En nu de experts: kloof tussen stad en land is veel complexer

Randstad en regio Bestaat er in Nederland een tegenstelling tussen ‘de grote stad’ en ‘de provincie’? Wetenschappers vinden van niet: de verschillen tussen regio’s onderling zijn veel groter.

De Kalverstraat, in Amsterdam.
De Kalverstraat, in Amsterdam. Foto Dieuwertje Bravenboer

Geert-Jan Kloosterboer (39), melkveehouder in het Overijsselse Oxe, is dol op Amsterdam – maar minder op Amsterdammers. „Die hebben nogal eens de neiging om zonder enige kennis en kunde te vertellen hoe wij boeren ons werk moeten doen. Dan denk ik: gadverdamme, jij komt duidelijk uit Amsterdam.”

Republiek Amsterdam

Marlene Henny (52), yogalerares in Amsterdam, heeft niets tegen het platteland. Alleen: wat zíjn ze daar conservatief. „De houding is er een van: ‘dat doen wij hier gewoon zo’. Maar je kunt toch verder denken dan ‘gewoon’? Ben je dan niet bereid om mee te gaan in enige vorm van verandering?”

De boerenprotesten van dit najaar lijken een uiting van groeiend onbegrip tussen ‘de stad’ en ‘het platteland’. Boeren die zich achtergesteld voelen door de Randstad, Randstedelingen die vinden dat ‘zij in de regio’ moeten stoppen met zeuren. Na het Malieveld in Den Haag en het RIVM in Bilthoven trekken demonstrerende boeren vrijdag naar het symbool van de grootstedelijke arrogantie: Amsterdam.

Ze komen, uiteraard, met trekkers – maximaal vijfentwintig stuks heeft burgemeester Femke Halsema er toegestaan. Maar de boeren willen vooral het gesprek aangaan met de Amsterdammers, die in hun ogen geen flauw benul hebben van het leven op het platteland. Dat doen ze door hoofdstadbewoners een brunch aan te bieden met streekproducten. Geert-Jan Kloosterboer is er bij: hij gaat kerstkransen maken met voorbijgangers.

Bestaat er werkelijk een kloof tussen ‘de grote stad’ en ‘de provincie’? Is er groeiend onbegrip, en verschillen belevingswerelden steeds meer? NRC sprak vier mensen die zich beroepsmatig bezighouden met de verschillen tussen stad en platteland in Nederland.

De kloof bestaat, daar zijn de onderzoekers het over eens. Maar tussen welke groepen die gaapt, en waar hij vandaan komt – dat ligt nét wat anders dan het beeld van stad versus platteland dat de boerenprotesten suggereren.

De boeren als spreekbuis

Eén misverstand wil Bettina Bock graag de wereld uithelpen: „De boeren zijn níet het platteland. Dat willen ze zelf graag zo framen, maar het is gewoon niet waar.”

Bock is hoogleraar rurale sociologie aan Wageningen University en de Rijksuniversiteit Groningen, gespecialiseerd in krimpregio’s. Zij ziet geen conflict tussen ‘boeren’ en ‘burgers’. „Het Nederlandse platteland ís niet boers, zelfs niet in de Achterhoek. Ook op het platteland zijn agrariërs in de minderheid.” De verschillen tussen plattelandsregio’s zijn ook heel groot, zegt Bock. „Het platteland rond Amsterdam is heel anders dan het platteland in Noord-Brabant. En dat is weer onvergelijkbaar met Friesland of Twente.”

Lees ook de serie over ‘de randen van het land’. Hoe is het leven in de uithoeken van Nederland?

Wat wel zo is, aldus Bock: de boeren vertolken een gevoel dat heel breed leeft buiten de Randstad, ook in niet-agrarische gebieden. „Het gevoel dat er systematisch geen rekening met je gehouden wordt, dat er een gebrek aan respect is.” Ook al zijn de boeren een kleine minderheid: ze spreken wel namens een aanzienlijke groep.

