Recensie

Recensie Beeldende kunst

British Museum toont de gruwelijkheden van de Trojaanse oorlog

Archeologie In het British Museum in Londen komt de gruwelijkheid van de Trojaanse oorlog schitterend naar voren, op vazen, grafstenen en reliëfs.

Achilles doodt tijdens de Trojaanse oorlog Penthesilea, de koningin van de Amazonen. Op dat moment wordt hij verliefd op haar. Atheense amfora, ca 530 v. Chr.
Achilles doodt tijdens de Trojaanse oorlog Penthesilea, de koningin van de Amazonen. Op dat moment wordt hij verliefd op haar. Atheense amfora, ca 530 v. Chr. Foto The Trustees of the British Museum

Bij de ingang van de tentoonstelling in het British Museum staat een waarschuwing: „Troy: myth and reality vertelt het verhaal van een oorlog. Er worden afbeeldingen van en teksten over geweld en andere aspecten van een conflict getoond.”

Pff. Zijn we nu zó overgevoelig geworden dat we niet meer tegen een vaasschildering kunnen? We weten dacht ik allang dat de Trojaanse oorlog geen lolletje was, Homerus laat er in zijn Ilias weinig twijfel over bestaan: „Het ongenadig stuk steen sneed beide beenspieren door en brak ook de botten volkomen doormidden.” Dat is gruwelijk ja, en zo zijn er veel meer gruwelijkheden, maar op een tentoonstelling zie je vooral rode vazen waar stijve zwartfigurige kereltjes met zwaarden in het gelid staan, of zwarte vazen waarop elegante roodfigurige krijgers gewapend aan een tweekamp beginnen – dat is veel beter uit te houden. De Ilias is erger dan een tentoonstelling kan zijn.

Filippo Albacini: De stervende Achilles, 1825, Chatsworth House

Foto Devonshire Collections, Chatsworth

Dacht ik. Want aan het slot van de tentoonstelling moet ik de makers met hun waarschuwing gelijk geven – er valt echt wel wat te waarschuwen. En dat is niet omdat de samenstellers zich speciaal hebben toegelegd op het tonen van geweld. Ze hebben wel soms, met eenvoudige animatie, een lans in beweging gebracht, gestileerd laten zien hoe een pijlenregen op de mannen met de ronde schilden neerdaalt. Maar vooral staan er op vazen, grafstenen en reliëfs dingen afgebeeld die je je misschien niet zo gerealiseerd had. Handelingen die buiten het krijgsgewoel plaatsvinden – misdaden eigenlijk.

Er is natuurlijk in de eerste plaats Helena, de mooiste vrouw ter wereld, getrouwd met een Griekse koning. Zij liep weg met de Trojaanse prins Paris, of ze werd door hem ontvoerd – beide opvattingen zijn mogelijk. En beide worden ook getoond: een Italiaanse vaas uit de vierde eeuw v. Chr. waarop een beeldige prins Paris met een kek paardje aan zijn zij tegenover een quasi-bedeesde Helena staat die haar sluier opzij houdt om vanonder haar wimpers naar de mooie prins te kijken, maar er is ook een muurschildering uit Pompeji waarop een wat fronsende, aarzelende Helena, slijmerig begeleid door een bediende van Paris, aan boord van zijn schip stapt. Een reliëf uit Volterra waarop een vaas en een vrouw als gelijkwaardige trofeeën ingescheept worden terwijl Paris er met de rug naartoe zit – die heeft er alweer genoeg van. En een schitterend reliëf, een kopie van rond het begin van de jaartelling van een vier eeuwen oudere Griekse voorstelling waarop je ziet wie de eigenlijke schuldigen van dit drama zijn: de goden. Afrodite is druk bezig een zedige Helena over te halen, terwijl Eros Paris meelokt.

Een ramp werd het, deze ontvoering: de Grieken hadden gezworen de man van Helena bij te staan als iemand haar zou proberen af te pakken – schoonheid is begeerlijk. En dus trokken ze op naar Troje toen zo’n in Griekse ogen verwijfde Aziatische prins het in zijn hoofd haalde om haar te roven. En voerden daar tien jaar lang een verschrikkelijke oorlog.

Het offeren van Polyxena op een amfora, 570-550 v. Chr. (detail), British Museum

Foto Marie-Lan Nguyen

Twistappel

Volgens oude Griekse bronnen zaten de goden erachter. De aarde zou geklaagd hebben dat er te veel mensen waren en Zeus zou daar wat aan hebben willen doen. En ook was er de twistappel, letterlijk, de gouden appel die tijdens een godenmaal over de vloer rolde en waarop stond: voor de mooiste. Wie was de mooiste van de godinnen? Krijgshaftige Athene, lieflijke Afrodite, of heerseres Hera? Zeus hoedde zich er wel voor dat zelf te beslissen en zadelde een mens ermee op: de jonge prins Paris van Troje. Die koos Afrodite, die hem beloofde dat hij de mooiste vrouw ter wereld de zijne zou mogen noemen. En zo waren de poppen aan het dansen.

