eindverantwoordelijk zijn binnen de bankenunie. De Rekenkamer heeft niet zelf mogen bepalen welke documenten zij inziet.

Overigens heeft de ECB in oktober wel een afspraak gemaakt met de Europese Rekenkamer over streng gereguleerde toegang tot alle documenten, zoals gegevens over individuele banken. Voor nationale rekenkamers is echter niet duidelijk of zij eveneens toegang krijgen, en of daar ook strenge voorwaarden aan verbonden zijn.

Duitse banken

De Algemene Rekenkamer werkt de komende maanden met onder meer rekenkamers van Duitsland, Portugal en Spanje aan een vergelijking van het resolutietoezicht op kleinere banken. Een vergelijkbare toets van nationale toezichtsregimes wees in 2017 grote verschillen uit tussen landen. Irrgang: „Nederland kent een overzichtelijk bankenlandschap. In Duitsland heb je honderden banken. We zijn benieuwd hoe het daar gaat.”

Lees ook: De drie zuilen van het Duitse bankenlandschap