Opinie

Waarom krijgt het Songfestival 12,4 miljoen en VPRO Boeken niks?

Michel Krielaars

Toen ik in de krant las dat mediaminister Arie Slob 12,4 miljoen euro uittrekt voor het Eurovisie Songfestival, snelde ik naar de Beurs van Bijzondere Uitgevers in poptempel Paradiso. Met eigen ogen wilde ik zien wie het hoofd nog boven water kan houden nu VPRO Boeken per 1 januari stopt. Zonder schrijvers op televisie verkoopt een uitgever nu eenmaal veel minder boeken dan met enkel een goede recensie.

Op de Beurs viel de misère mee. Want hoewel boeken van bijzondere uitgevers vaak te bijzonder zijn om aandacht in de media te krijgen, bestaan er uitzonderingen. Zo las ik onlangs de bij zo’n bijzondere uitgever verschenen bijzondere roman Al mijn vaders van Mira Feticu (1973), die een paar jaar geleden al over een eerder boek bij VPRO Boeken te gast was.

Feticu is een Roemeense die zich het Nederlands eigen heeft gemaakt en in haar leentaal schrijft, wat op zichzelf al bijzonder is. Haar roman gaat over de Roemeense Myra, die met een Nederlander is getrouwd in de hoop op een beter leven in Europa, maar dat betere leven ook hier niet vindt.

In haar geboorteland doceerde Myra over Dante’s La Divina Commedia en dat doet ze nu ook in Amsterdam. Daarnaast is ze gaan schrijven. Maar, zoals ze zegt, een Roemeens-Nederlandse schrijfster zijn betekent niets anders dan ‘Ergens op een weg zijn die nergens toe leidt.’

Myra hunkert naar liefde van haar vader, die haar niet zag staan en wenste dat ze op de beroemde turnster Nadia Comaneci leek. Een vriend van die vader heeft haar verkracht, waarna andere rauwe kerels volgden.

Myra is hopeloos beschadigd. Geen man kan nog goed bij haar doen. Boeken zijn haar enige troost. Die hebben haar geleerd te dromen en te ontsnappen aan de wereld waar ze vandaan komt. Dante is haar favoriet, omdat hij in La Divina Commedia alle hufters naar de hel stuurt. Niet voor niets zegt ze: ‘Literatuur is menselijker dan de mensen.’

Dat boeken je kunnen redden wil ik zowel de NPO als minister Slob even onder de neus wrijven. Nu jonge mensen steeds minder lezen en steeds minder goed kunnen lezen, vraag ik me dan ook af waarom er voor het Eurovisie Songfestival 12,4 miljoen wordt uitgetrokken en voor een goed boekenprogramma niets. Je zou bijna denken dat het de bedoeling is dat we minder goed kunnen lezen, zodat ons allerlei vreemde wetten door de strot kunnen worden geduwd en 2020 een nieuw 1984 wordt.

Zo’n Eurovisie Songfestival trekt miljoenen kijkers, terwijl VPRO Boeken het met 100.000 à 150.000 moet doen. Maar het slaat nergens op om dat verschil op 12,4 miljoen euro te laten uitkomen. Eerder zou het omgekeerd moeten zijn: laat die Songfestivalaanbidders via betaaltelevisie kijken en trek 12,4 miljoen uit voor een goed boekenprogramma, zoals de Fransen en Duitsers dat ook hebben. Niet voor niets staat in de omroepwet dat de NPO verplicht is programma’s te maken die ‘evenwichtig, pluriform, gevarieerd en kwalitatief hoogstaand’ en ook bestemd voor ‘kleinere doelgroepen’ zijn.

Op de Beurs van Bijzondere Uitgevers kreeg ik een onderwerp aangereikt voor zo’n boekenprogramma: het verzameld werk van T.M.F. Steen (1927-1969), dat begin 2020 verschijnt. Ik had nog nooit van hem gehoord, maar zijn oeuvre, dat vooral over film en strips gaat, schijnt zo goed te zijn dat het zich bij uitstek leent voor een lang gesprek met zijn uitgever.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.