Foto Andreas Terlaak

Interview

Rapper Snelle: in mei liep ik naast mijn schoenen

Snelle Het debuutalbum ‘Vierentwintig’ van Lars ‘Snelle’ Bos kwam dit najaar op 1 binnen in de albumlijst. Hij nam hits op met Frenna en Marco Borsato en verkocht poppodia uit. Het succes geeft hem zelfvertrouwen. „Nu ik het heb, wil ik het vasthouden.”

Zeker: Lars ‘Snelle’ Bos uit het Gelderse Gorssel zag 2019 met vertrouwen tegemoet. „Want dit is takeover-seizoen,” rapte de 24-jarige rapper en zanger op het nummer ‘Eredivisie’, dat uitkwam als bonustrack bij zijn EP Beetje Bij Beetje die begin dit jaar verscheen. En: „Ik moet die Champions League spelen in de basis. Ik heb oprecht het gevoel dat dit mijn jaar is. Geld rolt en herinneringen spaar ik.”

Die EP verscheen op 11 januari – en de bonustrack in maart, een paar weken nadat hij met top-4-hit ‘Scars’ voor het eerst in zijn carrière een hit had gescoord. Snelle nestelde zich in hoog tempo in het linkerrijtje van de nationale popmuziek. Waar hij begin januari met zijn EP en een goed ontvangen optreden bij hiphop-platform 101Barz van BBNVara indruk maakte met zijn gevatte, nonchalante raps – eindigt hij 2019 als succesvolle zanger en songwriter, die hits opnam met Frenna en Marco Borsato, de grote poppodia uitverkocht en zijn debuutalbum Vierentwintig op 1 zag binnenkomen.

En dat terwijl hij vóór 2019 nog geen hitsingle op zijn naam had staan. Waar kwam begin januari dat vertrouwen vandaan? Tijdens een interview in café Viotta in het Concertgebouw in Amsterdam – dat wordt onderbroken door jongens die een handtekening en een foto willen („Ben jij rapper Snelle?”) – pakt Snelle zijn Instagram-account erbij om zijn geheugen op te frissen. „Hier, kijk mijn laatste post in 2018”, zegt hij, terwijl hij wijst naar een screenshot van zijn Spotify-jaaroverzicht. „Ik was ontzettend trots dat mijn muziek in totaal zes miljoen keer gestreamd was. Het zag er al rooskleurig uit: ik wist dat er een goede plaat aankwam, een tour. Maar dat het zó hard zou gaan.”

De eerste maanden van 2019 had Snelle nog een baan als nachtportier bij Bastion Hotel in Apeldoorn bij Paleis Het Loo. „Ik moest ontbijt klaarmaken, schoonmaken, nieuwe gasten inchecken, dat soort dingen. En af en toe schreef ik een demo achter de piano in de lobby.” Snelle werkte ’s nachts, zodat hij overdag met muziek bezig kon zijn. „Ik sliep vier uur en dan ging ik weer door.” In maart, na zijn eerste hitsingle, stopte hij bij het hotel. „En in mei ging ik naast mijn schoenen lopen”, lacht hij, terwijl hij wijst naar een foto waarop hij op het dak van een gloednieuwe Audi zit met een grote rode strik eromheen. „Ik had net een maand mijn rijbewijs. In januari deed ik het meeste nog met de trein.”

Hij is een heel andere persoon nu dan in januari, herhaalt Snelle een paar keer. Als hij nu de teksten van zijn EP terughoort, denkt hij vaak: „Gast, wat zeg je.” Hij werd ook een andere artiest. „Ik luister nu meer naar mijn hart dan naar meningen van anderen. Ik sluit niet uit dat ik ooit nog eens een beat van vier minuten ga volrammen met frustratie – maar nu ben ik het gelukkigst als songwriter. Ik heb veel commentaar gekregen, online en van vrienden: ga nou rappen en maak niet van die softe liedjes. Maar ik wil me daarvan afsluiten en de muziek maken die ik wil maken.”

