300 miljoen extra voor Amsterdams AI-onderzoek

Wetenschap Amsterdamse kennisinstellingen investeren de komende jaren fors extra in artificiële intelligentie. Zo moet de hoofdstad weer concurrerend worden.

Een robot die onder andere is uitgerust met een warmtebeeldcamera inspecteert een hoogspanningsstation in Chuzhou, China. Hij is in staat om de menselijke inspectie te vervangen.
Een robot die onder andere is uitgerust met een warmtebeeldcamera inspecteert een hoogspanningsstation in Chuzhou, China. Hij is in staat om de menselijke inspectie te vervangen. Foto Song Weixing/Getty Images)

Amsterdamse kennisinstellingen investeren de komende tien jaar 300 miljoen euro extra in artificiële intelligentie (AI). Dat zeggen bestuursvoorzitters Mirjam van Praag (VU) en Geert ten Dam (UvA) in gesprek met NRC.

Van het extra geld worden ruim honderdvijftig nieuwe wetenschappers aangetrokken, het aantal studenten en promovendi uitgebreid en nieuwe faciliteiten gebouwd. Nu zijn er honderd promovendi in AI op de universiteiten werkzaam, in 2030 moeten er zevenhonderd zijn opgeleid. Het vorig jaar geopende innovatiecentrum voor kunstmatige intelligentie ICAI breidt het aantal laboratoria uit van zeven naar twintig.

In totaal besteden de instellingen, waaronder de UvA, VU, Hogeschool van Amsterdam en het Amsterdam UMC en Antoni van Leeuwenhoek-ziekenhuis, tussen 2019 en 2030 een miljard euro aan AI. In 2030 moeten er 760 fulltimers werken binnen dit vakgebied, een verdriedubbeling van het huidige aantal.

Computers worden in snel tempo beter in het oplossen van problemen waar voorheen menselijke intelligentie voor nodig was. Bedrijven zijn op zoek naar arbeidskrachten met expertise op het gebied van data-analyse en algoritmes. Het extra geld – dat losstaat van eerder aangekondigde investeringen van het kabinet in AI – is hard nodig om in de vraag naar specialisten in deze vakgebieden te voorzien, zeggen de bestuurders.

Lees ook dit achtergrondverhaal: waarom zou Nederland miljarden in AI moeten investeren?

De kennisinstellingen spelen daarbij een cruciale rol. Zij leiden de studenten op en huisvesten de belangrijkste onderzoekers. Het is gebruikelijk dat AI-wetenschappers aan technologie werken die direct bij een bedrijf kan worden toegepast.

De VU en de UvA werken op die manier onder meer samen met Elsevier, de Nationale Politie, Ahold Delhaize, Qualcomm en Bosch. Dergelijke samenwerkingen worden de komende jaren verder uitgebreid.

Publicatievrijheid

Het doel van deze vorm van onderzoek is om „samen met bedrijven wetenschappelijke kennis te produceren”, zegt Ten Dam. „Dat is goed voor de wetenschap en je ontwikkelt iets waar behoefte aan is.” Het garanderen van wetenschappelijke onafhankelijkheid is volgens de bestuursvoorzitter van de UvA „keurig” in contracten vastgelegd. „Als publicatievrijheid niet wordt gerespecteerd, gaan we niet met een bedrijf in zee.”

Wetenschappers vinden dergelijke duobanen aantrekkelijk, omdat ze praktisch toepasbaar onderzoek kunnen doen en werken met echte data. Probleem voor de universiteiten: topwetenschappers kiezen in toenemende mate voor landen als Duitsland en Frankrijk, waar fors in faciliteiten wordt geïnvesteerd en de salarissen hoger liggen.

„Wij betalen in Nederland gewoon minder aan wetenschappers”, zegt Van Praag. „In Duitsland zijn de salarissen onlangs erg gestegen. Gelukkig gaan wetenschappers niet alleen voor salaris, maar ook voor andere zaken zoals faciliteiten en goede collega’s. Die moeten we in orde hebben.”

Het extra geld besteden de Amsterdamse instellingen ook aan meer onderwijs. De vijf Nederlandse universiteiten die de opleiding Kunstmatige Intelligentie aanbieden kunnen het aantal aanmeldingen van studenten momenteel niet aan. Zonder uitbreiding van het aantal medewerkers kan de UvA jaarlijks maar honderdtwintig masterstudenten aannemen, terwijl er zich zeshonderd kandidaten aanmelden.

Nu zijn er 100 promovendi in AI, dat moeten er in 2030 700 worden

De VU is de enige universiteit waar de opleiding geen numerus fixus kent. „Maar daar moeten we misschien volgend jaar wel naartoe”, zegt Van Praag. „De numerus fixus is een bot instrument, dat je alleen inzet als je het niet meer aankunt. Zo snel als de studentenaantallen groeien kunnen wij op dit moment niet meegroeien.”

De Amsterdamse onderwijsinstellingen willen met het extra geld vijfduizend bachelor– en masterstudenten en promovendi opleiden tussen nu en 2030 om aan de toenemende vraag te voldoen. Ook worden er minoren AI ingevoerd, die in 2030 door tienduizend studenten moeten zijn voltooid. „Over een paar jaar mag hier geen student meer de poort uitlopen die niks weet over AI”, zegt Ten Dam.

Om alle nieuwe mensen te kunnen huisvesten, zetten zowel de VU als de UvA nieuwe gebouwen neer. De in oktober vorig jaar aangekondigde nieuwe UvA-faciliteit voor Informatiewetenschappen op het Science Park gaat 50 miljoen euro kosten en is gereed in 2022. De Informatica-groep van de VU verhuist naar een nieuwe locatie op de Zuidas. Het gebouw opent deze maand.

Relatief laat

De aankondiging van de Amsterdamse instellingen komt twee maanden nadat staatssecretaris Mona Keijzer (Economische Zaken en Klimaat, CDA) de Nationale AI-strategie van het kabinet presenteerde. Keijzer stelde een miljard aan investeringen in het vooruitzicht, maar deed nog geen concrete toezeggingen. In maart volgend jaar moet duidelijk worden of het geld er ook daadwerkelijk komt en waar het aan zal worden besteed.

AI-wetenschappers en het bedrijfsleven reageerden teleurgesteld op het plan van Keijzer. „We trekken al heel lang aan de overheid voor AI-talent en AI-innovatie. Als het moment dan daar is, en dan komt er dit, dan noem ik dit geen visionaire strategie”, zei ICAI-directeur Maarten de Rijke daarover tegen NRC.

Een coalitie van bedrijven, waaronder Ahold Delhaize, Philips, ING en KLM, liet vlak daarna weten ook fors in AI te investeren. Zij financieren onder meer de aanstelling van vijfentwintig nieuwe AI-hoogleraren aan Nederlandse universiteiten.

Lees meer over het plan van Nederlandse bedrijven: AI op de agenda, nu de miljarden nog