De kandidaten gaan langs de ‘pinautomaat’

Leven en werken in Silicon Valley Technologie is machtiger dan ‘onze politieke vertegenwoordigers’, hoort Marietje Schaake.

Op weg naar mijn fiets zie ik buiten ons kantoorgebouw een tv-ploeg. Op Stanford komen media regelmatig langs voor gastsprekers, maar er komt niet elke dag een presidentskandidaat. De tv-journalisten interviewen Julian Castro. Wie hem googelt, ziet dat er veel wordt gezocht naar zijn relatie met Fidel Castro. Die is er niet. Julian is oud-burgemeester van San Antonio, Texas, en was minister van Volkshuisvesting onder president Obama. Journalisten bevragen hem over zijn visie op de rol van Amerika in de wereld, waarover hij op Stanford sprak.

Hoewel Castro hier politicologie en communicatiewetenschappen studeerde, is dit niet de meest logische plek voor een speech over buitenlandbeleid. Stanford is vooral sterk in informatica en technologische studies. Buitenlandbeleid wordt vooral in Washington gemaakt, en politicologie of internationale betrekkingen wordt het beste onderwezen aan universiteiten aan de Oostkust, zoals Harvard. Castro’s belofte om moreel leiderschap, democratie en mensenrechten voorop te stellen in het Witte Huis, slaat aan bij het publiek.

Opmerkelijk genoeg zijn progressieve presidentskandidaten als Bernie Sanders en Cory Booker - ook Stanford-alumnus - populair bij de techmiljonairs. Die geven geld aan kandidaten die, eenmaal aan de macht, hun kapitaal direct zouden afromen.

Belangrijker dan belastingen lijken regels die techproducten en -diensten kunnen raken. Een grote investeerder die de Democratische kandidaat Elizabeth Warren steunt - ondanks haar belofte technologiebedrijven op te breken - zegt dat ze naar het midden zal moeten bewegen om een kans te maken. Zou ze haar belofte echt waarmaken, dan is het vrij zeker dat lobbyisten van techbedrijven hard terugduwen tegen het beleid dat hun ceo’s financieel steunen.

Silicon Valley wordt ook wel ‘de pinautomaat voor campagnes’ genoemd. Om de haverklap zijn er fundraisers voor presidentskandidaten in grote huizen van mensen met een goed netwerk. Aanwezigen betalen 2.800 tot 10.000 dollar voor een kort praatje van de kandidaat. Succesvolle ondernemers doneren soms zelfs aan meerdere campagnes tegelijk. Het is een soort politiek daten, waarbij donateurs kandidaten uitproberen en die persoonlijk willen ontmoeten. Iedereen hoopt in te zetten op het winnende paard. Donaties van buitenlanders zijn overigens verboden. Ik mag binnenkort wel komen luisteren naar presidentskandidaat Pete Buttigieg, voor wie een vriend een fundraiser organiseert.

Niet iedereen is even enthousiast over politiek, merk ik op een feestje waar iemand me voorstelt als ‘ex-Europarlementariër’’. Een succesvolle zakenvrouw kan haar cynisme nauwelijks onderdrukken. „Het zal wel aan Amerika liggen, en misschien is het in Europa hééél anders, maar ik denk dat de politiek kapot is. In Washington snappen ze niks van technologie.”

Tech is vaak de enige lens waardoor mensen in Silicon Valley naar de wereld kijken. Als ik vraag hoe het gesteld is met de politieke kennis van techexperts en zakenmensen wordt er smakelijk gelachen. „De technologische oplossingen zijn al lang machtiger dan de mensen die ons zogenaamd vertegenwoordigen.” Wel zegt iedereen te zullen stemmen.

De consensus onder mensen die ik ontmoet, is dat Trump een ramp is voor het land. Hij staat mijlenver af van het liberalisme van de Westkust, met haar minimumloon, open houding tegenover migratie en legaal wietgebruik. Gouverneur Brown heeft beloofd dat Californië, de vijfde economie ter wereld, zich aan de CO2-normen van ‘Parijs’ houdt en de staat nam onlangs een privacywet aan: allemaal elementen die het morele leiderschap van de VS in de wereld aanzienlijk kunnen versterken.

Juist daarom was ik benieuwd naar de visie van Julian Castro op technologie, maar op zijn website vond ik hier niets over. Misschien onthult hij zijn visie pas na een succesvol bezoek aan de pinautomaat voor campagnes.

Marietje Schaake was Europarlementariër en werkt voor de universiteit van Stanford, waar ze zich vooral bezighoudt met kunstmatige intelligentie. Ze schrijft een tweewekelijkse rubriek over leven en werken in Silicon Valley.