Opinie

Ontmoedigen en beperken lachgas lijkt beter dan verbieden

Softdrugs

Commentaar

Tot zover dan het vrije gebruik van lachgas als recreatief roesmiddel, althans als het aan staatssecretaris Blokhuis (ChristenUnie, volksgezondheid) ligt. Hij trekt conclusies uit een advies van het RIVM, in het bijzonder van het ‘coördinatiepunt assessment en monitoring nieuwe drugs’. Daaruit blijkt dat de gezondheidsrisico’s ernstiger zijn dan eerder voorzien, het gebruik toeneemt en het aantal meldingen van incidenten eveneens groeit. Veelvuldig gebruik kan leiden tot ernstige neurologische uitvalverschijnselen, tot aan dwarslaesie aan toe. Ook bij verkeersongelukken blijkt lachgas een rol te zijn gaan spelen.

Tel daar de vervuiling door weggeworpen gaspatronen en ballonnen bij op, de schrikverhalen over tieners die ‘150 ballonnen’ per avond consumeren en nervositeit over wéér een nieuwe drug, en de conclusie ligt voor de hand. Daar moet een rem op.

Daarvoor kan begrip worden opgebracht, als de schade en de risico’s zo ernstig zijn als nu aan het licht komt. Wat ook wel aannemelijk is. De overheid heeft een verantwoordelijkheid om gevaarlijke producten te reguleren of aan banden te leggen en de burger te beschermen tegen verkeerd gebruik. Wat niet wegneemt dat die burger zélf verantwoordelijk is voor wat hij eventueel desondanks wenst te gebruiken. Zolang hij daar tenminste anderen geen schade mee toebrengt. In die zin is een specifiek lachgasverbod vanwege het verkeer overbodig – dat was al verboden. Net als straatvervuiling.

Is het dan ook wijsheid om nu meteen naar het zwaarst denkbare middel te grijpen, namelijk plaatsing op lijst 2 van de Opiumwet, zoals Blokhuis voorstelt. Daarmee wordt handel en bezit in beginsel in één keer ook een strafbaar feit.

Ooit was strafrecht nog ‘ultimum remedium’ - als geen enkele maatregel werkte kon tenslotte nog de sterke arm worden ingeroepen. Blokhuis brengt een product dat nu onder de Warenwet vrij verkrijgbaar is en dat ook voor de banketbakker en tandarts moet blijven, in één keer onder in het strafrecht. Dat past dan in een tijd waarin de repressief gestemde politiek van strafrecht hoe langer hoe meer gewoon ‘regelend recht’ maakt. Achter de politieke retoriek van ‘aanpakken’ schuilt een tamelijk ongenuanceerd verlangen naar vergelding met boetes, celstraf en, in mindere mate, taakstraf.

Lees ook: De gebruiker van lachgas is daarvoor zelf verantwoordelijk

Dat betekent dus criminaliseren, Verklaringen omtrent het Gedrag weigeren aan veroordeelden die daardoor banen en stages mislopen, en de drugshandel een nieuw illegaal product in handen geven. En de handhaving verder overbelasten met de strijd tegen wéér een nieuwe drug: lachgas. Intussen is de politie structureel onderbemand: er sluiten bureaus en onderzoeksteams. Specialisten moeten weer surveillance lopen.

Het is dan ook instructief om te lezen dat het RIVM helemaal niet adviseert om deze stappen ook te zetten. Nee, het kabinet wordt geadviseerd vooral de grote lachgascontainers uit de handel te nemen, het recreatieve gebruik te ontmoedigen met voorlichting, op locaal niveau de verordeningen aan te scherpen en meer onderzoek te doen – en goed bij te houden wat de burger hiermee doet. Ontmoedigen door voorlichting en beperken van de verkrijgbaarheid. Dat advies lijkt voorlopig verstandiger. Hou het strafrecht nog maar even in reserve.