In de krimpgebieden aan de randen van het land, ook wel aangeduid als het Randland: Oost-Groningen, Friesland, Zuid-Limburg, de Achterhoek, Zeeuws-Vlaanderen, leeft het gevoel genegeerd te worden het sterkst. Bock: „Dat kunnen net zo goed stedelijke regio’s zijn. Denk aan Heerlen of Emmen.”

En dat sentiment heeft een hele concrete oorzaak: voorzieningen verdwijnen, waardoor de lokale gemeenschap onder druk komt te staan. Bock: „De apotheek sluit, het mbo verhuist, de bibliotheek gaat dicht. Voor een ziekenhuis moet je soms 100 kilometer verderop wezen. Dat geeft mensen daar het gevoel: we doen er kennelijk niet toe.”

Eelco Harteveld, politicoloog aan de Universiteit van Amsterdam, ziet het ook: de verongelijktheid aan de randen van het land. In 2017 ondervroeg hij met collega-onderzoekers achtduizend Nederlanders over hun directe regio. Ze vroegen de respondenten of ze zich achtergesteld of ondergewaardeerd voelden door de rest van Nederland. „Dat gevoel neemt lineair toe als je de Randstad uitgaat. In Utrecht, Noord- en Zuid-Holland voelen mensen zich het minst achtergesteld, in Groningen, Limburg en Zeeland het meest.”

De tegenstelling in Nederland, concludeert Harteveld, is dus niet één van stad tegenover platteland. Natuurlijk, bewoners van steden en dorpen kijken anders naar de wereld, bijvoorbeeld als het over immigratie gaat – dat ziet hij ook in zijn data. Maar die verschillen zijn binnen alle regio’s ongeveer even groot.

De meest opvallende tegenstelling die uit Hartevelds onderzoek naar voren komt, is die van centrum versus periferie. Een verschijnsel dat je op dit moment in bijna alle Westerse landen ziet: bij de gele hesjes in Frankrijk, rondom Brexit, onder de aanhangers van Donald Trump.

En net als in die landen zie je in Nederland politici die bereid zijn regionale sentimenten uit te buiten. „Sinds het einde van de verzuiling hadden we in Nederland geen regiogebonden partijen meer. Maar nieuwe partijen als de PVV en FVD zeggen specifiek: mensen buiten de Randstad, wij zijn er voor jullie.”

Het gevolg, zegt Harteveld, is een „politisering” van regionale verschillen – en een debat waarin beide kampen „nogal slordig omgaan” met de beeldvorming. „In tegenstelling tot wat de actievoerende boeren zeggen, weten veel stedelingen prima wat er op het land groeit. Omgekeerd zijn niet alle mensen buiten Amsterdam boze boeren die schuimbekkend Zwarte Piet verdedigen.”

De Kalverstraat, in Hasselt.

Foto Bram Petraeus

Cultuurstrijd

De wrok tegen de Randstad – en dan met name Amsterdam - is al eeuwenoud, zegt Koen Kleijn, hoofdredacteur van historisch maandblad Ons Amsterdam. Het is een gevolg van de economisch overheersende positie die Amsterdam altijd al heeft gehad. „In de zestiende eeuw bepaalden de burgemeesters van Amsterdam feitelijk wat er in de Republiek gebeurde, omdat de stad het grootste deel van de begroting betaalde.”

In die tijd, zegt Kleijn, zorgden welvarende en zelfingenomen bewoners van de steden in het westen voor irritatie in ‘de regio’. „Amsterdammers, dat waren die veel te rijke mensen die boerderijen en landhuizen opkochten.” De regionale wrok tegen het huidige hyperwelvarende Amsterdam, zegt Kleijn, heeft dezelfde oorzaak als destijds: de economische machtspositie van de hoofdstad.

