Recensie

Recensie Beeldende kunst

Carlos Amorales’ zwarte vlinders zwermen het Stedelijk Museum uit

The Factory De thematiek van Carlos Amorales is belangrijk: de relatie tussen publiek en privé en de invloed van internet. Levert dat ook interessante kunst op?

Carlos Amorales voor zijn installatie in het Stedelijk Museum Amsterdam.
Carlos Amorales voor zijn installatie in het Stedelijk Museum Amsterdam. Foto Martijn van Nieuwenhuyzen

Beeldend kunstenaar Carlos Amorales (Mexico-Stad, 1970) worstelt met de grote vragen van deze tijd. Zoals: hoe verhoudt zich het private tot het publieke domein? Wat is de betekenis van ‘identiteit’, zowel persoonlijk als collectief? Wat zijn de gevolgen van de kolonisatie van internet en de media door de grote technische bedrijven? Hoe oefent kunstmatige intelligentie controle uit over de schijnbaar chaotische wereld van internet en wat is de invloed van de poppenspelers die hier aan de touwtjes trekken – waarbij de algoritmen de touwtjes zijn?

Op zijn overzichtstentoonstelling The Factory in het Stedelijk Museum in Amsterdam is te zien hoe Amorales deze vragen thematiseert. De titel verwijst naar het legendarische atelier van Andy Warhol in de jaren zestig tot tachtig. Warhols Factory was een hangplek voor kunstenaars en popsterren, een studio, laboratorium en feestplek ineen, een kunstfabriek die liep op alcohol en drugs. Temidden van deze creatieve bende, gefinancierd door de opbrengsten van Warhols werk, maakte Warhol films en zeefdrukken, zoals de Electric Chair, en gezeefdrukte portretten van beroemdheden.

Fusion World

Voor Amorales is The Factory een plek voor de productie van verhalen waarin de echte en de online-wereld, en het private en openbare domein, met elkaar zijn versmolten tot een ‘Fusion World’. Een voorbeeld is Black Cloud (2007). Toen Amorales afscheid nam van zijn stervende grootmoeder verscheen hem het beeld voor ogen van een kamer vol met grote zwarte motten. Hierop begon hij met het knippen van vlinders uit zwart papier, het werden er duizenden. De motten zwermden uit in zijn atelier, naar galeries en musea. Ze werden vervolgens opgepikt door de mode-industrie en gebruikt in ontwerpen van kleding, eerst high fashion, daarna ook streetwear. In het Stedelijk heeft de zwarte wolk bezit genomen van een reeks kabinetten. Met Black Cloud Aftermath (2019) documenteert Amorales hoe de vlinders hun weg vonden in de mode en op internet.

Ik neem aan dat Amorales met The Factory doelt op overeenkomsten tussen de werkwijze van zijn studio en die van Warhol. Net als Warhol werkt Amorales met assistenten, stuurt hij het werk aan en zorgt hij dat er geld binnenkomt. Toch is de naam niet gelukkig gekozen. Amorales’ Factory in het Stedelijk is het tegendeel van creatieve chaos en van improvisatie. Alles is tot in detail geregisseerd tot een nogal steriel geheel dat de bezoeker op afstand houdt.

Zijn rol als kunstenaar, zo schrijft Amorales in de catalogus, is die van documentalist, directeur of manager. Zo ziet de tentoonstelling er ook uit. De grote interactieve geluidsinstallatie We’ll See How All Reverberates (2012), een constructie van bekkens en gongen die als een reusachtige mobile opgehangen is aan het plafond, kan hier weinig verandering in brengen. Bezoekers mogen hier hun gang gaan met trommelstokken en ander slaghout, maar het is onwaarschijnlijk dat zij in deze museale omgeving de remmen los zullen gooien.

Masker

Een doorlopend thema in de tentoonstelling is een masker van wit en rood leer. Toen Amorales in 1990 naar Amsterdam verhuisde om te studeren aan de Gerrit Rietveld Academie verwachtte iedereen van hem dat hij kleurrijke, absurdistische, ‘authentiek Mexicaanse’ kunst zou maken. Hij vertegenwoordigde een niet-westerse identiteit, of hij wilde of niet. Ook in zijn persoonlijke leven was er die vraag naar een eigen identiteit. Hij is de zoon van twee bekende Mexicaanse kunstenaars, Rowena Morales en Carlos Aguirre. Hij nam een nieuwe naam aan, een combinatie van die van zijn beide ouders. Daarna ontwierp Amorales in 1995 het leren masker dat hem, symbolisch, zou helpen om zich als kunstenaar te positioneren. Het masker verschafte hem anonimiteit en een artistiek alter ego. Het is geïnspireerd op de maskers van professionele Mexicaanse beoefenaren van lucha libre, vrije worstelkunst. Amorales organiseerde met dit masker een aantal wedstrijden in Mexico en in Nederland, Amorales vs Amorales, waar hij films van maakte.

Onder de invloed van digitale technologie ontwikkelde het masker zich tot zijn avatar, een fictieve identiteit die gebruikers van internet aan kunnen nemen. Amorales vatte het masker ook op als interface, de zichtbare ‘laag’ die de interactie tussen mensen en computers mogelijk maakt. Naarmate het interface zich, middels codering en programmering, verder ontwikkelt opereert het steeds zelfstandiger. Zo ging het ook met het werk van Amorales, de productie van het werk in de studio werd steeds verder geautomatiseerd.

De kunstenaar verstopt zich achter zijn geautomatiseerde productie, waarmee hij ook de grip op het auteurschap van zijn werk loslaat. Waartoe dit kan leiden en wat dit doet met het personage van de kunstenaar, wordt verteld met het meest recente werk, Orgy of Narcissus (2019). Dit is een kleurrijk fries bestaande uit een reeks panelen van textiel, die zijn geweven op het digitale jacquard-weefgetouw van het TextielLab in Tilburg. Het fries vertelt, in strip-stijl, het verhaal van de held – Narcissus, of de kunstenaar – die gevangen zit in een web van eindeloze klonen van zichzelf.

De thematiek die Amorales aansnijdt is belangrijk: onbegrijpelijke coderingen, een alfabet en een taal waar we geen controle meer over hebben en die ons leven in toenemende mate manipuleren, een stortvloed aan informatie waarin we de weg kwijt zijn geraakt, angst voor agressie en eenzaamheid, het verlies van auteurschap. Maar levert het ook interessante kunst op?

Amorales biedt eerder een culturele analyse dan een beeldend oeuvre. Zijn werk is even anoniem en afstandelijk als de manager-documentalist-directeur die hij ten tonele voert. Amorales is er uiteindelijk, zoals hij ooit wilde toen hij voor het eerst naar Amsterdam kwam, in geslaagd om een kunstenaar te worden zonder herkenbare identiteit – en daarmee werd zijn werk dat ook.