In de studio schrijft Snelle zijn nummers op een telefoon in vliegtuigmodus-stand – bewust dagenlang volledig in zijn eigen bubbel. Een gitarist of pianist herhaalt voor hem eindeloos een korte melodie en hij laat de inspiratie stromen. „Ik ben dan heel de dag gefocust op de klanken die ik hoor en wat ik daarbij denk. Vaak rollen de mooiste zinnen er dan ineens uit; ik hoef ze niet op te schrijven.”

Snelle vindt het gek terug te kijken op zijn lovend ontvangen optredens bij 101Barz vorig jaar en begin dit jaar. „Het was een belangrijke springplank. Ik moet (presentator) Rotjoch eigenlijk nog een knuffel en een fles whisky brengen. Maar wanneer ik naar mezelf kijk, denk ik: waar maak je jezelf druk om, doe eens rustig. De lines die ik rap zijn wel tof gevonden. Maar mijn houding, nee. Ik ben nog erg op zoek en doe stoer. Ik heb daar geen behoefte meer aan, nu.” En de single ‘Omhoog dan’, die hij vorige maand uitbracht met Esko en waarin hij onder meer rapt dat hij de vipsectie in de club voor zichzelf afsluit. „Ja, maar dat is uit noodzaak, haha.”

Lees ook deze recensie van een optreden van Snelle

Acda en De Munnik

Snelle groeide op met diverse muziek, van Rolling Stones tot Acda en De Munnik. Als puber kwam daar rap bij. „Rap was cool, ik kon op school niet met Acda en De Munnik aankomen.” Hij had een vriendengroep in het Gelderse Epse waarmee hij hasj rookte en naar rapmuziek luisterde, van onder meer Mac Miller en Jiggy Djé. „Mijn eerste refreintjes waren vertalingen van Mac Millers teksten: laat me lekker chillen met mijn jongens en jointjes roken. Van Jiggy Djé vond ik zijn nonchalante, vertellende flow tof – zijn houding, zijn woordspelingen. Ik leerde achter een laptop met een microfoon van niets iets te maken. Daarna kon ik mijn voorbeelden loslaten en die skill inzetten voor wie ik zelf was en wat ik zelf wilde maken.”

Pestgedrag

In het voorjaar verkocht Snelle zijn eerste nationale clubtour uit en ontving hij muziekprijzen en platina-plakken voor ‘Scars’. In de zomer volgde met ‘Reünie’ zijn eerste nummer-1-hit. In het laatste nummer zingt hij bij een stemmige gitaar en met door Auto-Tune bewerkte stem ingetogen over pestgedrag in zijn jeugd als cruciale drijfveer voor zijn muzikale carrière – en dankt hij zijn vroegere klasgenoten voor ‘de vlam’ die hun gedrag hem heeft gegeven. In het refrein van ‘Scars’ viert hij zijn geld en succes als een vorm van genoegdoening: ‘Die money is voor scars op mijn hart.”

Op wat voor littekens doelt hij? „Ik heb een beetje trust issues”, zegt Snelle. „Iedereen maakt dingen mee. Pesterijtjes. Jeugdrelaties, je eerste gebroken hart. De scheiding van mijn ouders. Vrienden die, toen ik heel jong was, in één keer besloten me allemaal de rug toe te keren. Dat vormt je.” Het succes van dit jaar, de prijzen, het geld, en gezien worden – het geeft hem zelfvertrouwen, zegt Snelle. „Maar ook onzekerheid. Want nu ik het heb, wil ik het ook vasthouden.”

