VS hadden in 18 jaar nooit zicht op Afghaans succes

Afghanistan Papers Al snel na de invasie van Afghanistan beseffen de VS dat de strijd verloren is. Dat verzwijgen leiders aan het volk, leert intern onderzoek.

Foto Justin Sullivan

De Amerikaanse bevolking is sinds 2002 door drie opeenvolgende regeringen „constant voorgelogen” over de oorlog in Afghanistan. Dat concludeert een federaal overheidsagentschap na een diepgravende, jarenlange evaluatie van dit langstlopende militaire conflict uit de geschiedenis van de VS. Dagblad The Washington Post kreeg het onderzoek na jaar procederen in handen en publiceerde dit maandag onder de titel The Afghanistan Papers.

De evaluatie werd in 2014 opgezet door de speciale inspecteur-generaal voor de wederopbouw van Afghanistan (Sigar). Doel van zijn project Lessons Learned was de fouten te herkennen die werden gemaakt bij invasie, bezetting en wederopbouw van het land en zo lessen te trekken voor volgende militaire interventies

De ruim vierhonderd hoge westerse militairen, ontwikkelingswerkers, diplomaten en Afghaanse functionarissen die werden geïnterviewd, kregen anonimiteit toegezegd. Hun getuigenissen weerspreken daardoor op veel punten de officiële lezing van de VS (en bondgenoten) dat het Westen er aan de winnende hand was en dat het loonde Afghanistan na ‘11 september’ binnen te vallen teneinde het te ‘bevrijden’ van de Taliban.

President Trump onderhandelt momenteel (weer) met de Taliban en wil de 13.000 resterende manschappen terugtrekken. Daarmee hebben de VS in de praktijk al toegegeven dat de strijdgroep niet te verslaan is. De Afghanistan Papers illustreren hoe dit inzicht al snel na de invasie indaalde en het vervolgens intern en tegenover de buitenwereld lang ontkend werd.

Zo stelt generaal Michael Flynn, die meermaals in Afghanistan diende, in 2015 tegen onderzoekers: „Van de ambassadeurs tot op het laagste niveau, iedereen zegt dat het geweldig gaat. Werkelijk? Als we zulk goed werk leveren, waarom voelt het dan alsof we aan de verliezende hand zijn?”

„De waarheid was niet welkom”, „slecht nieuws werd weggemoffeld”, zei Bob Crowley, adviseur bij NAVO-missie ISAF. „Statistieken werden zo aangepast dat ze het beste plaatje opleverde. Enquêtes waren compleet onbetrouwbaar, maar bevestigden dat we goed bezig waren. We werden een zelflikkend ijshoorntje.”

Het besef dat de oorlog vastliep, kwam al vroeg. Zo stelt toenmalig minister Rumsfeld (Defensie) in een interne memo „dat we geen enkel zicht hebben wie de slechteriken zijn”. In april 2002, zes maanden na de inval, schrijft hij aan zijn generaals: ‘Help!’.

Lees ook: Haags ongemak over missie in Afghanistan

Verklaarde doelen achter de invasie raakten gaandeweg uit beeld. „We stelden dat ons doel was een ‘bloeiende markteconomie’ op te zetten. Maar dat hadden we beter kunnen specificeren als ‘bloeiende drugshandel’ – want dat is de enige markt die werkt”, aldus het sarcastische commentaar van generaal Douglas Lute.

„Het ontbrak ons aan een dieper begrip van Afghanistan, we hadden geen idee wat we er deden”, meent Lute, die de oorlog zes jaar lang coördineerde vanuit het Witte Huis. „Als de Amerikaanse bevolking de omvang van ons falen had gekend… 2.400 levens verloren. Wie gaat ze zeggen dat het voor niets was?”

Naast die gesneuvelde militairen, raakten er ook nog eens ruim 20.000 gewond. Het geschatte dodental onder de Afghaanse bevolking ligt boven de honderdduizend.

De Post verkreeg de documenten na een slepende Wob-procedure. Niet alle gespreksverslagen zijn al vrijgegeven en sommige zijn nog geanonimiseerd. De gekozen titel verwijst naar de Pentagon Papers, het lek aan documenten dat in 1971 overheidsleugens over de Vietnam-oorlog blootlegde.