‘Blijvende impasse dreigt bij focus op stikstofreductie’

Planbureau Leefomgeving Het verlagen van de uitstoot alleen is geen structurele oplossing voor het stikstofprobleem, stelt het PBL in een nieuwe studie. Het kabinet zal werk moeten maken van natuurherstel.

Het kabinet zal werk moeten maken van natuurherstel om de komende jaren niet voortdurend in een vergunningenimpasse voor bouwprojecten te belanden. Anders dreigt rond bepaalde Natura 2000-gebieden het toestaan van economische activiteit structureel lastig te worden. Daarvoor waarschuwt het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) in een vrijdag verschenen studie.

De Raad van State zette eind mei een streep door het Programma Aanpak Stikstof. Het uitdelen van nieuwe vergunningen mag er niet toe leiden dat Europese doelen voor het beschermen van bepaalde dier- en plantensoorten uit het zicht verdwijnen, oordeelde de Raad van State. Daardoor kwamen ruim 18.000 bouw- en infraprojecten stil te liggen. Inmiddels heeft het kabinet noodmaatregelen gepresenteerd, voornamelijk gericht op het terugdringen van de stikstofuitstoot. Op die manier moet ruimte ontstaan voor nieuwe projecten.

In de studie bekeek het PBL onder meer met welke maatregelen Nederland op termijn deze Europese doelen wel kan halen. De belangrijkste conclusie: een zware focus op alleen de verlaging van de stikstofdepositie zal niet genoeg zijn.

Dat komt mede doordat zulke maatregelen niet voor alle gebieden even effectief zijn. Het PBL wijst op cijfers die laten zien dat de kwaliteit van sommige Natura 2000-gebieden is verbeterd, terwijl daar tegelijkertijd de stikstofdepositie is toegenomen. „Het kan dus nogal per gebied verschillen wat de beste ingrepen zijn”, stelt PBL-onderzoeker Martijn Vink.

Kritisch op overheidsbeleid

Daar komt bij dat zelfs als je alle Nederlandse stikstofbronnen wegdenkt, er nog altijd 44 kwetsbare Natura 2000-gebieden overblijven. Focussen op enkel Nederlandse uitstootreductie zal niet helpen als ook het buitenland bijdraagt aan de uitstoot. Het PBL stelt daarom dat het effectiever is per gebied maatregelen te treffen. Zo kan de overheid naast het verminderen van stikstofemissie ook het grondwaterpeil in bepaalde Natura 2000-gebieden verhogen, of de natuuroppervlakte vergroten.

Het planbureau is in het rapport ook kritisch op het landschapsbeleid dat de overheid decennialang voerde. Door opeenvolgende kabinetten zijn „weinig structurele politieke keuzes” gemaakt over „welke maatschappelijke belangen de overheid centraal zou moeten stellen”. „Zo wil Nederland én de agrosector stimuleren een wereldspeler te zijn, en natuurdoelen halen op een beperkt stukje grond”, staat in de studie. „Ook toen belangen nadrukkelijk begonnen te knellen, is gekozen om ze naast elkaar te handhaven.”

Daardoor zijn complexe instrumenten nodig geworden om „elke spreekwoordelijke vierkante millimeter economisch te benutten zonder in conflict te komen met het natuurbelang”. Het leidde tot discussies over de werking van dat soort methoden.

Daarom kan volgens het PBL een onafhankelijke „wetenschappelijk autoriteit” uitkomst bieden. Die moet adviseren over beleid, vergunningverlening en aan de rechtspraak. De autoriteit zou onder meer moeten wegen welke beleidsopties geschikt zijn om natuurdoelen te halen.