Reportage

De onverwachte opmars van een voetbalclub uit verlamd Kasjmir

Real Kashmir Voetbalclub Real Kashmir is een zeldzaam succesverhaal in de door geweld geteisterde regio in het noorden van India. „De club is het beste wat Kasjmir in lange tijd is overkomen.”

Een thuiswedstrijd van Real Kashmir, in Srinagar, tegen Churchill Brothers uit Goa, eind 2018.
Een thuiswedstrijd van Real Kashmir, in Srinagar, tegen Churchill Brothers uit Goa, eind 2018. Foto’s Times of India en Getty Images

Het was de negentigste minuut van de meest beladen wedstrijd uit zijn nog prille profvoetbalcarrière en Danish Farooq, 23, haalde uit. Vol in de linkerhoek, de keeper van Chennai City FC had geen schijn van kans: 1-0. Onder andere omstandigheden was het een droomgoal geweest. Beginnen aan de Durand Cup, India’s oudste voetbaltoernooi, met een zege op de nummer één uit de hoogste divisie. Dankzij hem.

Maar de gedachten van de spits van Real Kashmir FC waren elders. Bij zijn vader, ruim tweeduizend kilometer verderop, die nog nooit een wedstrijd van hem miste. Bij zijn moeder. Zijn oom, neven. Normaal hadden die aan hun televisie gekluisterd gezeten om Farooq te zien scoren, net als zo’n beetje iedereen in de Kasjmir-vallei. Alleen deden hun kabeltelevisies het deze augustusmiddag niet. Hun telefoons en het internet evenmin.

Op 5 augustus, twee dagen voor de wedstrijd, maakte de Indiase regering plots een einde aan de autonomie van Kasjmir, een regio in de Himalaya die ook door Pakistan wordt geclaimd. Het besluit kondigde zich aan met de komst van tienduizenden extra troepen in wat toen al gold als een van de zwaarst gemilitariseerde zones ter wereld. Duizenden Kasjmiri’s werden preventief opgepakt en alle communicatiemiddelen afgesneden.

Samen met zijn lokale teamgenoten vloog Farooq diezelfde dag nog naar Kolkata, waar de rest van de ploeg hen opwachtte voor de Durand Cup. Die eerste wedstrijd eindigde de man of the match in tranen in de kleedkamer. „Het was heel zwaar”, vertelt hij enkele maanden later. Maar het voetbal gaat door. Als alles goed gaat – en dat weet je in Kasjmir maar nooit – spelen ze binnenkort hun eerste thuiswedstrijd sinds de lockdown. „Dat wordt een ontzettend belangrijk moment voor ons”, zegt de jonge spits ernstig. „We willen een glimlach terugbrengen op het gezicht van de mensen in Kasjmir.”

Terreur

Het is een rol die de pas drie jaar oude voetbalclub al vaker speelde. In een regio gebutst door oorlogen, terreuraanslagen en de alomtegenwoordigheid van zwaarbewapende militairen, is Real Kashmir een zeldzaam succesverhaal. In twee seizoenen schopten ze het van koploper in de tweede divisie naar de topdrie van de I-League en werd Adidas hun tenuesponsor – de enige Indiase voetbalclub met zo’n wereldmerk achter zich.

Voetbalfans van Real Kashmir tijdens de wedstrijd tegen Churchill Brothers in Srinagar, in november 2018. Foto Getty Images

Leest het verhaal van Real Kashmir als een filmscript, dan zijn Shamim Mehraj, 38, en Sandeep Chattoo, 52, de regisseurs. Een ongewoon duo, noemt Mehraj henzelf. Mehraj bedoelt: hij een moslim, Chattoo hindoe. En dat in de enige regio waar moslims de meerderheid vormen in het verder overwegend hindoeïstische India. „De club is het beste wat Kasjmir in lange tijd is overkomen”, zegt Mehraj plechtig. „Het heeft ons verenigd.”

Diep in de genen

Waar elders in India cricket de veruit de favoriete sport is, zit voetbal diep in de genen van de Kasjmiri’s. Maar sinds militanten begin jaren negentig de wapens oppakten voor een onafhankelijk Kasjmir, heeft geweld de vallei verlamd. De afgelopen decennia kwamen daarbij meer dan honderdduizend mensen om. Bioscopen sloten hun deuren, sportvelden werden verwaarloosd. Voetballen gebeurde alleen nog op kleine schaal.

Tot een paar jaar geleden. Eigenlijk is het allemaal een beetje uit de hand gelopen. Chattoo, een hotelier uit Srinagar, hield niet eens van voetbal. Wat begon als een idee van zijn vriend Mehraj – wiens familie een lokale krant bezit – om na overstromingen in Srinagar voetballen uit te delen aan jongeren („puur ter afleiding en vermaak”), groeide zonder dat ze het beiden goed en wel doorhadden uit tot Kasjmirs eerste professionele club.

