Bemoei ik me met de ruzies van mijn dochter?

Opgevoed Elke week legt Annemiek Leclaire een lezersvraag voor aan deskundigen.

Moeder: „Mijn dochter (13) is met een vriendinnengroepje van de basisschool naar de middelbare school gegaan. Maar nu maken ze onderling steeds ruzie. De meisjes sluiten haar vaak buiten. Als mijn dochter vraagt of ze iets leuks willen doen, kan niemand, en dan komt ze er later achter dat ze wel iets met elkaar hebben gedaan, en niet met haar. Ze vindt het vooral erg dat haar beste vriendin geen tijd meer voor haar maakt. Mijn dochter huilt eigenlijk nooit, maar hier moest ze om huilen. Ik ken de ouders en de kinderen. Wat is mijn rol hierin? Hoe begeleid ik dat?”

Naam is bij de redactie bekend. Deze rubriek is anoniem, omdat moeilijkheden in de opvoeding gevoelig liggen. Wilt u een dilemma in de opvoeding voorleggen? Stuur uw vraag of reacties naar opgevoed@nrc.nl

Begrip tonen

Tischa Neve: „Dit is een klassiek patroon: als kinderen met een groepje vanaf de basisschool naar het voortgezet onderwijs gaan, denken ze dat ze het samen kunnen houden, maar er gaat al snel veel veranderen. Er komen nieuwe vrienden en vriendinnen bij, ze komen in de puberteit. Vriendschappen verdwijnen nu eenmaal.

„Ik zou alleen bij de andere ouders peilen wat er gebeurt als u ze heel goed kent, – ‘Joh zien jullie ook dat de vriendschap een beetje verandert?’ – maar anders echt niet. Het hoort bij de ontwikkelingstaken van de puber om hiermee zelf te leren omgaan.

U kunt haar daarbij helpen door te luisteren naar haar verhaal, en door begrip te tonen voor haar emoties: ‘Wat vervelend voor je’; ‘Ik snap wel dat je verdrietig bent.’ Misschien vindt u het zelf ook wel een rotstreek van de meiden, maar voedt de ruzie niet. U hoeft het evenmin te relativeren. Het ís ook verdrietig.

„U kunt uw dochter wel helpen met nadenken over eventuele opties en oplossingen zonder het van haar over te nemen. Bijvoorbeeld door vragen te stellen: ‘Wat zou je het liefst willen?’, ‘Wat zou je zelf kunnen doen?’

„Wees niet te bang voor het verdriet en de frustratie van een kind; het hoort bij opgroeien.”

Ongenoegen uitspreken

Bas Levering: „Zo rond Kerst zijn de verhoudingen in een nieuwe klas een beetje veranderd; dan vormen zich nieuwe vriendschappen. U heeft daar als ouder van een kind in het voortgezet onderwijs geen actieve rol meer in. Door de sentimentalisering van de opvoeding zien we dat ouders zich veel langer met hun kinderen bemoeien, maar zodra kinderen van de basisschool gaan ontstaat er meer afstand en is het niet meer aan ouders om zich rechtstreeks met dergelijke ruzies te bemoeien. Maar natuurlijk is het goed dat uw kind bij u terecht kan om het er over te hebben. Over buitensluiten of buitengesloten worden, moeten we niet laconiek doen; dat is heel pijnlijk. U kunt uw kind voorhouden dat het mooi is om anderen te betrekken, maar dat niemand verplicht is om ieders vriend te zijn.

„Voor uw dochter kan dit aanleiding zijn om te leren haar terechte ongenoegen helder kenbaar te maken. Een kwestie als deze moet ze bij haar beste vriendin direct aan de orde kunnen stellen: ‘Wat is hier aan de hand?’, ‘Ik vind dit heel vervelend.’ Iets direct aan de orde kunnen stellen is een belangrijke vaardigheid. Dat gebeurt namelijk vaak niet. Mensen gaan de kleine pijn op de korte termijn uit de weg ten koste van de grote pijn op de lange termijn. Er is moed voor nodig om te kunnen informeren wat er aan de hand is, en daar kunt u haar toe aansporen.”

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.