Opinie

Portemonnee verloren

Frits Abrahams

Je verliest je portemonnee. Wat dan? Maakt het wat uit waar het gebeurt, hier in Nederland of bijvoorbeeld in Syrië? Ik laat enkele ervaringsdeskundigen aan het woord, tot wie ik helaas ook zelf behoor. Maar vrouwen eerst.

Ana van Es, Volkskrant-correspondent in het Midden-Oosten, beschreef in een column dat zij op straat in Syrië haar portemonnee verloor. Ze had haar rugzak niet goed dichtgeritst. Er zat een rijbewijs in, bankpasjes en 1.000 Amerikaanse dollar, „in Syrië is dat een jaarsalaris”. Ze liep met haar lokale fixer, een journalistieke begeleider, terug naar de straat, maar vond niets. „Dit is Syrië”, zei de fixer, „die portemonnee komt vanzelf terug”. Hij voorspelde dat de portemonnee naar deze plek zou worden teruggebracht.

En jawel, er doemde even later een man uit het duister op die de portemonnee teruggaf. Alles zat er nog in, hij wilde er niets voor hebben. „Dat maakt werken in de Arabische wereld prettig”, schrijft Ana van Es, „je kunt je spullen zonder nare gevolgen laten slingeren”. Diefstal in Arabische landen is volgens haar „het privilege van politici en andere mannen met macht” om de bevolking af te knijpen, maar diefstal gericht op één persoon „is weinig lonend en bovendien haram”.

Nu wij in Nederland.

Onlangs verloor ik in de Amsterdamse bioscoop Pathé Tuschinski bij een voorstelling van de film Judy mijn portemonnee. Ik had het binnenzakje van mijn winterjack, net als Ana van Es, niet goed dichtgeritst. De portemonnee moet eruit gevallen zijn toen ik mijn jasje op de stoel naast mijn vrouw neerlegde. Ik ontdekte het verlies pas een dag later omdat ik betalingen zoveel mogelijk aan mijn vrouw overlaat – dat schijnt voor het huishoudbudget verantwoorder te zijn.

Meteen Tuschinski gebeld. Ze keken het na en meldden me al na een minuut of vijf dat de portemonnee gevonden was. Alles bleek er nog in te zitten: wat geld, een sleutelbos en mijn identiteitsbewijs. Het was onduidelijk wie de nette vinder was: iemand van de schoonmaakploeg of een bezoeker.

Is daarmee de veronderstelling gewettigd dat ‘wij’ op dit gebied niet onderdoen voor Syrië? Wacht even.

Een weekje later bezocht ik, weer met mijn vrouw, de fraaie Franse film Portrait de la jeune fille en feu in een zaaltje van de Filmhallen, ook een grote bioscoop in Amsterdam. Enkele uren na afloop ontdekte mijn vrouw thuis dat nu zíj haar portemonnee was verloren – en dat het wéér in de bioscoop moest zijn gebeurd. Ik liet niet merken dat ik enige opluchting voelde, omdat hiermee het portemonneeverlies in huize Abrahams in evenwicht was gebracht. Nieuw verlies door mij zou mijn onderhandelingspositie voortaan aanzienlijk geschaad hebben. Mijn vrouw belde met Filmhallen, waar geen portemonnee bleek afgegeven. Erg spijtig, want daarmee verloor ze 60 euro plus allerlei bankpasjes en haar identiteitsbewijs.

Het viel mij een beetje tegen van de nieuwe eigenaar, vermoedelijk een ogenschijnlijk keurige bioscoopbezoeker met een voorkeur voor smaakvolle Franse speelfilms met een hoogstaande moraal.

Misschien zal de lezer zich afvragen hoe het mogelijk is dat een ouder echtpaar tweemaal in één week op dezelfde manier een portemonnee verliest. Ik zou het een gemene, insinuerende vraag vinden die ik weiger te beantwoorden.