Recensie

Postuum eerbetoon aan Eindhovense autodidact Ad Snijders

Recensie Voor Ad Snijders (1929-2010) bleef (inter)nationale bekendheid uit. Het Van Abbemuseum wijdt nu een tentoonstelling aan hem, waarop je ziet dat hij uitblinkt in abstracte olieverven die wel wat lijken op glas-in-lood.

Ad Snijders, Untitled (1956). Olieverf op hardboard, 55 × 55 cm.
Ad Snijders, Untitled (1956). Olieverf op hardboard, 55 × 55 cm. Beeld Van Abbemuseum

Om het postume eerbetoon aan kunstenaar Ad Snijders in het Van Abbemuseum in Eindhoven te vinden, moet je een suppoost aanschieten. En dan lijkt het simpel: de gang door en rechts de toren in. Je valt daar midden in de tentoonstelling: het begin van de opstelling is elders, beneden.

Het ontbreken van een routing naar de tentoonstelling ‘Ad Snijders – vrij schilderen’ is kenmerkend voor de wat tweeslachtige houding die de staf van Van Abbe aanneemt ten aanzien van het werk van een van Eindhovens bekendste kunstenaars. Voor de overzichtstentoonstelling van Snijders (1929-2010) – die nooit een kunstacademie volgde omdat hij het daar te beklemmend vond, en in plaats daarvan op zijn eigen intuïtie vertrouwde – zijn de hokjes, hoge muren, gangen en tussenruimtes rondom de toren van het Van Abbe chronologisch ingericht. Van beneden gaat het in vijf, tekstueel oppervlakkig begeleide verdiepingen naar boven. Bij sommige kunstwerken van Snijders werkt deze verbrokkelde presentatie, bij andere (met name de onmogelijk hoog opgehangen schilderijen) werkt ze niet.

Ad Snijders, Untitled (1965). Acryl op hardboard, 112 × 112 cm. Beeld Van Abbemuseum

Toch is het te prijzen en interessant dat het Van Abbe, met ruime hulp van de weduwe Snijders, zoveel ruimte aan hem geeft. Want Snijders mag dan ooit zijn aangekocht door de fameuze Van Abbe-directeuren Edy de Wilde en Rudi Fuchs, de sprong naar landelijke en internationale bekendheid bleef achterwege, op een enkele uitzondering na. Snijders was een typisch Eindhovense kunstenaar, hij was er geboren en getogen en sleutelde met veel dynamiek ook zelf aan de opbouw van een naoorlogs, avant-gardistisch Eindhovens cultuurklimaat.

Zuigende werken

Zijn werk is – zoals bij veel autodidacten – eclectisch en heeft niet altijd een sterke focus. Er spreekt talent uit, met name uit zijn werken op papier, zijn Cobra-schilderijen en zijn abstracte schilderijen, maar er zijn ook perioden met werk waarbij grote voorgangers een inspiratiebron zijn, zonder dat er een duidelijke eigen signatuur uit spreekt. Het meest zichtbaar is dat in de popartexperimenten die Snijders in de jaren zestig en zeventig ondernam.

Ad Snijders, Untitled (1959). Gouache op papier, 50 × 65 cm. Beeld Van Abbemuseum

Waar Snijders in uitblinkt, zijn de abstracte, haast zuigende werken op hardboard uit de jaren vijftig. Deze vaak ongetitelde olieverven lijken vanwege hun dikke, zwarte contourlijnen wel een beetje op glas-in-lood. De verf is zodanig opgebracht dat het pigment gaat zinderen van licht.

Dezelfde kwaliteit bezit een haast onherkenbaar geschilderd portret uit 2000, tien jaar voor zijn dood. De kop op het papier is geworteld in de werkelijkheid, maar naarmate je ogen verder afdalen naar beneden, naar kin, hals, schouderpartij en – merkwaardig detail – een hand half over het gezicht, blijkt dat die werkelijkheid er helemaal niet toe doet. Dit krachtige portret is een ode aan de trefzekere penseelstreek, aan kleur die anders is dan je gewend bent, en aan vormen die je buiten het doek, buiten het papier niet zult vinden.