Doodgewoon en toch al een beetje kersterig

Janneke kookt Spruitjes it is. Maar dan wel heel anders dan u waarschijnlijk gewend bent.

Zo vlak voor Kerst ga ik er van uit dat u uw kerstdinerplannen al rond heeft. En dan hoop ik dus van harte dat u het uzelf niet al te moeilijk gaat maken. Nu ja, tenzij u zin heeft in moeilijk natuurlijk. Dat kan. Moeilijk koken kan ontzettend leuk zijn. Maar dan alleen wanneer je daar bewust voor kiest. Wanneer je er alle tijd van de wereld voor hebt. Wanneer je geen aanleg hebt voor last minute panikeren. If you can stand the heat, do stay in the kitchen.

Zo niet, dan hoop ik dat u gerechten heeft gekozen die u voor het grootste deel kunt voorbereiden. Dat u zo verstandig bent om recepten die u nog nooit eerder maakte eerst op uw gemak uit te proberen voor u ze voor het echie gaat maken. Dat u uw boodschappen slim weet te plannen, zo nodig alvast vis heeft besteld bij de visboer, wild bij de poelier, enzovoort. En dat u voor het diner zelf hulp durft te vragen aan een kookgrage gast, en anders op zijn minst zo wijs zult zijn om op het moment suprême een afwashulpje/wijnschenker/tafeldekker aan te wijzen.

Ervan uitgaande dat dit allemaal onder controle is, rest mij u alvast veel succes en vooral veel plezier te wensen met kerstkoken. (Volgende week is er geen kookrubriek, vandaar.) Voor nu denk ik dat u meer hebt aan een lekker doordeweeksrecept. Er moet tot aan volgende week woensdag immers ook gewoon gegeten worden. Wat dacht u van spruitjes? Het grappige aan spruitjes is dat ze én doodgewoon zijn én toch ook al een beetje kersterig aanvoelen.

Kom, ja, spruitjes it is. Maar dan wel heel anders dan u waarschijnlijk gewend bent, namelijk in een Indische sajoer. In zo’n kruidige kokosbouillon krijgen die oerhollandse minikooltjes ineens exotische allure.

Sajoer spruitjes

(4 personen)

2 tenen knoflook; 2 sjalotten; 4 cm verse gemberwortel; ½ tl sambal manis; ½ tl bruine basterdsuiker; 2 el arachideolie; 600 ml kokosmelk; 600 ml groentebouillon; 4 vastkokende aardappelen; 500 g spruitjes; 2 stengels sereh; 4 eieren; citroensap; 100 g taugé; een handje bladselderij

Pel de tenen knoflook en de sjalotten en snijd ze grof. Schil de gemberwortel en snijd in schijfjes.

Doe de knoflook, sjalot en gember samen met de sambal, basterdsuiker en een snuf zout in de mengkom van de keukenmachine en pureer tot een boemboe. Als u geen keukenmachine bezit kunt u de knoflook, sjalot en gember ook eerst wat fijner snijden en vervolgens samen met die snuf zout fijn wrijven in een vijzel.

Schil de aardappelen en snijd ze in dobbelstenen. Maak de spruitjes schoon, halveer grote exemplaren. Trek het buitenste stugge blad van de sereh, kneus de stengels met het lemmet van een mes en leg er een knoopje in.

Verhit de olie in een wok of soeppan. Fruit de boemboe een paar minuten tot hij flink gaat geuren. Voeg dan de kokosmelk, bouillon, aardappelen, spruiten en sereh toe.

Breng aan de kook, draai het vuur laag en laat de aardappelen en spruitjes zachtjes in (een klein) halfuurtje gaar koken. Kook intussen de eieren hard, laat schrikken, pel en halveer ze.

Proef en maak de sajoer op smaak met zout en versgemalen peper en een drup citroensap. Verdeel over 4 kommen of diepe borden.

Leg in elk bord 2 halve eieren en een pluk taugé en bestrooi met gehakte selderij. Geef er gekookte witte rijst en extra sambal bij.