Minder koeien, meer kwaliteit

Kleinere veestapel Vier generaties groeide het boerenbedrijf van de familie Keuper. Zoon Tom was de eerste die de veestapel durfde in te krimpen.

Bio-boer Tom Keuper met zijn koeien op zijn erf in het Gelderse Megchelen.
Bio-boer Tom Keuper met zijn koeien op zijn erf in het Gelderse Megchelen. Foto Merlin Daleman

De veestapel inkrimpen: die gedachte zat al een tijdje in het hoofd van boer Tom Keuper (40). Alleen maar focussen op schaalvergroting, dat paste sowieso niet bij zijn wat sobere karakter. Maar hoe doe je zoiets? Kon het uberhaupt wel uit? Lange tijd bleef Keuper twijfelen.

Het laatste zetje kreeg de boer uit het Gelderse Megchelen in het voorjaar van 2018, op een bijeenkomst van de Vereniging tot Behoud van Boer en Milieu. Een collega was al enige tijd overgestapt op de biologische landbouw en vertelde hoeveel tijd hij hierdoor overhield voor zijn gezin. Hoe het ook allemaal best wat minder kon, en dat de rekening aan het eind van de maand nog steeds klopte.

Het was precies de stimulans die Keuper nodig had, en dus ging de melkveehouder overstag. Van de 120 koeien die zijn vader Frits hield, verkocht hij er 40. Het landbouwareaal van 54 hectare hield hij aan, waardoor de koeien per saldo meer ruimte hebben gekregen.

Keuper is een boer zoals minister Carola Schouten (Landbouw, ChristenUnie) die graag ziet: biologisch, actief bezig met natuurinclusieve landbouw, en bovenal reduceerde hij op eigen initiatief zijn veestapel.

Het kabinet kondigde begin oktober aan dat één van de oplossingen voor de stikstofcrisis moet komen uit een zogeheten „warme sanering” van veehouderijen. Zo’n 46 procent van de stikstofuitstoot komt van de landbouw en dus wil Schouten het aantal veehouderijen terugdringen.

Vergroten om te overleven

Inkrimpen - daarmee moest je bij de familie Keuper lange tijd niet mee aan komen. Voor hen gold: met meer land is er ruimte voor méér koeien, en dus méér inkomsten. Vier generaties lang draaide het boerenbedrijf in de Achterhoek om groei. Vooral onder vader Frits ging het hard: kippen, paarden en varkens gingen de deur uit, net als de voederbieten. Het areaal groeide naar 54 hectare, het aantal melkkoeien naar 120.

„Mijn vader moest wel. De kosten voor levensonderhoud stegen, terwijl de prijs voor een liter melk al decennialang vrijwel onveranderd op 30 eurocent ligt [70 tot 80 cent in de tijd van de gulden, red.]”, vertelt Keuper aan de keukentafel in Megchelen. „De enige manier om de inkomsten te vergroten, was via een productietoename.”

Zelf draaide Tom vanaf 2002 fulltime mee. Met de jaren nam hij een steeds groter deel van het bedrijf over. En al vrij snel had hij in de gaten: groter, dat hoeft van mij niet.

Keuper zag hoe het land steeds verder werd uitgeput door intensieve veehouderij. „We lopen tegen grenzen aan van wat de natuur kan hebben. Ik begon mijzelf steeds vaker af te vragen waarom we als sector zo focussen op het overeind houden van de veestapel. Ik wilde kijken of ik met minder koeien ook uit kon komen.”

Minder vee betekent immers minder melkproductie. Dus moest er aan de inkomstenkant wat gebeuren. Alleen: hoe ga je dat doen? Met een overschot aan melk lag een hogere prijs bij vaste afnemer FrieslandCampina niet voor de hand.

Met verkoop van een derde van zijn koeien financierde Tom Keuper de overstap naar biologisch boeren

Via een collega kwam Keuper in contact met de biologische afzetcoöperatie Eko Holland. Voor biologische melk betalen afnemers tot wel 10 cent per liter meer. Het sloot bovendien mooi aan bij de gedachte van Keuper om te gaan boeren met meer oog voor de natuur.

Hij ging rekenen. Door te besparen en de verkoop van een derde van zijn veestapel („Leverde ruim duizend euro per koe op”) financierde hij de omslag naar biologische landbouw. „Natuurlijk heb ik ook het geluk dat ik grond tegen een gunstige prijs van familie heb kunnen overnemen.”

Die financiële buffer is namelijk wel een voorwaarde voor omschakeling. „Als je kunstmest achterwege laat, groeit er simpelweg minder gras en dus voer voor je dieren. Zo’n tijd moet je kunnen overbruggen: pas na twee jaar mag je de melk als biologisch verkopen.

Rekenen

Daar zit volgens hem uiteindelijk ook de crux: maak het financieel aantrekkelijk om te veranderen. „De meeste boeren willen écht wel veranderen. Alleen: welke kant op?. Er is de laatste jaren veel op ze afgekomen. Melkquotum, fosfaatrechten en nu weer maatregelen om de stikstofuitstoot terug te dringen.”

Keuper nam niet deel aan de boerenprotesten van de afgelopen tijd maar begrijpt zijn collega's wel. „Er zit veel angst in de sector en boosheid richting de overheid, die steeds weer met nieuwe regels komt. Bied ze nou eens een perspectief dat voor een aantal jaren stabiel blijft, zodat investeren in nieuwe technieken loont. ”

Bovendien moet ook de consument veranderen, vindt hij. „Wij verwachten maar dat alles voor dumpprijzen in de supermarkten ligt. Alleen het inkrimpen van de sector lost het probleem niet op. Voedsel is nu een sluitpost. Het moet goedkoop, maar dat betekent ook dat een boer er te weinig op overhoudt, waardoor hij het wel in het volume moet zoeken.”

Begrijp hem niet verkeerd, Keuper is een tevreden boer. Heel soms twijfelt hij nog of zijn aanpak de juiste is. Dan schiet het door zijn hoofd: had ik mijn veestapel wel moeten inkrimpen? Zoals wanneer het aantal dieren uitgangspunt is bij een regeling of subsidie. Maar dan denkt hij aan de tijd die hij sindsdien overhoudt. En zegt tegen zichzelf: ben niet zo bang, zie wat je ervoor terugkrijgt. „Minder koeien hoeven melken, dat scheelt mij op dagbasis zeker een uur. Ik kan mijn kinderen nu gewoon van school halen. Ja, dit was de juiste keuze.”