Reportage

Na moord hervindt Maltese pers zijn stem

Crisis in Malta De aanslag op een journaliste legde veel media het zwijgen op. Nu het moordcomplot bloot ligt, zetten ze de macht onder druk.

Een poster van de Maltese premier Joseph Muscat is bekogeld met een ei. De kleinste EU-lidstaat verkeert in diepe crisis, omdat hoge politici mogelijk vooraf wisten van een moordaanslag op een journaliste.
Een poster van de Maltese premier Joseph Muscat is bekogeld met een ei. De kleinste EU-lidstaat verkeert in diepe crisis, omdat hoge politici mogelijk vooraf wisten van een moordaanslag op een journaliste. Foto DARRIN ZAMMIT LUPI/Reuters

Het is al diep in de nacht als de Maltese premier Joseph Muscat eind vorige maand na lang kabinetsberaad toch nog een persconferentie geeft. Journalisten wachten al uren in het regeringspaleis, de geplaagde premier beantwoordt uiteindelijk slechts een handjevol vragen. Die gaan allemaal over recente onthullingen in de zaak rond de brute moord, in oktober 2017, op onderzoeksjournaliste Daphne Caruana Galizia.

Na afloop wordt de pers gevraagd even plaats te nemen in een zijkamertje. Dit is gebruikelijk, opdat bewindslieden zonder lastige vragen het regeringsgebouw kunnen verlaten. Maar dit keer loopt dat heel anders.

„We zitten daar in dat kamertje en er komen zes mannen voor de deur staan. Brede kerels, in donkere kleding. Geen agenten of veiligheidspersoneel, maar tuig”, vertelt journaliste Monique Agius van Newsbook, het mediakanaal van de bisschoppenconferentie. „‘Waarom worden we opgesloten’, vroegen we, maar die mannen gaven geen antwoord. Toen we hen begonnen te filmen en ik een Facebook Live-sessie begon, lieten ze ons na een kwartier vrij. Pure intimidatie.”

Bronnen vielen na moord stil

Het incident in het regeringspaleis is zeer verontrustend, stelt Sarah Clarke van Article 19, een organisatie die zich wereldwijd inzet voor persvrijheid. De Ierse werkt veel in landen als Turkije en Rusland, waar kritische journalisten op grote schaal opgesloten, bedreigd en geïntimideerd worden. Malta is, sinds 2004, een EU-lidstaat. „Die mannen in burger, dat komt direct uit het Russische handboek.”

Het illustreert hoe de persvrijheid op Malta na de moord op Caruana verder onder druk kwam te staan. ,,De situatie verslechterde juist: iedereen wist daarna dat een journalist ook vermoord kan worden”, zegt haar zoon Matthew vrijdag in de gang van de rechtszaal. Daar is die ochtend een langverwacht openbaar onderzoek naar de moord op zijn moeder begonnen. Twee jaar lang hield de regering dit af.

Lees ook deze reportage over de politieke crisis op Malta

Dat de opdrachtgevers achter de moord twee jaar lang buiten beeld wisten te blijven, is deels te verklaren uit de persbreidel in het kleinste EU-land. „Na de moord op mijn moeder vielen alle bronnen stil. Echt niemand durfde meer te praten”, zegt Matthew Caruana Galizia. ,,Pas nu het schandaal alsnog uitkomt en de straffeloosheid afneemt, beginnen mensen weer te praten.”

De moord op Daphne Caruana Galizia, die op haar blog veel over corruptie in machtskringen publiceerde, kwam niet uit de lucht vallen. Tegenstanders probeerden haar al jaren op meer manieren te stoppen, vertelt haar zoon. „Er was een georkestreerde campagne om haar te ontmenselijken en criminaliseren. De volledige macht van de staat werd op haar los gelaten.”

Moordcomplot onthuld

Toen ze nog leefde, spanden politici van beide partijen tientallen smaadzaken tegen haar aan – een gangbare praktijk in Malta. De voordeur van haar huis werd in brand gestoken. De hond stierf onverwacht: de familie en dierenarts sluiten niet uit dat het beest werd vergiftigd. Media die eigendom zijn van de twee grote politieke partijen voerden campagne tegen haar. Een minister bevroor haar bankrekeningen. De politie viel haar lastig na een zogenaamd verkeersongeluk.

Matthew Caruana Galizia werkte in Londen voor ICIJ, een internationaal consortium van onderzoeksjournalisten dat onder meer de Panama Papers publiceerde. In deze schat aan documenten over belastingontwijking en -ontduiking dook ook informatie op over een Maltees bedrijf, 17Black. Dit werd gebruikt om geld uit Azerbeidzjan naar Malta te sluizen. Hiermee werden steekpenningen betaald rond een elektriciteitscentrale.

Daphne Caruana Galizia wroette in het jaar van haar dood in dit schandaal. Nog voordat ze de eigenaar van 17Black kon achterhalen, gaf deze Yorgen Fenech (een bekende Maltese zakenman) opdracht tot het plaatsen van een zware bom in haar auto, is nu de theorie waarmee de politie werkt. Fenech spande bij zijn witwaspraktijken waarschijnlijk samen met de stafchef van de premier. En deze Keith Schembri lijkt op de hoogte te zijn geweest van Fenechs rol in de aanslag, mogelijk al op voorhand.

Schembri stond een paar jaar terug in een Panama Papers-gerelateerde zaak voor de rechter, herinnert Sebastian Tanti-Burlo zich. Hij maakt als freelancer rechtbanktekeningen voor de Times of Malta, de belangrijkste krant van het land. „Van mijn chef kreeg ik te horen dat Schembri niet op de tekening mocht”, vertelt Tanti-Burlo. „Schembri’s bedrijf levert namelijk het papier waarop de Times wordt gedrukt. Toen heb ik hem maar als donkere wolk in de hoek van de tekening afgebeeld. Het viel niemand op.”

Boycot van media

Een groep internationale en Maltese journalisten verenigd in The Daphne Project zette haar onderzoekswerk voort. Hierdoor kwam de rol van Schembri en Fenech vorige maand alsnog naar buiten en brak een diepe politieke crisis uit. Fenech werd opgepakt, Schembri trad af en de premier heeft zijn vertrek aangekondigd, maar blijft voorlopig nog wel aan. Traditionele media en enkele bloggers leggen nu alsnog bloot welke rol de premier en zijn entourage mogelijk speelden in de opmaat naar de moordaanslag en daarna.

Op Facebookgroepen gelieerd aan de sociaal-democratische regeringspartij PL werd de afgelopen weken daarom opgeroepen deze kritische media te boycotten. De Facebook-pagina van Newsbook verloor circa tweeduizend volgers, zag verslaggeefster Monique Agius. Haar collega Kevin Schembri (geen familie van de stafchef) van The Malta Independent interesseert het niet of de boycot de site van zijn krant bezoekers kostte. „We hebben deze weken zoveel groot nieuws kunnen brengen, dat we daar echt niet over te klagen hebben.”