Opinie

De nieuwe kleren van de kroonprins

Maarten Schinkel

Zouden ze bij Saudi Aramco ooit een KitKat-moment hebben gehad? Zo van: Hallo, waar zijn we nu eigenlijk allemaal mee bezig? Misschien wel. Maar zolang kroonprins Mohammed bin Salman dat moment niet heeft doorgemaakt, en hij lijkt daar de man niet naar, heeft niemand er kennelijk naar durven handelen.

En zo is de beursgang van Aramco gaandeweg steeds meer gaan lijken op het sprookje ‘De nieuwe kleren van de keizer’. De keizer was er van overtuigd een oliemaatschappij van 2.000 miljard dollar te hebben waar de hele wereld in wilde beleggen. Maar niemand heeft hem de waarheid durven vertellen. Dat het bedrijf geen 2.000 miljard waard is, maar hooguit – en met heel veel goede wil – 1.500 miljard. Dat de rest van de wereld er zijn handen niet aan wilde branden. Dat hij het beter niet had kunnen doen.

In plaats daarvan kwamen buitenlandse banken op audiëntie, en rekenden veel van hun analisten net zo hard tot ze boven de 1.500 miljard kwamen. Werden binnenlandse beleggers, zowel privaat als publiek, overgehaald dan wel gesommeerd, om in te tekenen. Speelden bij een totaal gebrek aan animo uit de rest van de wereld, beleggers uit de andere Golfstaten de rol van buitenlandse investeerders. Ging alles naar de beurs van Riad, die nu bijna kantelt onder het gewicht van de nieuwe reus. Werden aan de gemiddelde Saoediër zo veel goodies beloofd (bonusaandelen, kredieten, dividendgarantie) dat hij wel gek was om niet in te tekenen – hoewel dat nog valt te bezien.

Vier maal overtekend ging Aramco naar de beurs, tegen een waarde van 1.700 miljard dollar. En zie: op de eerste beursdag steeg het aandeel met de maximaal toegestane 10 procent. Dat is al 1.870 miljard. Als op donderdag of de dagen daarna een soortgelijke stijging plaatsvindt dan, voilà, heb je Bin Salmans 2.000 miljard.

Had de kroonprins tóch gelijk. Het staat u fantástisch, Majesteit! Maar er zijn berichten dat rijke families en staatsinvesteringsmaatschappijen onder druk zijn gezet om tijdens de eerste handelsdagen te kopen. En zeg dan maar eens nee: de sessies in het Ritz-Carlton Hotel waar twee jaar geleden rijke families en zakenlieden een deel van hun vermogen moesten afstaan, liggen nog vers in het geheugen.

Wat is nu de boodschap? Saoedi-Arabië wil laten zien dat het een moderne economie wil worden waarin het goed zakendoen is. Maar manipulatie en staatsdruk op deze schaal suggereert juist het tegendeel. Het land stelt zich open voor buitenlandse beleggers. Maar die kwamen niet opdagen. Het resultaat: het heeft de staatsoliemaatschappij, of beter: een snippertje ervan, in wezen aan zichzelf verkocht. En dat is misschien nog wel het vreemdst.

Beursgang Aramco werd één lange oefening in het voorkomen van gezichtsverlies

Waarom zou je 1,5 procent van Aramco van de hand doen? Nou, om de toekomstige dividendstroom over die aandelen in één keer contant te maken en dat kapitaal aan te wenden voor vernieuwing. Maar als vrijwel al dat kapitaal vervolgens uit je eigen land en van je eigen investeringsfondsen komt, slaat dat eigenlijk nergens op. Dan is dit één grote oefening in het voorkomen van gezichtsverlies geweest. Wie woensdag de koers van Aramco op zijn Bloomberg-terminal bekeek zag niet de gebruikelijke random walk, maar één langgerekte streep op het toegestane maximum van 10 procent koersstijging. Dat is nogal symbolisch.

Het is niet aannemelijk dat dit in Riad allemaal hardop kan worden gezegd. Daar buiten wel, zoals hier. Al is het misschien raadzaam voorlopig niet in de buurt van een Saoedisch consulaat te komen.

Maarten Schinkel schrijft over economie en financiële markten.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.