Dat het anders liep, komt mede door een rossige Schot met vrolijk glinsterende ogen en een arsenaal aan scheldwoorden die ze in Kasjmir voorheen niet kenden. David Robertson, ooit een talentvolle linksachter van de Rangers uit Glasgow, werd eind 2016 binnengehaald als trainer van Real Kashmir. Het enige wat hij op dat moment van India kende, zegt de 51-jarige Robertson, is wat hij had gezien in het programma An idiot abroad. „Ik had geen idee.”

Een graag vertelde anekdote is hoe de Schot („in India is het altijd warm”) landde in een Srinagar dat wit zag van de sneeuw. „Er was geen elektriciteit, het internet werkte niet.” Vanuit zijn hotelkamer belde hij Mehraj de volgende ochtend op: dit gaat hem niet worden. Mehraj haalde hem in huis, gaf hem een slaappil en de rest is geschiedenis.

Terwijl de sneeuw en het gebrek aan elektriciteit nog de minste van Robertsons zorgen zouden blijken. „Er was niets”, zegt hij nu. Het enige officiële voetbalveld in Srinagar had tot vorig jaar geen kleedkamers, geen lampen. Bij gebrek aan tenues kwamen de jongens trainen in shirts van Manchester United en Arsenal. Als ze door een plotselinge geweldsuitbarsting of avondklok überhaupt al konden trainen.

En kijk waar ze nu zijn, zegt Robertson, wiens eigen zoon vorig seizoen bij Real Kashmir tekende. „Het is bijna ongelofelijk dat de club dit niveau al heeft bereikt.” Gevraagd hoe hij dat voor elkaar kreeg, valt de Schot even stil. „Ik denk”, zegt hij dan, „dat dit team in tegenstelling tot anderen iets meer heeft om voor te spelen.”

Zie hoe sinds hun promotie naar de eerste divisie de tribunes bij thuiswedstrijden uit hun voegen barsten. Waar plek is voor 14.000 man, persen regelmatig meer dan 20.000 Kasjmiri’s zich samen. Velen anderen verdringen zich buiten voor de hekken.

„Wat Barcelona is voor Catalonië, zijn wij voor Kasjmir”, vertelde Mehraj afgelopen zomer in een gesprek dat plaatsvond kort voordat Kasjmirs autonomie werd geschrapt. „We vertegenwoordigen een emotie.”

Een van de favorieten

De bedoeling was dat dit verhaal vanaf die tribune geschreven zou worden. Maar hoewel de Indiase regering volhoudt dat het ‘normale’ leven reeds is teruggekeerd in de Vallei, is het internet vier maanden later nog altijd afgesloten, zitten talloze Kasjmiri’s – onder wie alle lokale leiders – nog vast en zijn buitenlandse journalisten nog steeds niet welkom.

Indiase soldaten sluiten een straat af in Srinagar, in augustus van dit jaar. Foto Mukhtar Khan/AP

En dus wijken we op een decembermiddag uit naar Hotel Aquatic Palace, een ooit wit gebouw gelegen aan een drukke weg met op de deur een bordje waarop in kapitalen ‘Foreign Liquor’ staat. Het team is terug in Kolkata voor hun eerste wedstrijd van het seizoen tegen East Bengal, een club met een bijna honderd jaar oude geschiedenis.

De laatste keer dat Real Kashmir tegen hen speelde, zou eigenlijk een thuiswedstrijd zijn. Maar na een terreuraanslag op een paramilitair konvooi afgelopen februari, werd de wedstrijd naar Delhi verplaatst. Uiteindelijk won East Bengal. Hadden ze in Srinagar gespeeld, dan was het resultaat anders geweest, denkt verdediger Khalid Quoom (30). „Hoe het publiek voor ons juicht, dat is het beste gevoel dat er is.”

Een van de favorieten

Dit seizoen ligt de druk volgens hem aanzienlijk hoger. „Vorig jaar had niemand gedacht dat we het zo goed zouden doen. Nu zijn we een van de favorieten.” Al was het begin door de omstandigheden ditmaal verre van ideaal. Bijna twee maanden bleef het team weg uit Kasjmir, tot de situatie iets zou bekoelen. Voor jongens als Quoom en Farooq betekende dat ze zonder werkende telefoons en internet afgesneden waren van hun families.

„We speelden wel, maar het was moeilijk van het spel te genieten”, zegt de verdediger zacht. Eenmaal terug in Kasjmir waren het de buitenlandse jongens – uit Ivoorkust, Nigeria – die zonder Skype en Whatsapp hun thuis opeens niet konden bereiken.

In een stadion gevuld met East Bengal-fans eindigt de wedstrijd na een 1-0 voorsprong van Real Kashmir in een gelijkspel. „Een goede start”, concludeert trainer Robertson terug in het hotel. „Het toont de honger van dit team. Zodra ze hun jersey aandoen, blijven ze vechten.”

Trots vertelt hij hoe mensen hen vaak met een sprookje vergelijken. „Maar zoals Sandeep na vorig seizoen al zei: het is geen sprookje meer.” Aan sprookjes komt namelijk een einde, zegt de Schot. „En we willen niet dat dit verhaal ten einde komt.”