Het is over en uit voor Maastrichts omstreden cementproducent

Eerste Nederlandse Cement Industrie Menige reorganisatie wist de cementproducent te overleven. Maar nu is het echt over en uit voor ENCI.

Met de sluiting van de ENCI-groeve in de Sint-Pietersberg verdwijnt een van Maastrichts iconen.
Met de sluiting van de ENCI-groeve in de Sint-Pietersberg verdwijnt een van Maastrichts iconen. Chris Keulen

„Schandalig.” Een ander woord heeft Frans Erens niet voor de aangekondigde sluiting van de Maastrichtse vestiging van Eerste Nederlandse Cement Industrie (ENCI) volgend jaar.

Hij begon er zelf in 1965 als zeventienjarige als medewerker in het laboratorium en nam in 2012 afscheid als directeur. „Het bedrijf heeft de afgelopen jaren de nodige reorganisaties voor de kiezen gehad, de economische crisis overleefd en het gevecht met critici uit de omgeving doorstaan.” De gedachte was, vertelt Erens, dat het personeel na het stoppen van de afgravingen in de Sint-Pietersberg en het sluiten van de oven het een beetje rustiger zou krijgen. „Niet dus. Kennelijk gelden voor het hoofdkantoor alleen de getallen.”

De aanvoer van klinker – het basiselement voor de productie van cement – is in Maastricht lastig, de opslagcapaciteit is beperkt en de onderhoudskosten van het complex zijn hoog, meldde de Duitse eigenaar van ENCI, HeidelbergCement, maandag in een persbericht. „Daar hebben we weinig aan toe te voegen”, meldt woordvoerder Jos van Wersch.

ENCI begon zijn activiteiten net onder Maastricht in 1926. Op het hoogtepunt werkten er 1.200 mensen. Begin deze eeuw, toen al meer was geautomatiseerd, zat het bedrijf op de piek van zijn productie: 1,6 miljoen ton cement per jaar. Erens: „Bij pakweg een kwart van alles wat in Nederland tijdens de wederopbouw en daarna werd gebouwd is Maastrichts cement gebruikt.”

„Dit slotakkoord is een soort spiegelbeeld van het ontstaan en de groei van ENCI in Maastricht”, zegt Ernst Homburg, emeritus hoogleraar geschiedenis van de wetenschap en technologie aan de Universiteit Maastricht. Met studenten dook hij eens vijf jaar in de geschiedenis van het bedrijf. „De eerste winning in de Sint-Pietersberg begon tijdens de Eerste Wereldoorlog, toen de aanvoer van grondstoffen van elders stokte. ENCI was een logisch vervolg daarop.”

Lees ook deze reportage: Oude kalksteengroeve in Limburg is nu Walhalla voor zeldzame insecten

Tot zeker in de jaren vijftig werd veel nadruk gelegd op een zelfvoorzienend Nederland, vertelt Homburg. „Het besluit van eigenaar Heidelberg nu lijkt juist ingegeven door globaal denken, los van de lokale sentimenten.”

‘Poëzie der St. Pietersberg’

De dagbouw – delfstoffen worden in een groeve afgegraven – riep vanaf het allereerste begin protest op van natuurvrienden en wetenschappers. De Nieuwe Rotterdamsche Courant, voorloper van het huidige nrc.next en NRC Handelsblad, schreef in 1918 verontwaardigd over wat stond te gebeuren: „Gij, menschen van boven de Moerdijk, gaat nog eens zien (misschien voor den laatsten keer), naar onzen en uwen St. Pietersberg, en staat dan verbijsterd over het vandalisme, dat in een beschaafd land bezig is zich te voltrekken. De poëzie der St. Pietersberg gaat voorgoed verdwijnen onder het walgelijke proza der mergelexploitatie.”

Vanaf voorjaar 2001 vond het bedrijf ook steeds weer de Stichting ENCI Stop op zijn weg. Voorzitter Betty de Haas was er vanaf de oprichting bij betrokken: „De provincie hield een voorlichtingsbijeenkomst over toestemming om tot 2035 door te gaan met diepwinning. Daar was ter plekke al zoveel verzet tegen, dat werd besloten tot de oprichting van de stichting. We hadden geen idee dat het ons bijna negentien jaar zou bezighouden.”

ENCI Stop ontmoette de nodige weerstand: ging het hier niet om niet-in-mijn-achtertuin-denken van voornamelijk inwoners van de villabuurt Sint Pieter, die ook nog eens oorspronkelijk afkomstig zijn van buiten de stad, tegen een oer-Maastrichts bedrijf? Leden van ENCI Stop kregen dreigbrieven waarin termen als „smerige hoer” en „schijnheilig kutwijf” vielen en met wraak werd gedreigd. Na een dringende oproep van het bedrijf stopte dat. De Haas: „Veel mensen hadden aan ENCI een prettige werkgever. Het denken over natuurwaarden en luchtkwaliteit was bovendien in 2001 net echt begonnen.”

Arrogante opstelling

Oud-directeur Erens geeft toe dat het bedrijf zich aanvankelijk enigszins arrogant opstelde tegenover klachten van buiten. „Andersom heb ik een vrouw van ENCI Stop weleens het belang van cement horen wegwuiven met het argument dat haar huis al gebouwd was.”

Daar bovenop kwam volgens De Haas de houding van de provincie: „We hebben altijd de indruk gehad dat de provincie ENCI altijd wel heel erg ter wille is geweest.” De Raad van State vernietigde vorige maand nog met terugwerkende kracht een provinciale vergunning aan ENCI uit 2016 voor het winnen en verwerken van kalksteen. De procedure was aangespannen door ENCI Stop.

„Als stichting hadden we sinds kort alle doelstellingen uit onze statuten bereikt”, vertelt De Haas. „Het afgraven in de berg stopte vorig jaar zomer. Natuurmonumenten beheert inmiddels het grootste deel van de groeve. Het gebruik van de oven eindigde begin dit jaar. Tegen het maalbedrijf hebben we ons nooit verzet. Dat het nu stopt, is zuur voor de mensen die er werken. Tegelijkertijd kan het wel helpen natuurwaarden te beschermen. Als industrie ligt ENCI verre van ideaal.”

De vijftig overgebleven ENCI-werknemers zullen gezien de huidige gunstige economische omstandigheden wel nieuw werk vinden, verwacht Erens. „Maar met ENCI gaat ook een icoon van Maastricht verloren.” Het bedrijf was met zijn sociaal beleid, eigen arbeiderswoningen, verenigingen en steun aan andere clubs sterk verweven met de stad.

Hoogleraar Homburg: „En van de maakindustrie die Maastricht ooit domineerde met bedrijven als Céramique en Sphinx is stilaan heel weinig over.”