De overgang van rap naar zang leverde hem als artiest een extra dimensie op, zegt Snelle. Hij vindt het eenvoudiger zijn emoties te tonen als zanger dan als rapper. „Ik kan meer mijn gevoelens kwijt nu – en met de combinatie van tonen echt benadrukken hoe ik iets voel. Wanneer iets aan de hand is, en het kut met me gaat, is het eerste wat ik doe een liedje schrijven. Soms wordt dat echt veel te persoonlijk, en houd ik het voor mezelf. En soms kan ik er door te schrijven achterkomen dat iets toch niet zo erg is. Dan schrijf ik bij de piano een emotionele tekst, maar zing ik het daarna op een blije riedel. Dan wordt het voor mezelf ook ineens veel luchtiger.”

Vaak is een woord of, zoals hij het noemt, een slagzin, voor Snelle voldoende om een heel nummer aan op te hangen. „Eerst is er niets, en ben ik wat met klanken bezig. Dan valt net het juiste woordje en ontploft het. Bijvoorbeeld: ‘reünie’. BAM. Dan kan ik gaan rammen en is heel de tekst er binnen twee uur.”

Lieve Jongens

In september richtte Snelle zijn eigen platenlabel Lieve Jongens op. De eerste artiest is een oude vriend van hem, Pjotr. En op Pjotrs schrijverskamp ging het precies zo, zegt Snelle. „We wilden eerst iets met ‘water’, ‘kapitein’, ‘vaarwater’, maar die had ik in mijn liedjes allemaal al gebruikt. Toen dachten we: ‘fok it, dan doen we woestijn’ – en zijn we een uur lang op dat woord gaan googlen.”

Op basis van nummer-1-hit ‘Reünie’ en de samenwerkingen met Frenna en Borsato kwam zijn debuutalbum Vierentwintig begin november op 1 binnen in de albumlijst – Snelle stond met drie nummers tegelijk in de top-5 van de single-lijst en alle nummers van het album stonden in de hitlijst. Van Frenna – de meest gestreamde Nederlandse artiest op Spotify in 2019 – leerde Snelle veel op het gebied van het maken van melodieën: „Hoe Frenna keuzes maakt in de refreinen van zijn liedjes, dat is zo vet – we pompen zijn muziek het meest in de auto wanneer we onderweg zijn.” Zijn eigen succesformule als liedschrijver, somt hij op als: „Lekker meezingbaar, lekker eerlijk, lekker luchtig.”

John Ewbank

Het met de rapsessie bij 101Barz begonnen jaar van Snelle eindigde met bij de piano een nummer maken met Borsato’s vaste liedschrijver John Ewbank en een single-release op basis van ‘Meer Dan Een Ander’ van Van Dik Hout („Dat zijn legends, toch?”). Met appen met Thomas Acda over mooie Nederlandse zinnen („Is deze zin Thomas Acda-proof, vraag ik dan”) en een MTV European Music Award voor Best Dutch Act. En met een nieuwe tour langs uitverkochte poppodia („drieduizend man die mijn teksten meezingen, daar raak ik voorlopig niet aan gewend”) en een debuutalbum vol singer-songwritermateriaal dat binnen 24 uur een gouden status kreeg.

Voelt Snelle zich eind 2019 nog steeds onderdeel van de Nederlandse rapscene? „Zo, dat is een goede vraag.” Hij is lang stil. „Ik denk toch meer van de muziekscene in het algemeen. Ik maak nog steeds raps met mijn vrienden waarin we lopen te kwallen over hoe kut we ons hebben gedragen in de vipruimte in de club of hoe ik op een avond honderden euro’s heb uitgegeven tijdens het uitgaan. Die breng ik alleen niet uit. Om tactische redenen maar ook omdat ik het niet zo belangrijk meer vind om te delen. Misschien dat sommige rappers juist nummers als ‘Reünie’ maken maar kiezen die niet uit te brengen omdat het niet is waar ze als artiest voor willen staan. En dat is allemaal prima, toch.”

Snelle staat 14 december in een uitverkochte Max in de Melkweg in Amsterdam als onderdeel van zijn 24/7-tour.