Je buurt bepaalt (deels) je latere inkomen

Kansongelijkheid Iedere Nederlander kan van een dubbeltje een kwartje worden. Maar dat gaat wat gemakkelijker als je wieg op de juiste plek staat.

De wijk Nieuwland in Schiedam
De wijk Nieuwland in Schiedam Foto Merlin Daleman

De buurt waarin je opgroeit, bepaalt mede je latere kansen op de arbeidsmarkt. Dat voelt iedereen aan zijn water. Het was alleen nooit empirisch aangetoond. Net zomin als exact bekend was wat het effect van die buurt is op je kansen om maatschappelijk op te klimmen.

Hier hebben drie onderzoekers van Stichting Economisch Onderzoek (SEO) nu een einde aan gemaakt. Ze kregen daarvoor subsidie van de Goldschmeding Foundation die kansenongelijkheid wil tegengaan.

In zijn algemeenheid viel tot nog toe volgens de SEO vast te stellen dat kinderen die geboren zijn in gezinnen met een inkomen dat tot de onderste 20 procent behoort, een kans van 12 procent hebben om als volwassene tot de bovenste 20 procent inkomens te gaan behoren. In Canada en Zweden is die kans iets hoger, in de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk lager.

Verhuizen naar betere wijk

Voor hun studie gingen de SEO- onderzoekers veel verder. Op basis van zogeheten microdata van het Centraal Bureau voor de Statistiek maakten ze een analyse van individuen, ouders, buurten en inkomens. Die gegevens maakten het mogelijk om voor het eerst de inkomenspositie van kinderen af te zetten tegenover die van hun ouders.

Ook kon zo duidelijk worden gemaakt wat het effect is van verhuizen naar een betere buurt, ten opzichte van blijven wonen in een mindere buurt.

SEO analyseerde een groep kinderen die geboren is in 1985, en een groep uit 1989. Eerst werd vastgesteld wat het inkomen van de ouders van die kinderen was. Vervolgens is gekeken welk deel van die kinderen (de facto hun ouders) is verhuisd, en welk deel niet. Ten slotte werd gekeken naar de inkomenspositie van die kinderen op 28-jarige leeftijd, over het algemeen een periode waarin (eventuele) studies zijn afgerond en er een start is gemaakt met een werkzaam leven.

Hoofdonderzoeker Bas ter Weel van SEO: „Door deze data konden we een wetenschappelijk gedachtenexperiment met concrete data uitvoeren: wat is het effect op het latere inkomen als je een willekeurig kind laat verhuizen van de ene naar de andere wijk?”

De buurt doet ertoe, dus zorg dat je slechtere buurten verbetert

Bas ter Weel onderzoeker

Het effect van verhuizen naar een betere buurt, zo bleek uit de analyse van de data, is substantieel. Elk jaar dat een kind in een betere buurt woont (een omgeving waar het gemiddeld inkomen hoger is dan de oorspronkelijke woonplaats), wordt het inkomensverschil tussen de oude en de nieuwe buurt 2,7 procent kleiner. Wie tien jaar in een betere buurt woont, heeft op zijn 28ste dus 27 procent van het gat tussen de oude en de nieuwe situatie ‘dichtgelopen’. Overigens heeft verhuizen na de leeftijd waarop gemiddeld gezien begonnen wordt met werken (24 jaar) geen effect meer.

Daarmee bevestigt het Nederlandse onderzoek internationale data en resultaten. In de Verenigde Staten is het positieve effect van verhuizen zelfs 4 procent per jaar, in Australië 3,3 procent. Ter Weel: „Dat komt omdat er in Nederland minder verschil goed te maken is dan in de VS. Als je daar vanuit een achterstandswijk van Chicago naar Manhattan in New York verhuist, zijn de verschillen gigantisch. Dat hebben we gelukkig niet in Nederland.”

Volgens Ter Weel heeft de inkomensstijging door verhuizing niet zozeer te maken met lokale arbeidsmarktomstandigheden. „Het lijkt vooral te gaan om effecten van de omgeving waarin een kind opgroeit, zoals onderwijs en veiligheid”, zegt hij. Dat biedt ook direct handvatten voor beleid, aldus SEO. Zo kan de overheid proberen om mensen te bewegen naar betere regio’s te verhuizen. Maar dat heeft alleen al mathematisch een grens, nog los van de praktische bezwaren.

Eigen kapitaal

Beter is het om te investeren in mindere buurten, denkt Ter Weel. „De buurt doet ertoe, dus zorg dat je slechtere buurten verbetert, investeer in de sociale omgeving zoals onderwijs en sociale voorzieningen. Dan gaan mensen in hun eigen kapitaal investeren en dat zou de kansengelijkheid van mensen bevorderen zonder dat ze daarvoor hoeven te verhuizen.”

Los van de resultaten van het onderzoek, hoopt Ter Weel dat de conclusies zullen bijdragen aan een betere bestrijding van kansenongelijkheid. „Het is een van de grote thema’s in de politiek. Kijk maar naar de gele hesjes in Frankrijk, of de ‘veenbrand van ongenoegen’ over die ongelijkheid, zoals SCP-directeur Kim Putters het noemt. Door dit soort onderzoek krijg je meer vat op de onderliggende problemen”, zegt Ter Weel. SEO wil uiteindelijk een Atlas van Nederland ontwikkelen waarin op nog meer detailniveau (postcodes) de kansenongelijkheid en de factoren die daarop van invloed zijn worden uitgewerkt.