34 rechters wijzen plannen tegen achterstanden af

Rechtspraak Het plan om achterstanden in de rechtspraak weg te werken getuigt van „gebrek aan rechtsstatelijk inzicht”, aldus tientallen rechters.

Foto Roel Visser

De kans dat de rechtspraak over drie jaar geen achterstanden meer kent is nihil. Kritische rechters, verenigd in de Tegenlicht-groep, reageren bezorgd en afwijzend op de plannen van de Raad voor de Rechtspraak om binnen die periode alle zaken binnen vaste tijden af te wikkelen. Er zou nu bij 6 procent van alle zaken achterstand zijn.

In een brief aan de Raad, ingezien door NRC, schrijven 34 rechters dat de maatregelen „een laag realiteitsgehalte” hebben en worden gekenmerkt door een „gebrek aan rechtsstatelijk inzicht”. Ze roepen de Raad op zo snel mogelijk met de presidenten en gerechten erover te praten. Het plan van de projectgroep Doorlooptijden had volgens ‘Tegenlicht’ nooit „breed in de landelijke media” gepresenteerd mogen worden voordat er intern draagvlak voor was gevonden.

De plannen kwamen tot stand mede onder druk van grote financiële tekorten en druk uit het kabinet om extra financiering afhankelijk te stellen van betere prestaties.

De rechters vinden echter dat het probleem van achterstanden wordt overdreven. De Nederlandse rechtspraak presteert in Europees perspectief goed, niet alleen op snelheid maar ook op kosten. De problemen worden juist veroorzaakt door bezuinigingen door de wetgevende macht. Daar de rechtspraak op afrekenen zou onbillijk zijn. Temeer daar die tamelijk „uitgeput” is door jarenlang structureel overwerk.

Het plan, goedgekeurd door de landelijke vergadering van presidenten van gerechten, stelt voor rechters flexibel in te zetten, meer gepensioneerde of plaatsvervangende rechters tijdelijk in te zetten, vaker zaken buiten zitting af te doen, of enkelvoudig (met één rechter), vaker meteen op zitting mondeling uitspraak te doen, en kortere uitspraken te schrijven.

Lees ook: De overbelaste rechtbank

‘Tegenlicht’ vreest dat de maatregelen ten koste gaan van de toepassing van kwaliteitsstandaarden, die op de werkvloer zijn ontwikkeld als antwoord op de productiedruk. Die standaarden zijn door geldgebrek vaak nog niet ingevoerd, wat de rechters „onacceptabel” noemen. Ze vinden het verder een illusie te denken dat na de tijdelijke maatregelen geen nieuwe achterstanden ontstaan, als niet tegelijk extra wordt geïnvesteerd in de opleiding van nieuwe rechters.

Ze merken op dat veel maatregelen nooit door „een projectteam” als projectgroep Doorlooptijden genomen kunnen of mogen worden, vooral omdat uitvoering ervan veelal tot de uitsluitende competentie van de rechter zelf behoort. „Als een rechtzoekende een zitting wenst, zal aan die wens gevolg gegeven moeten worden.” Van kortere uitspraken mogen bovendien geen hoge verwachtingen bestaan, schrijven ze. Juist kort en bondig schrijven kost veel tijd. Ook zien zij weinig in apart op te leiden plaatsvervangers met aanstellingen van bijvoorbeeld drie jaar. Rechters aannemen „met een andere status” kan leiden tot uitholling van het ambt. De groep vreest dat als er eenmaal een stap naar zo’n „mindere, goedkopere variant” van rechter wordt gezet, die nooit meer wordt teruggezet „in de richting van hoe het eigenlijk hoort”.