Opinie

Nietsdoen

Ellen Deckwitz

Vrijdag kwam ik thuis van het kinderdagverblijf waar ik al een tijdje vrijwillig werk als voorleeshulp en ik had een goede dag gedraaid. Als je maar langzaam en nadrukkelijk genoeg voorlas en er voldoende stemmetjes bij deed wisten de meeste peuters hun aandacht prima bij Bordewijks Karakter te houden. Mijn zus belde en vroeg hoe mijn vakantie was.

„Vakantie?” vroeg ik nietsvermoedend.

„Ik dacht dat jij het een tijdje rustiger aan zou doen”, zei ze verontwaardigd, „je hebt de laatste tijd zo op je tandvlees gelopen”.

„Nou ja”, sputterde ik tegen, „ik werd zo onrustig van vrij zijn dat ik maar gewoon weer aan het werk ben gegaan.” Mijn zus stak vervolgens een hele preek af over de dodelijke gevolgen van te lang te hard werken.

„Bijkomen kost ook tijd”, riep ze in de hoorn, „je kent toch al die enge verhalen van accountants die keer op keer over hun grenzen heengingen en daardoor zo veel stress hadden dat het hun organen kapotmaakte?”

„Echt?” piepte ik, met mijn hand even mijn buik aaiend in de hoop de organen aldaar te bezweren.

„Voor je het weet loop je permanent stressletsel op”, zei ze boos en verbrak de verbinding.

Ik pakte mijn agenda erbij. Ik had een grote, rode streep door de laatste week van november en de hele maand december gezet, maar daar had ik me eerlijk gezegd totaal niet aan gehouden. Ik werd zo rusteloos van vakantie dat ik me meteen als voorleeshulp had aangemeld. En verder was ik ook al stiekem bezig met een nieuw schrijfproject, begeleidde ik de roman van een vriend en had ik mijn nichtje helpen klussen bij haar verbouwing. Stuk voor stuk allemaal nuttige zaken maar ik rustte er niet door uit.

Terwijl ik me altijd wél houd aan afspraken met vrienden, bleek het voor mij onmogelijk om een afspraak met mezelf na te komen. Ik moest opeens denken aan wat een kennis laatst tegen me zei, dat tijd voor jezelf vrijhouden een vorm van zelfrespect is. En dus zette ik een rode streep door alle goedbedoelde koffiedates, voorleessessies en klusplannen.

De volgende ochtend liep ik door mijn huis, actief niets te doen. De nastress van een woelig jaar gierde door mijn haarvaten. Zo, dacht ik terwijl ik me iedere minuut moest inhouden om niet een nieuw boek te beginnen of een stichting op te zetten, zo voelt dat dus, nietsdoen. Mijn hart bonkte tegen mijn borstkas, mijn geest schoot alle kanten op, ik was geagiteerd en verveelde me tegelijkertijd dood.

Zo, dacht ik terwijl ik het ene na het andere rondje ijsbeerde, dit is nou zelfrespect.

Ellen Deckwitz schrijft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.