Die oorlog, we lezen het altijd, werd gevoerd door ‘helden’, gestalten uit een tijd waarin de aarde door een ander mensengeslacht bewoond werd. Hektor, de Trojaanse held, is een kerel die door iedereen bewonderd wordt, hij wordt tevens het noodlot van vele mannen want niemand kan hem aan. Behalve dan de Griekse held Achilles, maar die is woedend op zijn legerleider en vecht niet meer mee.

Achilles. De gekwetste, omdat de leider zijn meisje, zijn krijgsbuit, heeft afgepakt. We zien hem op tal van vazen zitten, wrokkend, we zien dat meisje Briseïs weggevoerd worden. Achilles lijkt haast een gevoelige man. Ook als we zijn rouw zien om Patroklos, zijn beste vriend, die op het slagveld gedood wordt. Door Hektor. In de Ilias staat dat men Achilles vasthoudt na dat bericht, omdat zijn vrienden bang zijn dat hij zichzelf zal ombrengen in zijn verdriet. Maar dat doet hij niet, hij doet iets anders. Hij belooft Patroklos dat hij Hektor zal doden. En ook dit: „Bij jouw brandstapel snijd ik dan twaalf/ jonge mannen de keel af,/ prachtige jongens van Troje,/ uit razernij om jouw dood.”

Altijd overheen gelezen, merkwaardig genoeg. Maar nu zie je een Etruskisch bronzen vat waarop in dunne lijnen deze scène is uitgebeeld. Geboeide jongemannen die worden vastgepakt aan hun haren, hoofd achterover getrokken, en iemand snijdt ze de keel af. Die held.

Dat is dezelfde Achilles die een jongere broer van Paris, een kind nog, heeft afgeslacht op een altaar van Apollo. Dezelfde Achilles die het lijk van Hektor achter zijn wagen bindt en het rond sleept, steeds maar weer, die het aan de honden wil voeren – maar de goden houden het lijk gaaf en de honden op afstand.

En dan is er nog het verzoek van de schim van Achilles – of gewoon maar een wreed bedenksel van de andere Grieken: op Achilles’ graf moet een jonge Trojaanse prinses geofferd worden, Polyxena. Het is hartverscheurend beschreven door Euripides, maar hier zie je het, op alweer zo’n wonderbaarlijk gave vaas, een beetje primitief getekend: een vrouw die door drie mannen in de lucht wordt gehouden terwijl een vierde, Achilles’ zoon Neoptolemos, haar de keel afsnijdt.

Euripides vertelt hoe het meisje waardig wist te sterven, hier is geen waardigheid te bespeuren, alleen een slachtpartij.

Dat is allemaal het ‘mythische’ gedeelte van de tentoonstelling – alsof dit alles niet ook realiteit is. Mythe, dat zie je hier heel goed, vertelt over de realiteit en vergroot die uit tot meer dan levensgroot. Nooit zag ik zulke afbeeldingen, zo goed gerangschikt, zo indrukwekkend. Al die gave vazen en reliëfs, overal vandaan. Dat alleen al is reden om spoorslags naar Londen af te reizen.

Opgravingen

Er is natuurlijk ook een andere realiteit, en daar is ook een deel van de tentoonstelling aan gewijd: heeft die oorlog nu echt plaatsgevonden?

Dat verhaal is minstens zo interessant, maar het deel van de expositie dat daarover gaat, kan het niet helemaal halen bij het mythische deel. Ja, Troje heeft bestaan – er hebben vele Trojes bestaan bleek bij de opgravingen van de negentiende-eeuwse amateurarcheoloog Heinrich Schliemann, in vele lagen boven elkaar. De volijverige Schliemann groef meteen tot op de bodem van al die lagen en verkondigde dat hij het paleis van koning Priamos had ontdekt, maar hij zat tweeduizend jaar te diep. Al gravend verwoestte hij het hart van het veel hoger gelegen Troje uit de late bronstijd, de geschatte historische tijd voor een oorlog als door Homerus beschreven. De foto van twee mannen die staan in de zojuist gegraven passage dwars door de heuvel van Troje is spectaculair; zo’n enorm gat! En dan de wetenschap dat in de wanden daarvan allerlei informatie zit, en heeft gezeten, maar voor altijd verloren is gegaan. En hoe dan ook: die oorlog, tien jaar lang, in die tijd, kan niet hebben plaatsgevonden. Maar er was wel wat aan de hand, in Troje. En er waren daar ook Grieken, en er hebben gevechten plaatsgevonden, blijkt uit opgravingen. Gruwelijke gevechten.

„O Troje, vaderland, bij de onverwoeste steden word jij niet meer genoemd.”

Lees ook deze reportage over Troje van Pieter Steinz