Opinie

Het verleden vergeten lijkt soms noodzakelijk

Clarice Gargard

De Surinaamse krijgsraad is ontzagwekkend. De drie vrouwen die president Bouterse tot twintig jaar gevangenisstraf veroordeelden – Cynthia Valstein-Montnor, Suzanne Chu en Rewita Chatterpal – zijn als de oude Ahosi-krijgers van Benin, vrouwen die streden om hun land te beschermen. Maar wat gebeurt er nadat de strijd geleverd is?

„We kunnen nu helen”, proclameren veel Surinamers en Surinaamse Nederlanders in media over het Bouterse-vonnis. Als een kwelgeest die na decennia verdreven wordt.

Een herkenbaar sentiment. In 2012 werd dictator Charles Taylor – martelaar van thuisland Liberia – tot vijftig jaar celstraf veroordeeld vanwege misdaden tegen de menselijkheid. Bij de beëindiging van de burgeroorlog speelden vrouwen ook een cruciale rol. Leymah Gbowee – sociaal werker, activist en in 2011 onderscheiden met de Nobelprijs voor de Vrede – richtte Women of Liberia Mass Action for Peace op. Vrouwen van allerlei religieuze en sociale achtergronden demonstreerden, baden en ontkleedden zich, uit protest tegen de gruwelijkheden. In de documentaire Pray the Devil Back to Hell kun je hun succesvolle verzet volgen.

Toch was niet iedereen verheugd bij de verdrijving (of veroordeling) van de duivel. Taylor was immers ook tot president verkozen en had een toegewijde achterban. Volgens hen blijft de sloot de beste plaats voor oude koeien.

Dat blijkt voor sommige Surinamers niet heel anders te zijn. Filmmaker Ananta Khemradj maakte een documentaire over Suriname in de jaren tachtig en ondervond dat velen liever voor- dan achteruitkijken. Het verleden opzettelijk vergeten is soms nodig om te overleven. Maar of we willen of niet, het verleden blijft onderdeel van het heden. Je komt het soms tegen in onuitgesproken woorden en verdriet dat in de keel blijft hangen.

Een andere reden waarom sommigen tegen de veroordeling van Bouterse zijn, is de rol die Nederland bij de coup gespeeld zou hebben en die onbestraft blijft. De koloniale vloek van veel niet-westerse landen.

Taylor kreeg als rebellenleider steun van de Verenigde Staten die later de jacht op hem openden. „Wanneer je meester je vijand wordt, ben je gedoemd”, zei de dictator tijdens zijn rechtszaak in Den Haag.

Sommigen verbazen zich over de steun die Bouterse nog geniet. Maar ik begrijp het wel. De duivel die je kent is beter dan de engel die je vreemd is, luidt een Liberiaans gezegde.

Toen ik research deed voor mijn documentaire en boek over mijn familiegeschiedenis en de Liberiaanse burgeroorlogen, zeiden gewone Liberianen dat er tijdens Taylors heerschappij tenminste genoeg rijst was.

Ik moet denken aan de Nigeriaanse schrijver Chinua Achebe. In Anthills of the Savannah (1987), over een fictief Afrikaans land, schreef hij dat dictators soms gewenst kunnen zijn, vanwege ferme beslissingen die ze durven nemen. „Wat dit land echt nodig heeft, is een meedogenloos dictator, ten minste voor vijf jaar”, zegt een van de personages in die roman.

Dat zie je terug in landen als Liberia, Rwanda, Irak én Suriname, waar leiders met dictatoriale neigingen soms voor stabiliteit zorgen.

Maar stabiliteit is niet hetzelfde als vooruitgang, eerder oponthoud. En er zijn altijd mensen – van gewone burgers tot tegenstanders, pers en activisten – die onder de terreur van een autoritair bewind lijden.

Ik weet niet of het einde voor Surinamers eindelijk in zicht is. Maar uit eigen ervaring weet ik dat openlijke confrontatie met demonen uit het verleden eigenlijk pas het begin is.

Clarice Gargard werkt voor De Correspondent en is auteur van Drakendochter (Arbeiderspers, 2019).

Correctie (12 december 2019): de documentaire Pray the Devil Back to Hell werd in een eerdere versie per abuis Pray the Devil Back genoemd.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.