Hoe Brussel een chaotische, schizofrene stad werd

Brussel Pascal Verbeken beschrijft meeslepend hoe Brussel een chaotische, schizofrene stad werd. Zijn portret leidt weliswaar tot medelijden, maar niet tot een grotere liefde. (●●●●)

Brussel
Brussel Foto Julien Fromentin

‘Een kleine stad, met kleine geesten en kleine harten.’ Ver voordat de huidige Amerikaanse president Brussel een hellhole noemde, had hij al een geestverwant: de Franse dichter Baudelaire. De vrouwen zijn er gedrochten en de mensen lomp, de rivier de Zenne stinkt. Een hellegat vond hij de stad, waar hij vanaf 1864 twee jaar doorbracht.

Ook ruim 150 jaar later is Brussel bepaald niet de meest geliefde stad van België. Walen en Vlamingen, schrijft Pascal Verbeken (1965) in zijn nieuwe boek Brutopia, zijn in het verdeelde België broederlijk verenigd als het gaat om de afkeer van de stad. Met name veel Vlamingen moeten er niet aan denken in de luidruchtige, vieze hoofdstad te wonen die chaotisch afsteekt bij pareltjes als Gent en Brugge.

Toe aan een korte vakantie? NRC tipt steden en leert je daar te leven als een local. Lees ook: Struin als een Brusselaar door Brussel

Binnen de EU staat ‘Brussel’ ook al niet voor veel goeds. Zelfs Brusselaars maken er een gewoonte van te klagen over hun stad. Over de immer scheef liggende stoepen. Over de vreemde constructie van de negentien gemeenten waaruit Brussel bestaat, die de bureaucratie er niet bepaald minder op maakt. Over het vuilnis op straat, de betonnen kolossen tussen art nouveau-gebouwen, vervuilende auto’s en armoede die overal zichtbaar is.

Syfilis

Brussel is dat allemaal, schrijft Verbeken. Maar de stad was ook de plek voor een nieuw begin. Dat was het al voor Baudelaire (1821-1867), die gedesillusioneerd, op de vlucht voor schuldeisers, en met syfilis uit Frankrijk was vertrokken. Het was de stad waar niemand vragen stelde over je verleden. ‘Een wijkplaats, een refuge waar zoveel politieke en artistieke bannelingen in de negentiende eeuw waren aangespoeld. […] Brussel, dat was de opwindende geur van vrijheid en gevaar.’ Getuige de zestig procent inwoners met een migratie-achtergrond, is Brussel die refuge in zekere zin nog altijd.

Dat lelijkheid en hoop, hellegat en utopie bij uitstek samenkomen in Brussel, toont Verbeken op meeslepende wijze in zijn boek over de dromen van de stad. Het is het sluitstuk van zijn België-trilogie; eerder publiceerde hij Grand Central Belge, over de spoorlijn die Wallonië en Vlaanderen verbond, en Arm Wallonië. Brussel was de plek waar utopisten, revolutionairen en visionairen door de jaren heen neerstreken, aldus Verbeken. Ze hoopten de wereld er beter te maken, maar sloegen met hun welwillende ideeën de plank finaal mis. Het meeste wat er mis is in Brussel, blijkt te danken aan zelfdestructie.

In de jaren zestig moest in Brussel hét zakencentrum van de wereld verrijzen. Twee autosnelwegen zouden er kruisen: van Amsterdam naar Parijs en van Londen naar Istanbul.

In de jaren zestig moest in Brussel hét zakencentrum van de wereld verrijzen. Twee autosnelwegen zouden er kruisen: van Amsterdam naar Parijs en van Londen naar Istanbul. Er zouden tachtig wolkenkrabbers komen. Wandelbruggen voor voetgangers. Burgers zouden in de toekomst buiten de stad wonen. De autostad was het ideaal. Maar de uitwerking viel tegen. Twaalfduizend mensen werden verjaagd, de Noordwijk gesloopt. Prostitutie en criminaliteit kenmerken de buurt nu, kantoren staan leeg.

Molenbeek

De komst van de Europese instellingen zorgde voor de toestroom van geld, maar ook voor de teloorgang van de Leopoldwijk. In Molenbeek werd ooit het Brussels socialisme geboren, het is vervangen door salafisme. Het megalomane Justitiepaleis, de Noord-Zuid-treinverbinding: hele wijken werden ervoor gesloopt.

Via wereldtentoonstellingen, Karl Marx en bibliograaf Paul Otlet reist Verbeken door de negentien gemeenten van Brussel. In elk hoofdstuk schakelt hij tussen relevante figuren uit het verleden en huidige bewoners. Hij zoekt raamprostituee Sonia op in de Noordwijk en Montasser AlDe’emeh in Molenbeek. Luuk van Middelaar vertelt over de Europese wijk en ras-Brusseleir Monsieur Martin over Sint-Joost, in het Zoniënwoud ontmoet Verbeken een bosbeheerder.

Brutopia is geen geschiedenis van Brussel. Het is geen reisgids. Toch maakt Verbeken met zijn literaire stijl voelbaar hoe Brussel werd wie ze is, en zul je na lezing niet meer op dezelfde manier door Brussel lopen. De kleine ring, nu één lange file van slecht onderhouden tunnels, was ooit een stadsboulevard. De Centrale Hallen werden een inmiddels afgebroken parking. Brussel wordt voor de lezer een personage dat in de loop der jaren veel werd aangedaan, terwijl de meesten juist het beste met haar voor hadden.

Dat Verbeken de stad lief heeft, moge duidelijk zijn. Maar dat gevoel klinkt weinig door in zijn verslag dat naar nostalgie en pessimisme neigt. Tegenover de bewoners die wijk na wijk zagen verdwijnen, wordt zelden ook een positieve blik geplaatst. Is elke Brusselse droom dan gedoemd te mislukken? Brussel is ondoorzichtig en versnipperd – maar dat maakt de stad ook aantrekkelijk. De ‘raadselachtige energie’ die volgens Verbeken in de Brusselse lucht hangt, bestaat ook vandaag de dag nog. Wie heeft er nieuwe dromen voor Brussel?