Opinie

Klimaatplannen van Europa tonen aan dat het nu menens is

Green DEAL

Commentaar

Ambitieuze, dwingende en duidelijke doelstellingen waren het die de Europese Commissie begin 2007 formuleerde om de klimaatverandering rigoureus tegen te gaan. In een volgens de wetten van de communicatiestrategie geformuleerde drieslag waren de voornemens eenvoudig samengevat: 20-20-20. In het jaar 2020 zou sprake moeten zijn van 20 procent minder CO2-uitstoot ten opzichte van 1990, 20 procent minder energieverbruik plus dat 20 procent van het totale energiegebruik afkomstig moest zijn uit hernieuwbare energiebronnen.

De scepsis was direct groot. En met reden. Al zo vaak had de Europese Unie getoond aan plannen geen gebrek te hebben. Problematischer was het daarentegen gesteld met de uitvoering waarvoor de afzonderlijke lidstaten in belangrijke mate verantwoordelijk waren. Toen in 2008 de wereldwijde economische crisis uitbrak en alle aandacht van de regeringsleiders daar naartoe ging nam het geloof in de haalbaarheid van het Europese klimaatplan nog verder af.

Uit een rapport van het Europees Milieu Agentschap van begin vorige maand bleek dat de doelstellingen uit 2007 nagenoeg gehaald zijn. De reductie van CO2-uitstoot ligt boven het gestelde doel, de energiebesparing komt dicht in de buurt van de voorgenomen 20 procent, terwijl hetzelfde geldt voor de omschakeling naar hernieuwbare energiebronnen. Alleen zegt dit weinig omdat als gevolg van het verergeren van het klimaatprobleem de doelstellingen in de tussentijd aanzienlijk zijn aangescherpt voor het jaar 2030. Voor 2050 zijn de eisen nog meer opgeschroefd.

Het illustreert de noodzaak voor het welslagen van de van tevoren groots aangekondigde ‘Green Deal’ die de nieuwe Europese Commissie woensdag presenteerde. De ambities zijn er niet minder om geworden. In 2050 moet Europa het eerste klimaatneutrale continent ter wereld zijn. Het doet denken aan het voornemen van de Europese Unie, begin deze eeuw, om in 2010 de meest concurrerende economie ter wereld te worden. Daar is toen niets van terechtgekomen.

Het is een ongekende uitdaging om de Europese Unie nu bij het bestrijden van de mondiale klimaatcrisis wél koploper te laten worden. De obstakels zijn nog altijd dezelfde: voor de uitvoering blijft de Unie in hoge mate afhankelijk van de lidstaten. Hoe moeizaam het is om de bevolking, beter gezegd de kiezers, voor klimaatmaatregelen te winnen is het nu bijna voorbije jaar in Nederland gebleken. Toen ging het nog maar om de aankondiging van een eerste pakket. De weerstand is in andere EU-landen niet anders.

Vervolgens zijn er ook nog de uiteenlopende belangen van de lidstaten. Dat zal waarschijnlijk deze donderdag al blijken in Brussel als de regeringsleiders van de EU bijeenkomen voor hun reguliere decemberontmoeting. Die zullen het eens moeten worden over het doel om Europa in 2050 klimaatneutraal te laten zijn. Maar Polen, Tsjechië en Hongarije liggen nog dwars. Onderdeel van de Green Deal is weliswaar een fonds om extra zwaar getroffen landen te compenseren maar het zal niet de eerste keer zijn in Europa dat dit de opmaat is voor een ingewikkelde uitruil.

De Green Deal laat aan alle kanten zien dat het Europa menens is. Nu gaat het nog om macrobeleid. Maar op microschaal zullen de maatregelen diep ingrijpen. De kosten zijn in alle opzichten hoog. Maar zoals voorzitter Ursula von der Leyen van de Europese Commissie woensdag terecht zei: de kosten van niets doen zijn nog hoger.