Maar als de spanning tussen de Randstad en het Randland in de eerste plaats door economische achterstelling komt, hoe kan het dan dat het steeds over identiteit gaat – denk aan Zwarte Piet en de blokkeerfriezen? Volgens Bettina Bock is de cultuurstrijd een logische uiting van economische ongelijkheid. „Als je je achtergesteld voelt, raak je gekrenkt in je trots. Dan word je opstandig: rot op met je randstedelijke identiteit, doe dat lekker in je eigen speeltuin.” Bock vindt dat wetenschappers en journalisten moeten oppassen dat ze wrijving tussen regio’s niet „te veel in het culturele te trekken.”

Architect Floris Alkemade ziet dat anders. Volgens de Rijksbouwmeester, sinds 2015 intensief betrokken bij discussies over de inrichting van het land, kent Nederland van oudsher juist verschillende „ritmes en mentaliteiten”. „Waarom is het een probleem dat sommige delen van Nederland conservatiever zijn? Het denken in rentmeesterschap, dat je vooral in Oost-Nederland tegenkomt, heeft veel waarde voor de duurzaamheidsopgave waarvoor we staan. Gebruik dat.”

De rijksbouwmeester woont zelf in Sint-Oedenrode, in Noord-Brabant – een regio waar traditie en innovatie hand in hand gaan. „Als een ondernemer uit Silicon Valley in Nederland moet zijn, slaat hij vanaf Schiphol direct rechtsaf om naar Helmond en Eindhoven te rijden. Boerenzonen bestieren hier op Brainport Avenue bedrijven waar vierhonderd, vijfhonderd man werken.” Die boerencultuur, zegt Alkemade, kenmerkt zich door „een zeker opportunisme”. „Het nemen van risico’s, ondernemen. Dat draagt bij aan het feit dat deze provincie een belangrijke motor van de Nederlandse economie is.”

Om de kracht van ‘de regio’ maximaal te benutten, zegt Alkemade, moeten we afrekenen met het dogma dat de Randstad het centrum van Nederland zou zijn. „Zo belangrijk zijn die steden in het westen van het land helemaal niet. Als je de grote vier weglaat, zijn we nog altijd de vijfde economie van de eurozone, groter dan België. Tweederde van het Nederlandse bruto nationaal product is afkomstig van buiten de vier grote steden.”

De Kalverstraat, Zwolle.

Foto Bram Petraeus

Stad als spiegelpaleis

Voor Bettina Bock is de oplossing duidelijk: als het gevoel van achterstelling voortkomt uit beleid dat té randstedelijk is, dan moet dat beleid op de schop. In ambtelijk Den Haag is dat besef al doorgedrongen, zegt ze: volgende week is ze door het ministerie van Binnenlandse Zaken uitgenodigd om een verhaal te komen houden over ongelijkheid tussen regio’s. „Als te grote ongelijkheid een risico begint te worden, worden de machtige groepen wakker.”

En hóe dat beleid anders moet? Bock wijst naar Duitsland, waar de overheid zichzelf onlangs wettelijk verplicht heeft om de levensvoorwaarden in het hele land gelijkwaardig te maken. „Aan zoiets zou je kunnen denken. Al moet je dat wel omzetten in concrete maatregelen, die ertoe leiden dat de voorzieningen op peil blijven.”

De wrokkigheid van de periferie jegens het centrum zou ook op een andere manier kunnen afnemen, zegt Koen Kleijn. En dat is wanneer de grote steden – en dan met name Amsterdam – het slachtoffer worden van hun eigen succes. „Amsterdam heeft eeuwenlang geleefd van het succes van talentvolle mensen die van buiten naar de stad kwamen. Als de stad zó duur wordt dat alleen rijke buitenlanders zich er nog kunnen vestigen, droogt die toevoer op. Dan wordt Amsterdam een soort spiegelpaleis zonder eigen verdienvermogen. In zekere zin is dat al aan de gang.”