Hoog IQ is niet altijd een zegen, zelfs niet in het wetenschappelijk onderwijs

Hoogbegaafden Laurent Simons, 9 jaar, is niet de enige hoogbegaafde op de universiteit. Hoe gaan universiteiten met hen om?

Laurent Simons (9) in zijn huis in Amsterdam. Deze week stopte hij met zijn universitaire studie.
Laurent Simons (9) in zijn huis in Amsterdam. Deze week stopte hij met zijn universitaire studie. Foto Kenzo Tribouillard/ AFP

Hij had net de New York Times aan de lijn. En gisteravond CNN. „Ongelooflijk”, zegt Ivo Jongsma, woordvoerder van de Technische Universiteit Eindhoven (TUE), „wat een aandacht.”

Het is dan ook een opvallend verhaal: Laurent Simons ging op zijn negende naar de universiteit in Eindhoven, maar stopt voortijdig met zijn studie Electrical Engineering omdat het volgens zijn ouders niet snel genoeg gaat. Laurent moest voor zijn tiende verjaardag op 26 december zijn bachelorsdiploma halen, vonden ze. De universiteit vond dat niet haalbaar.

Woordvoerder Jongsma wil „niet met modder gooien” („Die jongen is gebaat bij rust”), maar is wel teleurgesteld. „We hebben nog nooit zoveel geïnvesteerd in een student, iedereen wilde Laurent helpen. We zijn stomverbaasd over deze afloop.”

Peter Baltus, hoogleraar elektronica aan de TUE, heeft Laurent de afgelopen maanden persoonlijk begeleid. Laurent was zijn jongste student ooit en „exceptioneel slim”.

Het is heel bijzonder om met zo’n jongen te werken, vertelt Baltus. „Het ene moment praat je op zeer hoog niveau over elektronica, het volgende moment zit er een kind van negen voor je dat zich gedraagt als een kind van negen en ongeduldig wordt, omdat iets niet meteen lukt.”

Hoog IQ is niet altijd een zegen

Laurent Simons is, ook internationaal, de jongste student ooit. Op vrijwel alle Nederlandse universiteiten lopen wel een paar 16-jarigen rond, maar veel jonger kom je ze niet vaak tegen. De recentste cijfers van de Vereniging van Universiteiten (VSNU) tonen dat het sinds 2014 gaat om maximaal vijf studenten van 15 jaar of jonger per jaar.

Studenten die veel slimmer zijn dan de rest, zijn er meer. Ongeveer 2 procent van alle mensen in Nederland is hoogbegaafd. Op universiteiten ligt dit percentage hoger: naar schatting 10 tot 15 procent van de studenten heeft een IQ van 130 of hoger.

Zo slim zijn is niet altijd een zegen, zelfs niet in het wetenschappelijk onderwijs. Ruur Boersma is studentendecaan aan de Universiteit Wageningen en ziet deze studenten regelmatig vastlopen „juist omdat ze hoogbegaafd zijn”. Ze hebben motivatieproblemen en haken af omdat de studie te gemakkelijk is of te langzaam gaat. „Maar we zien ook dat deze groep niet heeft geleerd om te leren. Ze hebben nooit moeite hoeven doen voor school. Dat breekt ze op.”

Lees ook: Hoogbegaafd maar gecrasht op school

Het helpt, zegt Boersma, als deze studenten meer zelfinzicht krijgen. „Wij organiseren daarom bijeenkomsten waar hoogbegaafde studenten elkaar ontmoeten en van elkaar leren.”

Met andere universiteiten en hogescholen heeft Boersma dit najaar een stichting opgezet, die wil bevorderen dat er meer aandacht komt voor hoogbegaafde studenten. „Op basisscholen en in het voortgezet onderwijs is steeds meer aandacht gekomen voor hoogbegaafdheid, maar daarna vallen die kinderen vaak in een gat. Er is geen beleid voor hoogbegaafden.”

Het klinkt Frans Corten als muziek in de oren. Hij begeleidt hoogbegaafden in hun loopbaan en schreef er een boek over: Uitzonderlijk talent. Wekelijks, zegt Corten, spreekt hij wetenschappers die vastlopen in hun werk omdat ze slimmer zijn dan hun collega’s. „Universiteiten kunnen niet zo goed omgaan met hoogbegaafden. Er wordt korzelig gereageerd op lastige vragen. Iedereen moet in hetzelfde stramien.”

Kijk, vindt Corten, voor zo’n extreem slimme jongen als Laurent („Hij is honderd keer zo slim als ik en ik ben al zeer hoogbegaafd”) kun je geen beleid maken. Maar voor de ‘gewone’ hoogbegaafde student moet echt meer gedaan worden.

Zelf was Corten zestien toen hij ging studeren. Hij liep redelijk zelfverzekerd tussen de oudere studenten rond – „ik was alleen wat kleiner” –, maar verveelde zich. „Ik had grote vragen als: wat is leven? Daar was geen ruimte voor.” Zijn redding was een tweede studie én een docent waarmee het klikte en die een klein groepje slimme studenten om zich heen verzamelde zodat er wel aandacht was voor zijn vragen.

Eigenlijk precies zoals de TUE het heeft geprobeerd met Laurent Simons. „Eindhoven loopt voorop”, vindt Corten. „Ze hebben erg hun best gedaan voor Laurent.”

Hoogleraar Baltus vindt het „heel erg jammer” dat zijn razendslimme student voortijdig is gestopt. „Het was zo leuk en we waren al zo dicht bij het einde van zijn studie. Dat gaat me persoonlijk aan het hart.”

Lees ook: Slimmer dan de rest? Zo ga je daarmee om

Baltus komt op de TUE vaker hoogbegaafde studenten tegen. Die blijven hem verbazen. „We hadden een student die met een oplossing kwam voor een elektronisch probleem waarvan wij zeiden: dat kán helemaal niet. Een week later kwam hij terug en zei: het kan wél. En verdomd, hij had gelijk!”

Hij wil maar zeggen: soms zijn studenten slimmer dan hun docenten. En het is zaak om ook die studenten zo goed mogelijk af te leveren.

Wat wenst hij voor Laurent? Baltus is even stil. Dan: „Ik hoop dat hij gelukkig wordt.”