Recensie

Recensie

Deze Volvo knelt een beetje, zowel mentaal als fysiek

Autotest gaat innerlijk een beetje stuk als de Volvo’s zo onterend naar hun Audi-universum lonken.
Volvo V60
Volvo V60 Foto Merlijn Doomernik

Volvo’s elektrificatiepad gaat niet uitsluitend over rozen. De elektrische XC40 is onderweg, een volgende generatie stekkerauto’s wordt ondergebracht bij het submerk Polestar, voorheen de tuningspecialist van het merk. Mooi zo. Maar omdat de grote schoonmaak jaren vergt, moet Volvo de transitiefase overbruggen met een ecologisch compromis; plugin hybrides die alvast een klein stukje elektrisch rijden.

Dat gaat met vallen en opstaan. In de XC90 T8 Twin Engine was ik teleurgesteld. Zo’n grote suv wordt met batterij en elektromotor een nog veel zwaardere suv, die een kansloze strijd voert tegen zijn BMI. Hij reed op kousenvoeten twintig kilometer elektrisch en daarna net als zijn niet-hybride concurrenten 1 op 10. Efficiënter is nota bene Volvo’s B5-diesel, in de XC90 nog leverbaar. Hij voldoet aan de strengste Euro6d-temp-emissienorm en loopt 1 op 14, klein wonder voor zo’n vetzak. Maar Volvo bouwt geen nieuwe diesels meer. De clou van ecomarketing blijft deugen voor de bühne. De beeldvorming is onverbiddelijk.

Van de stekkerhybride V60 T8 had ik bewolkte verwachtingen. Het hart van zijn aandrijflijn, een tweeliter turbo-viercilinder, staat bekend als een forse innemer. Het liet zich raden wat er zou gebeuren als de gewone, al 1.600 kilo zware benzine-V60 in zijn hybride-incarnatie nog eens bijna 400 kilo aan zou komen. Van 1 op 10 naar 1 op 11, voorspelde ik.

Mondjesmaat

Goddank heb ik me op hem verkeken. Hij rijdt elektrisch over 35 kilometer snelweg. Niet slecht, en na het leegrijden van de accu stijgt het verbruik verrassend mondjesmaat. Over 80 kilometer geeft de verbruiksmeter een gemiddelde van 3.9 liter op 100 kilometer aan, na 140 kilometer is het nog altijd 1 op 20. Hij kan dus echt wat. Mits je de discipline opbrengt consequent te laden, is elektrisch woon-werkverkeer met de T8 haalbaar. Dat is winst.

Het geheim is de gegroeide actieradius. Ruim 50 kilometer zou de T8 met zijn 11,6 kWh-batterij en 88 pk sterke elektromotor puur op stroom kunnen rijden. Dat lukt, vrees ik, alleen zonder tegenwind bij buitentemperaturen vanaf 20 graden. Bij de zuinigheidstest over B-wegen op een vroege, koude ochtend was ik wederom na 35 kilometer door zijn reserves heen. Interessant overigens hoe makkelijk je in normaal verkeer elektrisch rijdt met dat obese apparaat. Het stemt tot nadenken over de powerplay waarmee autofabrikanten hun ecoboodschap pluggen. Zelfs voor een tweetonner als deze grenst een systeemvermogen van haast 400 pk aan het absurde, als je bedenkt dat het testverbruik van 5,6 liter op 100 kilometer geheel te danken is aan zijn luttele 88 stroom-pk’s. Niettemin staat een eindscore van haast 1 op 18 als een huis.

Anderzijds had het zo 1 op 11 kunnen worden, als ik het ding in Top Gear-stijl de sporen had gegeven. Maar ik ben nu eenmaal Volvorijder van de oude stempel. Mijn generatie had genoeg aan 116 tamme Zweedse paarden in een degelijke, uit één charmant gekromde uitlaatpijp rokende station. Ik mis die tijd. Ik mis de eenvoud van een samenleving die maar twee tv-kanalen en slechts Volvo’s zonder multimediasystemen kende. Ik mis het land waarin de Volvoman en -vrouw per definitie iets verstandigs hadden gestudeerd en in een ABN zonder gehaaide ondertonen met twee woorden spraken. Waar rede, matigheid en beschaving heersten.

Dat zegt een reactionaire snob, correct. Maar de gelikte V60 doet me, bij alle lof die ik bij eerdere kennismakingen uit volle overtuiging uitsprak, te veel aan business denken. Niets tegen zakenmensen, maar ik ga innerlijk een beetje stuk als onze Volvo’s zo onterend naar hun Audi-universum lonken. Deze V60 is het getailleerde colbertjasje uit de garderobe van een ander mensentype, dat op te vermijden plekken powerpointpresentaties over duurzame verdienmodellen afsteekt voor een auditorium van jongens met suède puntschoenen. Hij knelt een beetje, mentaal en fysiek. De flanken van de auto hellen zo naar binnen dat de daklijn een obstakel voor je hoofd wordt. Mijn ideale Volvo was en is een overmaatse, mooi versleten kamerjas.

Tijd voor de renaissance van de Volvo-baksteen, een elitaire spartaan die de lijnen van klassieke Volvo-combi’s monumentaal rechtschapen naar het heden trekt. Met een winterhard batterijpakket van 100 kWh onder een laadvloer waar ik weer net als vroeger languit op kan liggen. Maak hem, Volvo. Noem hem voor mijn part Thunberg Combi, helemaal hip. Serveer ik hier een stukje neobaksteenmarketing waar de keynote-indringers met Audi-roots een punt aan kunnen zuigen.