Adriaan van Dis zat Lize Korpershoek te meisjetochen

Zap In de documentaire ‘Mijn seks is stuk’ onderzoekt Lize Korpershoek waarom ze geen zin heeft. Adriaan van Dis sloeg daarover een meewarige toon aan, terwijl zijn vroegere werk er ook niet om loog.

Lize Korpershoek in Mijn seks is stuk.
Lize Korpershoek in Mijn seks is stuk. Beeld VPRO

Eigenlijk was Mijn seks is stuk al een beetje stukgeduid voordat de korte documentaire van Lize Korpershoek woensdag door de VPRO op televisie werd uitgezonden – hij stond wel al een weekje op YouTube en is daar 250.000 keer aangeklikt. Het leeuwendeel van de opinies betrof niet de film zelf, maar het gesprek dat Korpershoek er vorige week in De Wereld Draait Door over voerde met tafelheer Adriaan van Dis.

Daar vroeg Van Dis (72) vaderlijk bezorgd, maar ook een beetje ongepast, of Korpershoek (34) niet vreesde dat haar eventuele toekomstige kinderen niet gepest zouden worden met de openhartigheid van hun moeder. Het had iets weg van wat wij thuis ‘meisjetochen’ noemen, de neiging van oudere mannen (en vrouwen) om bij persoonlijke problemen van jonge vrouwen een meewarige toon aan te slaan, hun zorgen te relativeren en te suggereren dat ze overal later om zullen glimlachen: „Meisje toch…”

Generatiekloof, luidde het algemene oordeel over het gesprek, maar dat was maar deels het geval en het doet Van Dis een beetje tekort. Wat zich vooral aftekende was een diepe mediakloof. De oude schrijver en televisiepresentator had er nadrukkelijk moeite mee dat Korpershoek haar verhaal gewoon op internet had gekwakt. Hij vindt dergelijke zaken meer iets voor in een boek. Dat was oprecht. Ik ken romans van Van Dis waarin een jonge hoofdpersoon die wel wat op de auteur lijkt, wordt gevolgd in verwarrende slaapkamertaferelen: „Maar er komt niets, hoe ik ook pomp. Hoe lang moet ik dit doen? Is zij al klaargekomen? Ze blijft rijtjes opdreunen. Zal ik doen alsof, maar waar bleef dan het bewijs?” Best kans dat Korpershoek, als ze veertig jaar eerder was geboren, een roman had geschreven.

Maar goed, video is haar medium en non-fictie haar methode. Dus maakte Korpershoek een film om uit te vinden waarom ze geen zin heeft in seks, hoewel ze toch echt van haar vriend houdt. (Die vriend is een bekende televisiepresentator, ik werd een beetje moe van hoe vaak Matthijs van Nieuwkerk in DWDD ’s mans voornaam noemde.)

We zien Korpershoek bij een lichamelijk onderzoek waaruit blijkt dat er aan haar lichaam niks stuk is, maar dus ook niks valt te repareren. In een lingeriezaak sterft ze duizend doden als een welwillende verkoopster haar voluit meisjetocht door te zeggen: „Dat gaat wel lukken, je moet jezelf ervoor openstellen.” Korpershoek, later: „Hoe de fuck doe je dat?”

Ze gaat naar Den Helder voor een ontmoeting met haar eerste vriendje; ze heeft haar oude dagboek vol memoblaadjes geplakt. Is ze te vroeg met seks begonnen? Heeft ze het te veel beschouwd als een dienst die ze jongens en mannen verschuldigd is? In een zeer moeizaam gesprek met haar moeder blijkt dat ze een puberteit heeft gehad die wegcijfergedrag stimuleerde. Het heeft haar problemen misschien niet veroorzaakt, maar het heeft er wel mee te maken.

Uiteindelijk lijkt Korpershoek via een aantal therapieën („als je meer gaat voelen, ga je waarschijnlijk eerst meer verdriet voelen”) in elk geval dichter bij haar eigen lichaam te komen. „Mijn seks is niet stuk, mijn seks is gewoon míjn seks”, zegt ze aan het eind van de film.

Ze heeft, ziet ze, zich óók laten opjagen door het glorieuze beeld van seksualiteit dat overal om haar heen, maar zeker op sociale media, wordt geschetst – een probleem dat zo oud is als Don Quichot, de man die ging geloven dat ridderromans (het Instagram van de zestiende eeuw) het echte leven waren. Een tegengif is beschikbaar: eigenlijk zouden jongeren in hun ontdekkingsjaren wat vaker een roman van Adriaan van Dis moeten lezen.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.