Kerstpakket? Bij banken en verzekeraars nu ook voor de flexkracht

Flexibilisering De financiële sector en bonden spreken een „werkcode” af tegen tweedeling tussen flex en vast op de arbeidsmarkt.

Verzekeraar Achmea en vakbond De Unie namen het initiatief tot de werkcode. „Het is spannend hoe dit uitgewerkt wordt in de cao-onderhandelingen, maar duidelijk is wel: dit is een statement.”
Verzekeraar Achmea en vakbond De Unie namen het initiatief tot de werkcode. „Het is spannend hoe dit uitgewerkt wordt in de cao-onderhandelingen, maar duidelijk is wel: dit is een statement.” Foto Jeroen Jumelet/ANP

De flexwerker neemt de Nederlandse arbeidsmarkt over. Het aantal flexkrachten is de afgelopen jaren hard gegroeid: naar drie van de in totaal negen miljoen werkenden. Als de groei zo doorzet, zijn zzp’ers, uitzendkrachten en andere flexwerkers over ongeveer tien jaar in de meerderheid.

Die flexkracht heeft wel minder rechten en plichten. In menig bedrijf ontvangt de medewerker met een vast contract wel een kerstpakket komende dagen, maar moet de zzp’er met lege handen naar huis. Een eindejaarsbonus vanwege de goede resultaten? Dat is niet weggelegd voor de flexkracht die ook heeft bijgedragen. Aan de andere kant: in de zorg werken zzp’ers die niet langer patiëntendossiers invoeren, en flexkrachten dragen niet bij de aan de pensioenpot van de sector waarin ze werkzaam zijn.

De constatering dat er een ongewenste tweedeling aan het ontstaan is in de arbeidsmarkt, heeft geleid tot een opvallende afspraak tussen een aantal werkgevers in de financiële sector en de vakbonden. Ze willen komen tot één arbeidsmarkt voor alle werkenden. Een ‘werkcode’ hierover werd dinsdag in Zeist ondertekend door de vakbonden De Unie, FNV Finance en CNV Vakmensen, de verzekeraars VGZ, ASR, NN en Achmea en de bank ING Nederland.

1 Wat hebben de partijen afgesproken?

In de code doen de sociale partners elkaar vijf beloftes. Zo beloven de werkgevers dat alle werkenden binnen hun bedrijf aanspraak kunnen maken op scholing en andere manieren om hun „arbeidsmarktwaarde” te verhogen. Mensen die hetzelfde werk doen kunnen rekenen op gelijke beloning en behandeling, ongeacht of er wel of niet sprake is van een vast contract.

De bank en vier verzekeraars nemen het verder op zich om net zo’n goede opdrachtgever als werkgever te zijn en te zorgen dat de zelfstandigen die ze inhuren zich goed voorbereiden op eventuele ziekte en hun pensioen. De vijfde belofte is ‘organisatie van het werk in duurzame relaties’. Oftewel: structureel werk moet zoveel mogelijk leiden tot vaste contracten.

De uitgangspunten moeten de komende maanden concreet worden aan de onderhandelingstafel voor nieuwe cao’s. Bij de betrokken werkgevers wordt een aantal afspraken nu al ingelost. Zo heeft ASR in de cao afspraken gemaakt over flexwerkers en mogen uitzendkrachten van Achmea gebruik maken van de bedrijfsarts. ING Nederland vraagt vanaf 1 januari aan zzp’ers om met een onderwijs-, pensioen- en ziekteplan te komen, in het kader van goed opdrachtgeverschap. „Als dat niet gebeurt, kan op termijn, na een wenperiode, afscheid worden genomen”, licht directeur HR Benelux Maarten van Beek toe.

2 Waarom doet de financiële sector dit?

Het initiatief kwam anderhalf jaar geleden van verzekeraar Achmea en vakbond De Unie, maar de bonden hoorden aan meer onderhandelingstafels dat werkgevers aan de slag wilden met de toenemende tweedeling. Geen enkel bedrijf wilde dit in zijn eentje regelen, en dus werd een alliantie gevormd. „Daarin hebben we de vraag op tafel gelegd: ongeacht de contractvorm, hoe willen we onze werkenden behandelen?”, vertelt Johan Blok, manager arbeidsverhoudingen en -voorwaarden bij Achmea. „Het is spannend hoe dit uitwerkt in de cao-onderhandelingen, maar duidelijk is wel: dit is een statement.”

„Ik denk dat heel Nederland deze kant op moet”, zegt Van Beek van ING. „Ons uitgangspunt is dat flexibilisering en het naast elkaar bestaan van contractvormen de toekomst is. Maar het moet wel een op een verantwoordelijke manier.” „In de kern is verzekeren een nutsfunctie”, vindt Gerard van Hees van FNV Finance. „Daarom moet er ook een intrinsieke motivatie zijn om dit goed te regelen.”

Volgens FNV is het de eerste keer dat zo’n code tot stand is gekomen. Onder meer het Verbond van Verzekeraars en de koepel van zorgverzekeraars heeft aangegeven de code ook te willen gebruiken.

Het tegengaan van een tweedeling in de samenleving heeft voor de sector ook een fundamenteel belang. Als er een groep ontstaat met minder financiële ruimte, zijn er minder klanten om producten aan te verkopen. En als werkgevers bij hun zelfstandigen gaan controleren op plannen voor arbeidsongeschiktheid en pensioen, tot wie wenden die zzp’ers zich dan om een inkomensverzekering af te sluiten? Een verzekeraar.

Wat ook mee kan spelen, is dat de afspraken de sector aantrekkelijker kunnen maken voor werkenden. Sinds de crisis is het aantal werknemers in de sector structureel afgenomen, maar banken en verzekeraars zijn wel op zoek naar hoogopgeleid en gespecialiseerd personeel. Voor hen is veel concurrentie met andere sectoren.

3Waarom is dit niet wettelijk geregeld?

Al meerdere kabinetten hebben geprobeerd om in te grijpen in de toenemende flexibilisering van de Nederlandse arbeidsmarkt, maar tot nu toe niet met succes. Het huidige kabinet doet wel weer een poging. Eind januari presenteert een door minister van Sociale Zaken Wouter Koolmees (D66) ingestelde commissie van ‘wijzen’ hun bevindingen voor nieuwe regels voor de arbeidsmarkt.

In een tussenrapportage die deze zomer werd gepresenteerd werden de „denkrichtingen” van de commissie duidelijk: de wirwar van flexcontracten moet worden ingeperkt, al zal er wel ruimte blijven voor zzp’ers. Belangrijkste middel is het optuigen van een sociaal vangnet, bij ziekte en pensioen, voor alle werkenden. Hierdoor moet concurrentie op arbeidsvoorwaarden verleden tijd worden.

Lees ook: Stop de flextrend, zegt de commissie-Borstlap

Voor het zover is, zijn we zeker al wel verkiezingen en een kabinetsperiode verder, en misschien nog wel meer. Op de kortere termijn is wel al een aantal zaken aangepakt. Zo wil het kabinet dat er vanaf 2021 een minimumtarief voor zzp’ers komt van 16 euro per uur. Ook wil Koolmees een einde maken aan schijnzelfstandigheid, waarbij zzp’ers in feite werknemer zijn omdat ze onvoldoende zeggenschap hebben over hun werkzaamheden. Dat moet gaan gebeuren door duidelijke regels te maken wanneer nu wel of niet sprake is van werkgeverschap – en daar ook op te handhaven.