Opinie

Verlamming WTO is uiteindelijk risico voor de wereldvrede

handel

Commentaar

Als er te elfder ure geen oplossing komt, valt woensdag een van de belangrijkste mechanismen in het internationale handelssysteem stil. Het beroepsorgaan van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) verliest dan twee van zijn laatste drie juristen. En daarmee is het hoogste beroep in de geschillenbeslechting tussen landen die een handelsconflict hebben onmogelijk. In plaats van vreedzame, multilaterale oplossingen heerst dan voorlopig het recht van de sterkste in de internationale handel.

Het beroepsorgaan van de WTO is met name door de Verenigde Staten uitgekleed. Van de zeven juristen waren er door Amerikaanse obstructie bij nieuwe benoemingen nog maar drie over – het minimum dat nodig is. De termijn van twee van hen loopt nu af. De positie van Washington lijkt ambivalent: de VS tekenen zelf vaak bezwaar aan bij de WTO, en krijgen ook geregeld gelijk. Nog vorige week was een uitspraak in hun voordeel, over Europese steun aan vliegtuigbouwer Airbus, een formele aanleiding voor het instellen van hogere importtarieven op producten uit de Europese Unie. Maar beroep in deze zaak is nu onmogelijk. En zo stijgt de kans op strafmaatregelen over en weer.

Op de achtergrond speelt een bredere, en verontrustende, trend. Het multilaterale handelssysteem, dat na de Tweede Wereldoorlog onder Amerikaanse leiding werd opgetuigd, staat onder druk. Niet alleen trekken de VS zich terug als sponsor van de globalisering, ze keren zich er nu zelfs rechtstreeks tegen. Vooral de opkomst van de economische reus China speelt daarbij een rol. Dat dit land binnen de WTO nog steeds de status (en privileges) heeft van een ontwikkelingsland is het Westen een doorn in het oog. Maar in plaats van dat de VS, de EU en Japan samen optrekken om dit terechte bezwaar te adresseren, vaart de regering-Trump een unilaterale koers. Het Witte Huis is op dit moment in conflict met vrijwel al zijn internationale partners.

Scepsis over internationale handel was lang het domein van progressieve politieke stromingen: de protesten rond de WTO-vergadering in de Amerikaanse stad Seattle, waarbij een nieuwe ronde van handelsliberalisatie in gang werd gezet, waren in 1999 het startschot van de antiglobaliseringsbeweging. Nu het nationalisme wereldwijd steeds meer voet aan de grond heeft gekregen, is handelsscepsis eveneens het domein geworden van veel conservatieve partijen. Wat dat betreft is er van de VS de komende jaren weinig goeds te verwachten. Zowel onder Democraten als onder Republikeinen is het enthousiasme voor vrijhandel geslonken. Maar ook in de EU neemt de scepsis toe. Zeker waar het China betreft. Maar ook voedselveiligheid speelt een rol, en de dominantie van Amerikaanse techbedrijven.

Dat is in principe allemaal op te lossen in een goed functionerend multilateraal systeem. Maar dat staat al langer onder druk. De grote naoorlogse internationale handelsrondes, waarbij ieder land zijn muren verlaagt, zijn onmogelijk geworden. De zogenoemde Doha-ronde, die in 2001 begon, is nooit voltooid. Ook het alternatief, bilaterale verdragen, verloopt uiterst moeizaam. TTIP, tussen de EU en de VS, staat in de ijskast.

Internationale handel kan worden gezien als het summum van vreedzame samenwerking. Als een uitwisseling niet alleen van goederen en diensten, maar ook van culturen en ideeën. Als een weg naar grotere welvaart. Of als een economische ‘oorlog van allen tegen allen’. Deze laatste, ‘realistische’ benadering wint terrein. Daar wordt niemand beter van.